Ad Valvas 1968-1969 - pagina 231
o-e^.'^A f^i^\
ad valvas
WEEKBLAD VAN DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE UNIVERSITEIT
16e JAARGANG Nr. 25 18 aprU 1969
INMEMORIAM: PROF. DR. F.L. VAN MUISWINKEL CHEMISCHE EVOLUTIE
Op 27 maart jl. is in de leeftijd van 64 jaar overleden prof. dr. F. L. van Muisvnnkel, hoogleraar in de bedrijfshuishoudkunde in de Economische Faculteit. Hij was van deze faculteit in dienstjaren de oudste gewone hoogleraar, die haar vanaf haar oprichting in 1948 heeft gediend. In Van Muiswinkel is ons een markante persoonlijkheid ontvallen. Het is wellicht goed dit nader te adstrueren door op enkele kanten van deze veelzijdige mens beknopt de aandacht te vestigen. Van Muiswinkel was een bedrijfseconoom, die zich niet in zijn studeerkamer opsloot, al vertoefde hij daar vaak. Hij bewoog zich intensief op het brede terrein van het bedrijfsleven, en gaf aan verschillende ondernemingen door zijn adviezen mede richting en stimulans. De aldus verworven kennis en inzicht werden echter steeds dienstbaar gemaakt aan wat hij bepaald als zijn eigenlijke taak zag: het hoogleraarschap. Zijn colleges hadden naar mijn indruk een zekere directheid, die bij de door hem behandelde onderwerpen van kostprijs en externe organisatie paste. Zij werden verlevendigd door aan de praktijk ontleende voorbeelden. De typisch abstracte beschouwingen hadden niet zijn eerste belangstelling; Van Muiswinkel was er vooral op bedacht de praktijk te dienen en zo zijn studenten te vormen. Toch verwaarloosde hij de theorie bepaald niet. Zijn publicaties, vooral het diepgravende artikel over de theorie van de vervangingswaarde, leggen daarvan getuigenis af. Het is hier niet de plaats, en ik ben daarvoor trouwens ook niet de geschikte persoon, om van zijn vele publicaties verslag te doen en er een beoordeling van te geven. Slechts noem ik nog zijn boeken; „Handel, Markt en Beurs" en „De Handelsonderneming", die zeer veel drukken beleefden. Op deze wijze bereikte Van Muiswinkel een nog veel grotere groep van personen dan zijn eigen studenten, zodat hij in wijde kring invloed heeft uitgeoefend. Het beeld van de hoogleraar Van Muiswinkel is met het voorgaande bepaald onvoldoende belicht. In de faculteit heeft hij ook door zijn menselijke kwaliteiten grote invloed uitgeoefend. Hij had levendige belangstelling voor het wel en wee der studenten, en bleef hen zo goed mogelijk volgen nadat zij
waren afgestudeerd. Hoe verheugd kon hij melding maken van de goede carrière van oud-studenten. In het overleg over het studieprogramma, dat on de facultiets- en commissievergaderingen regelmatig plaats vond in de loop der jaren, kwam hij steeds op voor de belangen der studenten. Hij had een zeer fijn ontwikkeld gevoel voor wat wel en niet mogehjk was, en waarschuwde steeds voor te overladen programma's en te hoog opgeschroefde eisen. Van Muiswinkel was een in vele opzichten rijk gezegend mens. De snoeren waren hem in liefelijke plaatsen gevallen, en hij wist dat ook en was er dankbaar voor. Hij genoot van al het goede, dat hij in zijn gezin en werk mochtontvangen. Toen ik hem tijdens zijn laatste ziekte, kort voor zijn sterven, bezocht, bleek dit ook duideUjk. Hij hoopte zeer op verlenging van zijn leven. Hij maakte echter ook duidelijk door het citeren van Psalm 23, hoezeer hij zich bewust was van de mogelijkheid van de naderende dood, en hoe sterk hij op God vertrouwde. Hij wist dat zijn plaats in het Vaderhuis was bereid. Als leermeester, collega en vriend hebben wij Van Muiswinkel dan ook eigenlijk niet verloren. Hij is ons voorgegaan, en zijn voorbeeld blijft bij ons levend. F. de Roos.
Op 21 maart heeft dr. H. Loman zijn ambt van lector in de biofysische chemie aanvaard met een openbare les onder de titel: „chemische evolutie". korte samenvatting: Na een korte historische inleiding, waarin de theorie van de generatie spontanea en de theorie van de eeuwigheid van het leven werden genoemd, kreeg een aantal chemische experimenten, dat de laatste twintig jaren in verschillende researchcentra is uitgevoerd met als achtergrond de hypothese dat leven het gevolg is van ordening van de materie zelf, uitvoeriger aandacht. Uitgangspunten voor het onderzoek waren: a). de oorspronkeUjke aardatmosfeer bestond uit methaan, ammoniak, waterdamp en een weinig vrije waterstof; b). de sleutelmoleculen voor het huidige leven, de eiwitten en de nucleinezuren, waren ook van fundamentele betekenis voor het ontstaan van leven. Aangetoond werd dat door de introductie van energie in de oeratmosfeer uit energiebronnen die de aarde ongeveer 4 ä 5 miljard jaar geleden ter beschikking stonden ultraviolette zonnestraUng, electrische ontladingen (bUksem), straling van radioactieve stoffen aan de aardoppervlakte, thermische energie (vulkanen) — vrijwel alle bouwstenen (aminozuren, suikers, organische stikstofbasen) van 's levens sleutelmoleculen kunnen ontstaan. Ook de aaneenrijging van deze bouwstenen tot eenvoudige, op eiwitten en nucleinezuren lijkende grotere eenheden is onder simpele condities mogelijk, maar er wordt nog gezocht naar meer efficiënte vormingswij zen die een duidelijker prebiotisch karakter dragen. Het opvallende aan de op deze wijze ontstane grote moleculen is dat de bouwstenen er maar niet in een willekeurige volgorde in voorkomen, maar dat voorkeursrangschikkingen blijken op te treden. Onder bepaalde omstandigheden bUjkt het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's