Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 250

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 250

7 minuten leestijd

(^ b. De stagiair Het proefschrift wordt mede beoordeeld door coreferenten van andere universiteiten of hogescholen Bij een gunstig oordeel, ook over de assistentswerkzaamheden wordt de gepromoveerde m de gelegenheid gesteld een stage elders van max 2 jaar door te brengen De stage is evenals de promotie absolute voorwaarde voor opneming in vaste dienst in het wetenschappelijk corps c. Wetenschappelijk (Hoofd) medewerker Mede naar aanleiding van het stagerapport wordt besloten of betrokkene in aanmerking komt voor aanstelhng in vaste dienst m de rang van rector, hetzij als wetenschappelijk (hoofd) medewerker voor max 2 jaar in tijdelijke dienst d. Lector De personen die in aanmerking komen voor het lectorschap, nemen hiermede hun aanloop tot het hoogleraarschap De selectie doent streng te zijn, om frustratie in de toekomst zoveel mogehjk te voorkomen Er dient open competitie te zijn, o a door oproep per advertentie Benoeming door Curatoren met goedkeuring van de Minister IS gewenst en het aantal plaatsen wordt be paald door de begrotongsformatie De geselecteerden, ook ZIJ die om formatieredenen voorlopig niet geplaatst kunnen worden, ontvangen een getuigschrift, waaruit bhkt dat zij voor hogere functies geschikt zijn verklaard Aan de lectoren die kennelijk aan de verwachtingen voldaan hebben, wbrdt na verloop van ongeveer 8 jaar, bij besluit van curatoren de titel „toegevoegd hoogleraar" gegeven, waaraan verbonden de bevoegdheden van het hoogleraarschap, met uit zondering van de benoembaarheid in decanaat en rectoraat e. Gewoon hoogleraar ZIJ hebben een coördinerende en representatieve taak in de organisatie van onderwijs en onderzoek Hun aantal zal belangrijk minder kunnen zijn dan dat van het bestaande hooglerarencorps, aangezien het vak, dat zij behartigen, van centrale betekenis moet zijn, hetgeen ook een benoeming door de Kroon rechtvaardigt, als uitdrukking van goedkeuring van de leerstoel m de formatie van de universiteit

wijze kan worden vervuld, voor wat de wetenschappehjke aspecten betreft, werkt met alleen extern, maar heeft ook intern betekenis Zij kan, waar nodig, de zelfkritiek van de onderzoeker activeren Het bestuursreglement is de geëigende plaats, waar deze taak nader kan worden geregeld Over de besluitvorming in de groep zegt de commissie het volgende De leden van de groep, waarin de conservatoren en instructeurs (de twee categorieën, die m de promotierace ergens zijn blijven steken) adviserend hd zijn, verkeren in een gelijkwaardige positie, met als verschil dat slechts de hoogleraren en lectoren deel uit maken van faculteit en subfaculteit(en) De groep beslist als collectief, m de regel onder leiding van de gewoon hoogleraar De voorzitter wordt benoemd door curatoren op voorstel van de groep en gehoord door de faculteit Hij is m de regel degene die de kernleerstoel van het vak bezet De voorzitter is ervoor verantwoordelijk dat^ie besluiten van de subfaculteit correct door de groep worden uitgevoerd Jegens de groep IS hij verantwoordehjk voor de uitvoering van de daar genomen besluiten I.A.O.C. Over het rapport van de Commissie Van Os IS door het Interacademiaal Overleg van Stafconventen (lAOC) en door de StafraadVU beide een commentaar uitgebracht, dat vooral op het punt van de groep als kleinste orgamsatorische eenheid ingaat Het lAOC merkt te dien aanzien op dat dit punt het meest positief te waarderen idee van het rapport is Tegen de uitwerking van de groepsidee wordt echter een aantal bezwaren gemaakt a Wat betreft de te vervullen taken Sommige leden vragen zich af welke argumenten kunnen worden aangevoerd voor het handhaven in deze tijd van het begrip leerstoel Zij zijn van mening dat deze in stelling slechts krachtens gewoonte bestaat en dat het in een groep van uiteenlopende gespecialiseerde deskundigen steeds moeihjker zal worden er een te vinden die wer kelijk het gehele vakgebied beheerst De voorgestelde functies van conservator en mstructeur zijn zo onaantrekkelijk en er wordt hen door het voorgestane selectiesysteem zodanig het odium van kneusjes opgedrukt dat dit voorstel onaanvaardbaar 'S

DE GROEP Daarmee is het grootste probleem (pt 1 hierboven) nog niet opgelost De Cie Van Os gaat daarop in bij de bespreking van „de groep" als kleinste eenheid m de universitaire organisatie „Vooral m de groep kan het door de commissie voorgestane beginsel van collectieve verantwoordelijkheid en dat van „emancipatie" van de wetenschappelijke staf volledig tot zijn recht komen", aldus de Commissie De groep wordt gevormd door alle bij het vak van een kernleerstoel betrokken leden van de wetenschappelijke staf Als belangrijkste taak van de groep ziet de Commissie de evaluatie van de resultaten van onderwijs en onderzoek en de uitoefening van de voortgangscontrole op de eenmaal goedgekeurde plannen, die in uitvoering zijn „Op deze verantwoordelijkheid kan met nadrukkelijk genoeg worden gewezen Deze verantwoordmgsphcht, die alleen in het verband van de groep op deskundige

4

b Wat betreft de rangen Uit het beginsel van de groep volgt niet noodzakelijk dat de leden in een hierarchische verhouding tot elkaar zouden moeten staan Binnen het wetenschappelijk corps zal geen hierarchische rangendifferentiatie moeten bestaan, maat een differentiatie naar de diverse taken Het beginsel dat de emancipatie van de wetenschappelijke staf vooral en aUeen m de groep volledig tot zijn recht moet komen wordt een te beperkt doel geacht en is bovendien m de voorgestelde uitwerking nog onvoldoende tot uitdrukking gebracht Tegen de hoogleraar als vaste voorzitter van de groep die alle verbindingslijnen naar hogere bestuurshchamen beheerst bestaan grote bezwaren De waarde van het overleg in de groep en de collectieve verant woordelijkheid worden in feite teniet gedaan door de van bovenaf opgeletde leiding van een superhoogleraar die nog grotere bevoegdheden en macht zal krijgen dan thans reeds het geval is

STAFRAAD-VU De Stafraad-VU voegt m haar commentaar daaraan toe Dat de „nieuwe structuur" zich zo nauw mogehjk aansluit bij de bestaande toestand bhjkt o m uit de zeer centrale positie, die aan de gewoon hoogleraar wordt toegewezen Als de commissie voorstelt „De voorzitter (van de groep) wordt benoemd door Curatoren op voorstel van de groep en gehoord de faculteit" dan ontkracht ze dat door de erop volgende zinsnede „Hij is degene die de kernleerstoel van het vak bezet" Dan zou de groep - om invloed te hebben op het voorzitterschap van de groep - ook invloed moeten krijgen op de bezetting van de kernleerstoel Veel zinmger hjkt het echter om het voorzitterschap van de centrale leerstoel te scheiden en minstens een roulering in te stellen, waaraan in beginsel alle toegevoegde hoog leraren en/of lectoren deelnemen De Stafraad-VU heeft op nog een ander punt diepgaande kritiek op de strekking van het rapport Van Os, en wel t a v de voorgestelde selektieprocedure De hele hiërarchie en selectie, aldus de stafraad, zijn toegespitst op een Soor „survival of the fittest" m de wetenschappelijke zin van het woord Er wordt begonnen met een te halveren jonge aanplant (de wetenschappehjk assistenten) Zij die onder weg afvallen, zijn (volgens het rapport Van Os) „onder de maat", „moeten afvloeien", „kunnen een eenvoudige onderwijstaak blijven vervullen", hebben „geheel gefaald" en kunnen „uit eigen beweging ontslag nemen" Afgezien van de vraag of het concurrentiekhmaat, dat door deze struktuur geschapen wordt nu wel zo heilzaam is voor de sfeer aan de Universiteit gezien haar functie als vormings- en onderwijs instituut voor jongeren - quod non , moet bovendien ter discussie gesteld worden of een op deze wijze ,,geladen" selectiestructuur als zodanig wel past op de funkties die dit instituut in zijn geheel — b v volgens de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs - dient te vervullen Het laat zich ook denken dat men eerst nagaat hoeveel docenten, research-medewerkers, konservatoren en Instrukteurs men bij een bepaald groeiniveau van de fakulteit nodig heeft en vervolgens nagaat hoe men deze funkties door gekwalificeerd personeel kan laten bezetten In beide gevallen zal in een vroeg stadium een goede selektie plaats moeten vinden Hierbij zal echter met alleen het criterium van de hoogleraarin-de-dop moeten worden gehanteerd, maar ook dat van de goede konservator, researchmedewerker en Instrukteur De commissie acht het niet zijn taak om een alternatief model aan te bieden, maat wil hier wel stellen dat h i ten onrechte alle wetenschappelijke assistenten in het gehele selektieproces op dezelfde (slechts op een functie betrekking hebbende) kenmerken geselekteerd en beoordeeld worden Het hjkt daarom noodzakehjk om van de aanvang af tenminste twee of drie categorieen in beginsel te onderscheiden a leraren op hoog niveau, b wetenschappelijk zeer creatieven, c managers met inzicht m en kennis van de betroffen wetenschappen Het hjkt gewenst om een dergelijk model verder uit te werken dV

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968

Ad Valvas | 330 Pagina's

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 250

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968

Ad Valvas | 330 Pagina's