Ad Valvas 1968-1969 - pagina 324
om zich daar aati de meest biedende te verkopen. In de experimentele fase zal dus de repressieve tolerantie en de inkapseling en integrering van de kritiek in de gevestigde orde voortdurend moeten worden ontmaskerd. Daarom is het kritieke moment in de experimentele fase dit, wanneer gekozen moet worden tussen „maatschappij-kritisch" ingestelde docenten en „onkritische docenten". Zoals in de geschiedenis der filosofie er een periode is geweest waarin kritisch denken per definitie alleen kantiaans denken was, zo is thans maatschappij-kritisch denken alleen marxistisch denken, in een of andere moderne variant, die heeft willen leren van de fouten die het sowjet-communisme gemaakt heeft. de geestelijke dimensie In het Woord Gods is ons geopenbaard dat in deze wereld, ook in de zgn. maatschappijstructuren, zich de strijd voltrekt tussen Christus en de duivel, de antichrist. Wanneer deze zgn. „antithese" systematisch aan het gezicht van de gemeente onttrokken wordt, doordat de kerk er over zwijgt en de theologen haar ontmythologiserend ontkennen, dan vallen wij ten prooi aan de geestelijke macht van de „maatschappij-kritiek" die in het bovenstaande is aangeduid. Langs de weg van neutrale formules en langs formele structuren worden wij daar gebracht, waar als enige functionele en relevante maatschappij-kritiek een neo-marxistische zich autoritair poneert. Alle andere kritiek wordt dan de ideologie genoemd van het kapitalisme, en van de aanbidders van de status quo die in wezen geen werkelijke en ingrijpende veranderingen der maatschappijstructuren zouden willen. De grote antithese is dan verlegd uit de zgn. metafysische en mythologische wereld naar de concrete socio-politieke werkelijkheid waar, voorshands nog formeel, gekozen zal moeten worden voor of tegen „maatschappijvernieuwing" in neo-marxistische richting. Dat wordt dan de grote tegenstelling. In het Ucht van deze nieuwe religieuze antithese verbleken alle andere tegenstellingen. Ook die tussen orthodoxie en vrijzinnigheid. Deze tegenstelling is immers niet relevant ten aanzien van de werkelijk grote problemen waarvoor God de wereld en de kerk zou plaatsen. Als de leidende idee voor de oplossing van de grote problemen wordt door de profeten van deze tijd geopenbaard de humanisering van het leven. Met deze boodschap meent men ook de christelijke boodschap van de kerk voor de moderne mens waar te kunnen maken. Binnen en buiten de kerk. Het zal de lezers duidelijk zijn dat naar mijn mening de grote massa der studenten in hun huidige revolte heel wat gerechtvaardigde verlangens kenbaar maken. Maar ook dat m.i. het gehele tumult nog slechts een spektakel is in een formele fase van de revolutie in onze westerse wereld. Intussen is ook in deze formele fase een geesteüjke macht werkzaam die straks de democratische vormen zal trachten te vuUen met een zeer concrete inhoud. A. Troost NASCHRIFT Mij is gevraagd aan dit artikel heel in het kort nog iets toe te voegen over een positief alternatief tegenover de neomarxistische
6
Combinatiegebouw in aanbouw maatschappijkritiek. Uiteraard kan dat beter in een dik boek dan in een paar woorden. Daarom maar puntsgewijs, in volstrekte onvolledigheid, een paar stellingen. 1. Een kritische analyse van onze huidige samenlevingsstructuren dient zich bewust te zijn van eigen religieuze vooronderstellingen en behoort zich ook rekenschap te geven van eigen antropologische en sociaal-filosofische uitgangspunten. 2. Een kritische analyse van onze huidige samenlevingsstructuren doet aan de maatschappelijke realiteit, ook wetenschappelijk, geen recht wanneer men de geestelijke dimensie ervan niet ziet of niet relevant acht. Geestelijke machten zijn reahteiten die actief werkzaam zijn. Zonder de informatie van de Bijbel hierover, krijgen we de volle realiteit, ook wetenschappelijk, niet in het gezichtsveld. 3. De maatschappij is een vervlechtingsveld van tal van eigensoortige sociale vormen, die alle een eigensoortige macht uitoefenen. Gezinnen, staten, industrieën, miUtaire machten, kerken, universiteiten, sportbonden, enz., enz., hebben alle hun eigen taak, hun eigen aard, hun eigen afhankelijkheidsrelaties, hun eigen vrijheidssfeer, hun eigen competentiegrenzen. 4. De taak van de overheden is voor een belangrijk deel dat zij, uit het oogpunt van het algemene rechtsbelang, ervoor waken dat de levens- en ontplooiingsmogelijkheden van personen en sociale verbanden niet door andere personen of groeperingen geschaad of verhinderd worden. Een harmonische cultuurpolitiek vergt inzicht in de structuur der mogehjkheden en afhankelijkheden. 5. Alle excessieve, onevenredige ontwikkelingen (bv. van economie, sport, techniek, politiek, wetenschap, godsdienst, enz.) kunnen niet zonder meer verweten worden aan gezonde differentiatie en speciahsatie, maar hier is te denken aan onvoldoende intoming van de respectievelijke machtsexcessen door de overheid (voorzover het binnen haat competentie valt), zodat andere levenssectoren onvoldoende tot ontplooiing kunnen komen en een culturele disharmonie ontstaat. 6. Een cultureel aanvaardbare differentiatie en speciahsatie kan, zowel individueel als sociaal gezien, ook een symptoom zijn van afgodische verabsolutering. Onze ontkerstende westerse maatschappij is vol afgoderijen die in hun resp. verabsoluteringen elkaar de overheersing bestrijden. Een christelijke maat-
schappijkritiek dient zich te hoeden voor verkeerde bondgenootschappen. 7. Een harmonische culturele integratie is niet te verwachten van een excessieve staatsmacht. Deze is nl. nog gevaarlijker dan andere excessieve machten, omdat zij met de wapenmacht beschikken kan over dood en leven. 8. Ter beteugeling van een eventueel ,,industrieel-mihtair complex" lijkt mij (als politieke leek) noodzakelijk: a) strenge overheidscontrole ter voorkoming van autonome mihtaire ontwikkelingen; b) een strenge, zoveel mogelijk ook internationaal gecoördineerde controle op de wapenhandel; c) internationale economische samenwerking in mondiaal verband ter beteugeling van eenzijdige economische machtsexpansies en ter vermindering van de enorme welvaartsverschillen. 9. Inzake de verhouding pohtiek en wetenschap is m.i. te bedenken dat de praktische verantwoordelijkheden in de maatschappij van een niet-wetenschappelijke aard zijn. Zij vereisen een andere deskundigheid en een bredere informatie dan de wetenschap geven kan. Advies en inspraak van de wetenschap in het („politieke") beleid van de staat, de gemeente, de universiteit, de sport, de kerken enz. enz., is noodzakelijk, maar beleidsverantwoordelijkheid heeft een telkens andere structuur en kan niet door de wetenschapsbeoefenaren als zodanig worden overgenomen of zelfs maar paritair worden mede gedragen. Wel dienen wetenschapsbeoefenaren van alle niveau's te bedenken dat zij als mens in de vrijheid staan naast hun wetenschappelijk werk ook maatschappeUjke functies te bekleden als zij daartoe lust en gelegenheid hebben, dan wel innerlijke roeping daartoe gevoelen. Maar dat is hun vrijheid en geen recht dat uit hun wetenschappelijke positie voortkomt. 10. De juiste verhouding tussen gezag en medezeggenschap ligt in de verschillende levensverbanden telkens anders, al naar gelang de normatieve structuur van de situatie het vereist. Zij kan variëren tussen een vrijwel paritair getinte gezamenUjkheid als tussen man en vrouw in een huwelijk en een vrijwel ontbreken van mede-zeggenschap in de werksituatie van een operatiezuster. Dogmatische nivelleringszucht door middel van ongenuanceerde leuzen als ,,fundamentele demokratisering overal", maakt het leven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's