Ad Valvas 1968-1969 - pagina 162
HEirsTinioiiitEirikVi hoiizontale en vertikale discussies In de derde aflevering van deze rubriek, die voorlopig nog wel tijd van leven heeft, komt een aantal uiteenlopende zaken aan de orde. Het schijnt nog niet algemeen bekend te zijn dat het de bedoeling is dat de discussie over de nota-Posthumus zo breed mogelijk wordt opgezet aan de Vrije Universiteit. Het College van Curatoren heeft daartoe een tweetal brieven doen uitgaan naar de betrokken instanties, waarvan de strekking op het volgende neerkomt. Vóór eind februari zal getracht worden van iedere faculteit een advies over de notaPosthumus binnen te krijgen. Dat advies dient via faculteitsdiscussies tot stand te komen, waarbij Curatoren uitdrukkelijk verklaren het op prijs te stellen indien de nota in een zo breed mogelijke kring wordt besproken. De faculteitsadviezen zuUen daarna, via een „horizontale discussie" aan hoogleraren, staf en studenten worden voorgelegd. Het is wel zaak om enige haast te betrachten, want de Minister heeft al te kennen gegeven de universiteitsadviezen gaarne vóór 1 juni a.s. in zijn bezit te hebben.
keuze die de student moet kunnen maken op een gegeven moment in zijn opleiding. De student moet namelijk zélf tijdens zijn opleiding ervaren of hij geschikt is om in het wetenschappelijk bedrijf gedurende meerdere jaren werkzaam te zijn. In het begin van de opleiding kent hij de combinatie van eigenschappen, die voor wetenschappelijk werk nodig is, niet. aV: Is er in de visie van Posthumus een fundamenteel verschil tussen niet-universitair Hoger Beroepsonderwijs en de universitaire beroepsopleiding? J: De ontwikkeling kan zodanig zijn dat het verschil tussen een HTS-opleiding in de natuurkunde en de universitaire opleiding, alleen verschüt in de keuze van de te behandelen stof, maar dat de mentaliteit van de afgeleverde studenten op hetzelfde neerkomt. Posthumus schoeit de hele universiteit op de leest van een Technische Hogeschool.
Prof. Jonker: Posthumus schoeit de hele universiteit op de leest van een Technische Hogeschool.
aV: Zou niet het gehele tertiaire onderwijs - dus alle hogere beroepsopleidingen als kunstacademies, toneelscholen, sociale academies, technische opleidingen enz. èn aUe universitaire opleidingen - in één instituut kunnen worden ondergebracht? J: Dat is niet zomaar te zeggen; als voordeel zie ik dat een dergelijke structuur de student meer mogelijkheden zal bieden om van studie te veranderen, omdat in de omgeving waarin hij studeert, de informatie vanzelf tot zijn beschikking komt. Maar dan zouden er ook gemakkelijke overgangsmogelijkheden moeten bestaan. Een begaafdheid, die iemand ontdekt in zijn bezigheden buiten de studie, zou dan kunnen worden omgebouwd in een beroepsmatige bezigheid. De nadelen zullen wel liggen in de organisatievorm. Dit klemt temeer omdat de huidige moeilijkheden van de universiteit reeds samenhangen met het probleem dat men zoveel ongehjksoortige zaken binnen één verband tot zijn recht moet laten komen: dat kan alleen maar moeilijker worden. Vooral wanneer de vorming tot artistieke beroepen ook nog in die schoolse sfeer moet worden getrokken.
aV: Kan de sectie Natuurkunde een studieprogramma van vier jaar leveren? J: Een dergelijk plan is te ontwerpen, maar het zal het karakter van een universitaire opleiding hebben verloren, omdat men er dan vanuit moet gaan dat de student met een hoeveelheid basiskennis kan volstaan. Het is dan onmogelijk ruimte te vinden voor de eigen werkzaamheid van de student, zijn experimentele training en zijn groei tot een volwaardig mens. Voor een studieprogramma van vier jaar moet de stof zo beperkt worden, dat zelfs de bijvakken geschrapt moeten worden. De wiskunde voor natuurkundigen bijv. moet dan door natuurkundigen gegeven worden, op basis van het vereiste minimum. aV: Is het dienstig om in de toekomst onderscheid te maken tussen de universitaire beroepsopleidingen en de wetenschappelijke opleiding? J: Deze onderscheiding is van belang als een
de pure noodzaak en de schone schijn De discussiegang, zoals die elders op deze pagina is uiteengezet heeft voor- en nadelen. Nadelen, omdat de vertikale discussievorm (om te komen tot een faculteitsadvies) het erg moeilijk maakt Posthumus' premissen op hun houdbaarheid te toetsen en daaraan eventueel andere toe te voegen. Moeilijk juist, omdat veel critici in kranten en tijdschriften Posthumus ervan hebben beschuldigd wèl de voorwaarden voor een bloeiende universitaire samenleving te hebben onderkend, maar er in zijn voorstellen weinig rekening mee te houden. Wat de voordelen betreft, tenslotte moet er in betrekkelijk korte tijd een advies van de Vrije Universiteit naar het Departement uitgaan en aangezien de discussie over de grondslagen van de universiteit en de wetenschapsbeoefening wel een eeuwige zal bhjken te zijn is het wellicht verstandiger de voorstel-
documentatie Het Bureau Voorlichting van de VU (Provisorium) beschikt vanaf heden over een informatiemapje, dat in alle gewenste aantallen kan worden meegenomen. De faculteiten en studentenorganisaties zal een aantal ter verspreiding worden toegezonden.
Ter verlevendiging van de papieren discussie wordt in de komende Ad Valvas regelmatig een klein interview met willekeurige leden van de Civitas geplaatst. Als eerste is prof. dr. C. C. Jonker, voorzitter van de sectie Natuurkunde aan de tand gevoeld.
2
len van Posthumus in concreto op hun waarde te schatten. Tenzij het een zonder het ander onmogelijk is voor een zinvol advies. Die pijnlijke tweedeling tussen principe en praktijk, tussen het Hoofdstuk VraagsteUing en het Hoofdstuk Voorstellen van de nota, zal de discussies niet eenvoudiger maken. In punt 1.2 stelt Posthumus: „Het wetenschappelijk denken heeft de taak Dm de toereikendheid van oude levensgewoonten te onderzoeken. Het stelt niet: „zo is het" en „zo doe je dat", maar vraagt „is het zo?" en „hoe doe je dat?" Het is een ergernis en een dwaasheid voor wie zijn vooroordelen, voorschriften, zekerheden, stereotypen en instituties liefheeft. Het brengt een stoornis in het leven van de enkeling en een omwenteling in het maatschappelijk bestel. Die processen verlopen, sinds het begin van de tweede wereldoorlog, snel, versneld en ingrijpend. Deze omschrijving bepaalt tevens de doelstelling van alle onderwijs, dat uitgaat boven het overdragen van kennis en kundigheden en dat naast het „leren" en het „leren leren" ook het „leren vragen" beoogt. Studeren, ook in de zin van „zich voorbereiden voor een examen" is daarom een autonome en actieve functie van de Ihenselijke geest. Alle studie is in de eerste plaats zelfstudie, zelfwerkzaamheid, eigen verantwoordeUjkheid. Universitair onderwijs zou meer het karakter moeten dragen van „begeleiding" dan dat van „opleiding"; het moet mondige en intelligente mensen brengen tot zelfontplooiing. De student moet geen object van onderwijs en beoordeling zijn, maar deelgenoot." Zijn deze overwegingen te combineren met de exacte voorstellen zoals die in Hoofdstuk 3, punt 9, naar voren komen? Of, om bij de vorige vraagstelling aan te sluiten, dient men de beoordeling van de uitgangspunten achterwege te laten, terwille van de efficiency? Een korte samenvatting van de meest kenmerkende voorstellen: - Het kandidaatsexamen wcrdt afgeschaft. Na een jaar studie een propedeuse, waarna in drie jaar het doctoraal examen volgt. Daarna kan men worden aangesteld als assistent-onderzoeker ter voorbereiding van een promotie, of in sommige gevallen een aanvullende beroepsopleiding volgen (artsen, tandartsen, leraren). - ledere student heeft het recht om éénmaal elk van de onderdelen te volgen. Na overschrijding van een bepaalde tijdsduur (twee jaar voor de éénjarige propedeuse, vier jaar voor de driejarige doctoraalstudie) vervalt het recht om langer gebruik te maken van onderwijs- en studentenvoorzieningen;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's