Ad Valvas 1968-1969 - pagina 233
Dr. J. Roelink tot gewoon hoogleraar in de middeleeuwse geschiedenis, in het bijzonder die van de Nederlanden (faculteit der letteren).
i'y^^Êt^^^^^ ^^^m ^w^S^^KÊÊÊ l^^^l j A ^ ^ ^ ^ ^ B
Dr. Roelink werd geboren op 9 maart 1910 te Amsterdam. Na zijn eindexamen aan de kweekschool voor onderwijzers is hij vanaf 1929 tot heden werkzaam geweest bij het onderwijs. Naast zijn dagtaak verrichtte hij in de avonduren zijn studie en dit heeft tot de volgende resultaten geleid: 1930 hoofdakte; 1934 diploma staatsexamen-A; 1936 diploma der Vereniging tot bevordering van de Pedagogie; 1940 kandidaatsexamen geschiedenis aan de VU; 1942 doctoraal examen geschiedenis aan de VU; 1946 promotie op het proefschrift „Een honderdtal brieven uit de correspondentie van Elbertus Leoninus". De heer Roelink heeft o.a. de volgende functies bekleed: 1949-1961 leeropdracht voor de didactiek en methodiek van het geschiedenisonderwijs aan de VU; soortgelijke leeropdracht ^ " ^^ Universiteit van Amsterdam van 1958-1961; vanaf 1949 docent en studieleider van de sectie geschiedenis der Vrije Leergangen, waarvan rector in de periode 1956-1961; daarna verbonden aan de VU, sinds 1964 als lector. Van de hand van dr. Roelink verschenen vele pubhkaties o.a. over de geschiedenis der Vrije Universiteit.
Dr. J. A. de Jonge tot gewoon hoogleraar in de economisch-sociale geschiedenis (faculteit der sociale wetenschappen, subfaculteit der sociaal-culturele wetenschappen). Dr. De Jonge werd op 22 oktober 1926 te Delft geboren. Hij studeerde aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam (doctoraal examen in 1952, keuzevakken sociologie en arbeidsrecht). In 1968 promoveerde hij cum laude aan de VU bij prof. dr. W. J. Wierenga op een proefschrift getiteld „De industrialisatie in Nederland tussen 1850 en 1914". Van 1952-1954 was dr. De Jonge in dienst van het Centraal Planbureau. De volgende twee jaar was hij werkzaam in het vormingswerk van volwassenen en jonge volwassenen aan de volkshogeschool Olaertsduyn, waar hij o.m. werd belast met de leiding en organisatie van cursussen. Van 1956-1965 was hij verbonden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek. Thans is de heer De Jonge als hoofdmedewerker werkzaam bij de faculteit der economische wetenschappen aan de Vrije Universiteit met als leeropdracht de economisch-sociale geschiedenis.
n
DRIE P R O M O T I E S Op 28 maart vonden drie promoties plaats; hieronder volgen de gebruikelijke gegevens.
DRS.M. VAN BEEK te Amstelveen promoveerde tot doctor in de letteren. promotor: prof. dr. H. H. Meier. titel proefschrift: An enquiry into puritan vocabulary.
korte samenvatting: Het proefschrift is een bijdrage tot de ontwikkelingsgeschiedenis van het Engelse lexicon en beschrijft de opkomst van een groot aantal nieuwe woorden en nieuwe betekenissen van bestaande woorden voornamelijk religieus, deels ook poütiek van inhoud - in Puriteinse geschnften. Het onderzoek naar deze woorden is gebaseerd op een representatieve keuze uit de voornaamste soorten Puriteinse geschriften die in de periode 1564-1644 in Engeland verschenen. De rol van de auteurs van deze geschriften in de Puriteinse beweging en de problemen samenhangend met de definitie van het Puritanisme worden afzonderüjk behandeld. De nieuwe woorden en betekenissen, waarvan vele tot nu toe niet geregistreerd waren, worden behandeld tegen de achtergrond van de beweging die ze voortbracht, gegroepeerd naar hun respectieve semantische velden. Waar mogelijk wordt aandacht besteed aan de reactie van tijdgenoten op typisch Puriteins woordgebruik. Een woordenUjst met volledige citaten, die
de betekenis en het specifieke gebruik van de onderzochte woorden illustreren, besluit de studie. stellingen: II. Naast de invloed van de taal van de Bijbel is in het vocabularium van de Puriteinen de invloed van vertaalde werken van reformatorische theologen aanwijsbaar. III. Het dankbaar gebruik van veelvuldig door Puritemen gebezigde woorden in anti-Puriteinse satiren toont aan, dat tijdgenoten het bestaan van een typisch Puriteins woordgebruik is opgevallen. VIII. Het valt te betreuren dat de waardevolle methode van „close reading" ter benadering van het Uteraire kunstwerk, door haar concentratie op het individuele literaire Produkt, een te eenzijdige benadering van het lexicon ten gevolge heeft gehad. personalia: Marinus van Beek, geboren in 1917 te St. Phiüpsland, studeerde Engels aan de School voor Taal- en Letterkunde te Den Haag en aän de Vrije Universiteit. Met een onderbreking van een jaar was hij van 1946-1960 leraar aan het ChristeUjk Lyceum ZandvUet in Den Haag. Gedurende het cursusjaar 1954-1955 doceerde hij Engels aan de Highland Park High School in Dallas, Texas. Sedert 1960 is de heer Van Beek als wetenschappeüjk hoofdmedewerker verbonden aan de V.U. waar hij onder meer de syntaxis en fonetiek van het Modern Engels doceert. De promovendus woont te Amstelveen, CharL van Montpensierlaan 6.
DRS. A. W. FONDS te Zaandam promoveerde tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen. promotor: prof. dr. J. M. Los. titel proefschrift: Experiments in pulse polarography. korte samenvatting: De methode van de „normal mode" pulspolarografie, zoals die experimenteel werd toegepast, is een vanant op de gewone polarografie. De potentiaal van de druppelende kwikelektrode wordt nl. per druppel slechts eenmaal kortstondig (bv. enkele millisec) verlaagd, nadat de druppel eerst enige tijd is gegroeid, bv. 2 sec. De pulshoogte wordt gevarieerd en door de stroom aan het einde van elke puit te meten als functie van de pulshoogte verkrijgt men een pulspolarogram. Evenals in de gewone polarografie verschaft zo'n polarpgram o.a. informatie over de fysische en chemische processen, welke aan de elektrodereactie voorafgaan, echter met dit verschil dat de methode een meer exacte mathematische beschrijving van deze processen mogeüjk maakt en daardoor meer betrouwbare resultaten kan geven. Met een in het laboratorium geconstrueerde pulspolarograaf werden op deze wijze de diffusiestromen van Tl, Zn, Pb en Cd onderzocht en ook de kinetische stromen die optreden bij de reductie van glucose, pyrodruivenzuur pn glyoxaalzuur. stellingen: VIL Het voorschrift voor de bepaling van fluoride in drinkwater behorende bij het Waterleidingsbesluit dient zo spoedig mogelijk te vervallen. Kon. Besluit van 7 juni 1960, Stb. 345 (1960)912.
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's