Ad Valvas 1968-1969 - pagina 39
SRVU
Tweede discussieweek van 14-18 oktober over democratisering van het universitaire en facultaire bestel
RvP
Hoogleraren, wetenschappelijke medewerkers en studenten discussiëren over de bestuursvorm van hun universiteit en faculteit. De volgende tien stellingen staan daar ter discussie: 1. Interne democratie van een organisatie is een proces dat zich niet slechts uit in het bestaan van formele instituties van overleg met een georganiseerde vertegenwoordiging, maar veeleer in een democratische bereidheid van de participanten om alle beleidszaken binnen die organisatie aan de orde te steUen. 2. Bovendien dient deze organisatie de groeperingen die er deel van uitmaken, in staat te stellen informatie en participatie van hun leden te verwezenhjken. 3. Overleg kan slechts dan een nuttige functie in het interne democratiseringsproces vervullen, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: volledige toegang tot en openbaarheid van alle beleidsniveaus, d.w.z. voorbereiding - bepaling - uitvoering. 4. Men moet zich afvragen of het formeel instellen van adviescolleges binnen een organisatie als studie- en civitasraad zonder dat daarbij in ieder geval verplichtingen en bevoegdheden binnen de vertegenwoordigde groepen zijn bediscussieerd en vastgesteld, als zodanig niet een ernstige bedreiging is voor het scheppen en bevorderen van democratie binnen die organisatie. 5. Noodzakelijke voorwaarden bij vertegenwoordiging zijn lastgeving, ruggespraak en verantwoording. 6. Efficiency en besluitvaardigheid zijn niet meer dan het optimaal gebruik maken van een middel t.o.v. een doel (doeleinden), d.w.z. argumenten van efficiency en besluitvaardigheid mogen nimmer worden gehanteerd om verdere democratisering {= doel) te belemmeren (MARIS!). 7. Noodzakehjke consequentie van het democratiseringsproces binnen een organisatie is zelfbeheer. (Bij zelfbestuur heeft men de vrijheid te beslissen binnen een van boven opgelegd kader, terwijl men bij zelfbeheer dit kader zelf vaststelt.) 8. Uitgaande van de bovengenoemde 7 steUingen zou men zich volgend bestuursmodel van bijv. de faculteit kunnen voorstellen: Aan elke afzonderlijke faculteit wordt door alle betrokkenen,
daar Stoker zich tot doel heeft gesteld een waarlijk christeUjke (Calvinistische) filosofie te ontwikkelen en omdat de wijsbegeerte der wetsidee naar de mening van de promovendus de meest consequent christeUjke filosofie is die tot op heden is ontwikkeld. In de eerste twee hoofdstukken wordt de wijsgerige basis van de Filosofie van de Scheppingsidee bestudeerd, uitgaande van de principes en methodologie van Stoker, zijn idee van een levens- en wereldopvatting en zijn theorie van de wetenschap. In hoofdstuk drie worden Stokers cosmologische en antropologische opvattingen behandeld. Volgens hem kunnen wij een externe visie op de wereld ontwikkelen (door haar te bezien in haar betrekking tot God) of een interne visie op de wereld (door haar van binnenuit te bezien). In het vierde hoofdstuk wordt de kennisleer van Stoker behandeld. Hij baseert zijn kennisleer op zijn opvatting van het geweten van de mens. Het geweten wordt functionalistisch gezien, terwijl de mogeüjkheid tot het vergaren van kennis wordt ingepast in het humanistische subject-object schema.
d.w.z. hoogleraren, wetenschappeüjke en administratieve medewerkers en studenten van de betreffende faculteit (de faculteitsvergadering) een „algemeen bestuur" (bestaande uit docenten, wetenschappelijke en administratieve medewerkers en studenten) gekozen. Dit algemeen bestuur kiest uit haar midden een dagelijks bestuur, dat (in voortdurend overleg met het „algemeen bestuur") belast is met beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling en beleidsuitvoering. Het dageHjks bestuur is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur. De uiteindelijke besUssingsbevoegdheid berust bij de faculteitsvergadering van alle betrokkenen, waaraan het algemeen bestuur (en daarmee het dagelijks bestuur) verantwoording schuldig is. 9. Men kan zich verscliiüende alternatieve methoden voorstellen om dit model te reaüseren, bijv.: a) zich uit de bestaande overlegposities terugtrekken en pressie uitoefenen; b) de bestaande overlegposities niet verder uitbouwen (maar ze bijv. t.b.v. het verkrijgen van informatie wel handhaven); de nadruk ügt op het uitoefenen van pressie; c) de bestaande overlegposities uitbouwen om op die manier en van daaruit het bovengeschetste model te verwezenlijken. (Uitbouwen dient hier te worden verstaan in de zin van: 1. het creëren van meer overlegposities en 2. meer zeggenschap van de deelnemende student). 10. T.a.v. het medebeslissingsrecht van studenten kunnen we globaal onderscheiden: a) de organisatie van het onderwijs en de inrichting van examens en tentamens; b) organisatie van het onderzoek; c) benoeming van hoogleraren, directeuren en curatoren; d) planning, organisatie en beheer van de universiteit en de faculteit; e) studentenvoorzieningen; etc.
Ondanks de uitgebreidheid en diepte van Stokers kennistheoretisch onderzoek gaat hij uit van hetzelfde onjuiste apriori als de immanentie-filosofïe. Hierdoor heeft hij de mogeUjkheid van het vinden van een oplossing voor de problemen op het terrein van de kennisleer teniet gedaan. Het laatste hoofdstuk gaat over Stokers „filosofische ethiek". De grondslagen van zijn opvattingen moeten gezocht worden in de „grond-ideeèn" van het „ontisch religieuze" apriori van onze Calvinistische filosofie, die volgens hem voortkomt uit de Reformatorische Theologie. stellingen 1. Prof. dr. H. G. Stoker van die Potchefstroomse Universiteit vir Christelike Hoer Onderwys, Suid-Afrika, het met sy filosofiese geskrifte 'n belangrike bydrae gelewer om die Wysbegeerte van die Wetsidee in Suid-Afrika ingang te laat vind. 12. Met die Bybelse, reformatoriese idee van die ondeurgrondelikheid van Gods werke en wee in Christus Jesus, strook ewemin die
moderne irrasionalistiese idee van die afgrondeUkheid van die waarheid en werklikheid, as wat die rasionalistiese idee van die deurgrondelikheid daarvan ooit daarmee kan strook. personalia Daniel Johannes Malan is op 25 januari 192Ü te Kimberley, Zuid-Afrika, geboren. Hij studeerde letteren en wijsbegeerte aan de universiteit van Stellenbosch, waar hij zijn B.A. en M.A. cum laude behaalde. Na zijn studie aan de Theologische Kweekschool aldaar was hij achtereenvolgens predikant in OostLonden, King William's Town, Montagu, Kerkenberg-Harrismith en BloemfonteinWest. In laatstgenoemde gemeente was hij Studentenleraar aan de Universiteit van Oranje-Vrijstaat, aan welke universiteit hij zijn studie in de wijsbegeerte voortgezet heeft. Sinds 1963 was ds. Malan tevens lector in het godsdienstonderwijs aan de Universiteit van Oranje-Vrijstaat (faculteit der opvoedkunde). De dag na zijn promotie is ds. Malan naar Zuid-Afrika teruggekeerd.
7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's