Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 123

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 123

6 minuten leestijd

Een economische orde wordt vooral bepaald door de graad van centralisatie en decentralisatie in de beslissingen over produktie en prijzen in de gehele volkshuishouding. Er bestaan minstens vier economische convergentietheorieën; zij beschrijven en verklaren convergentie van economische ordes als gevolg van respectieveüjk: gelijkheid der doeleinden van economische politiek, evolutie der doeleinden van economische politiek, technische noodzaak en de zogenaamde revolutie der managers. Convergentie als gevolg van gelijke doeleinden der economische politiek is verondersteld door onze landgenoot J. Tinbergen. De doeleinden van de Sowjet-Unie in de z.g. fase van het socialisme bestaan in het streven naar gemeenschapseigendom van de produktiemiddelen en naar een centraal geleide ontwikkeling van de volkshuishouding. Wanneer Tinbergen de ideologische elementen uit de Sowjet-Russische doeleinden elimineert, meent hij de afschaffing van de uitbuiting op één üjn te kunnen stellen met het Westelijk streven naar een zekere nivellering van de inkomensverschillen terwijl hij de centraal geleide ontwikkehng van de volkshuishouding reduceert tot de Westelijke doelstelUng: economische groei. Vervolgens bewijst Tinbergen dat er, bij een gegeven combinatie van doeleinden, maar één economische orde bestaat waarin deze doeleinden optimaal worden gerealiseerd. De optimale economische orde noemt hij: het optimale regime. Aangezien de economische doeleinden van Rusland zowel als die van het Westen volgens Tinbergen op hetzelfde neerkomen, is het optimale regime voor beide landen nagenoeg gelijk. Wanneer Tinbergen het regime in de SowjetUnie met dit optimale regime vergelijkt, blijkt dat teveel besluiten op centraal niveau worden genomen. Bij de Atlantische regimes blijkt het omgekeerde: teveel besluiten worden op laag niveau genomen. Het optimale regime bestaat in een mengvorm tussen beide stelsels en daarom zullen zowel de Atlantische volkshuishoudingen als de Oosteuropese zich langzamerhand naar dit optimum toe bewegen, niet uit behoefte om eikaars structuren te copiëren maar louter als een consequentie van negatieve ervaringen met de eigen economische orde. Tegen Tinbergens hypothese, dat de doeleinden in Oost en West reeds op dit moment bij benadering gelijk zijn, hebben vele critici zwaarwegende bezwaren ingebracht. Het is echter niet uitgesloten, dat de doeleinden van Oost en West weliswaar momenteel van elkaar verschillen, doch naar elkaar toe evolueren. Wanneer een zodanige evolutie van doeleinden plaats vindt, kan dit een convergentie van economische ordes tot gevolg hebben. Convergentie kan ook plaats vinden uit technische noodzaak. Volgens de SowjetRussische econoom Dorodnicyn neemt het aantal betrekkingen tussen objecten van economische planning evemedig toe met het kwadraat van het aantal van deze objecten. Als hij dan de groei van het aantal Produkten in de Sowjet-Unie in ogenschouw neemt, komt hij tot de conclusie dat de taak van de sowjetplanning thans 1600 maal zo complex is als in 1928. Hieruit volgt, dat de uitbreiding van het aantal produkten noodzakelijkerwijs gepaard moet zijn gegaan met een zekere decentralisatie omdat de capaciteit, de pro-

duktie op centraal niveau te begroten, begrensd is door knelpunten van administratieve en organisatorische aard. Convergentie door de revolutie der managers is als hypothese geformuleerd door Bumham De hypothese behelst dat er in alle bedrijven ter wereld een toenemende scheiding ontstaat tussen eigendom en beheer. De bewindvoerders der bedrijven kunnen, door hun grote kennis van zaken, de formele eigenaren van het bedrijf in een door hen gewenste

richting beïnvloeden. Dit gaat in de Atlantische volkshuishoudingen ten koste van de invloed der aandeelhouders, in Zuid-Slavië ten koste van de betekenis der arbeidsraden en in de Sowjet-Unie ten koste van de macht der Communistische Partij. Het laatste woord over de convergentietheorie is zeker nog niet gezegd. In elk geval leidt de discussie over deze theorie tot een dieper inzicht in de verschillende economische stelsels. Drs. J. van den Doel

PROGRAMMA OPENBAAR CONGRES woensdag 15 januari 1969 VRIJE GEMEENTE, v. d. Boechorststraat 26, Buitenveldert. 14.00 uur Inleiding door prof. dr. jhr. F. A. M. Alling von Geusau. 14.15 uur Openingslezing door prof. dr. J. Tinbergen over „The future relations between the countries of Eastern and Western Europe, in relation to the social-economic developments in those countries." LUTHERSE KERK, hoek Spui/Singel. 21.00 uur Lezing door prof. Alec Nove, uit Glasgow, over: „New economie politics in Eastern Europe." Na afloop discussie. Prof. Nove is een deskundige van wereldformaat op het gebied van de economieën van communistische staten. donderdag 16 januari 1969 LUTHERSE KERK 20.00 uur Lezing door dr. Snejdarek over „The Czechoslovakian way to socialism." Dr. Snejdarek is directeur-generaal van het Instituut voor Internationale Politiek en Economie te Praag. Lezing door André Fontaine over „Sociahsm and Democracy in Eastern Europe." André Fontaine is hoofdredacteur van Le Monde in Parijs. Na afloop discussie. vrijdag 17 januari 1969 LUTHERSE KERK 20.00 uur Afsluitend Panel onder voorzitterschap van prof. dr. jhr. F. A. M. Alting von Geusau waarin drie Oosteuropeanen en twee Westeuropeanen zitting zullen hebben. DEELNEMERS HONGARIJE: prof. dr. 1. Bognar, prof. dr. Friss. POLEN: prof. dr. Leopold Leidler, prof. dr. Wladyslaw Markiewics, prof. dr. Remigiusz Bierzanek. JOEGOSLAVIË: prof. dr. N. Katicic, prof. dr. Stojanovic, dr. R. Vukadinovic, mr. B. Vukas. TSJECHOSLOWAKIJE: prof. dr. Hromadka, dr. A. Snejdarek, ir. Minar, dr. V. Bernasek, ir. D. Tomcik. FRANKRIJK: André Fontaine, prof. Pierre Hassner, dr. Jean Laloy. ENGELAND: prof. Alec Nove, dr. Heinz Neudecker. OOSTENRIJK: dr. Peter Knirsch. ZWITSERLAND: prof. Louis Halle. VERENIGDE STATEN: prof. W. Feld. NEDERLAND: prof. dr. jhr. F. A. M. Alting von Geusau, dr. P. R. Baehr, prof. dr. E. H. van der Beugel, ^rof. dr. J. Bezemer, dr. S. W. Couwenberg, mr. J. C. Heldring, prof. dr. D. Kokkini-Iatridou, prof. dr. P. H. Kooymans, prof. dr. H. Linnemann, prof. dr. K. van het Reve, prof. dr. J. Tinbergen, dr. Bartalic, jhr. drs. G. van Benthem van den Berg. MOGELIJKE DEELNEMERS HONGARIJE: prof. dr. Agnes HeUer, prof. dr. A. Hegedus, prof. dr. L. Bati. JOEGOSLAVIË: prof. dr. M. Bartos. ROEMENIË: prof. dr. N. Candea. ENGELAND: dr. Philip Windsor, dr. John Pinder. DUITSLAND: dr. Theo Sommer, prof. Gerda ZeUentin. D.D.R.: dr. A. Kolesnyk, prof. Stefan Doernberg. BELGIË: prof. Max Kohnstamm, prof. J. Lukaszewski. ZWEDEN: prof. Gunnar Myrdal. NOORWEGEN: prof. Johan Galtung. NEDERLAND: dr. M. J. Broekmeyer, prof. dr. R. Hooykaas, prof. dr. G. Kuypers, prof. dr. jhr. H. F. van Panhuys, prof. dr. A. J. P. Tammes, prof. dr. J. Geertman, drs. J. P. Pronk, prof. dr. A. Lijphart, prof. dr. Z. R. Dittrich, prof. dr. B. Landheer, prof. dr. H. Daudt, prof. dr. C. A. van Peursen, mr. M. van der Stoel, mr. C. A. Bos, H. J. Neuman, W. L. Brugsma.

3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968

Ad Valvas | 330 Pagina's

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968

Ad Valvas | 330 Pagina's