Ad Valvas 1969-1970 - pagina 362
ziekleer ten goede komen, indien met gebruikmaking van moderne technische hulpmiddelen een verband zou worden gelegd tussen de subjectieve waardering en een objectieve karakterisering van deze expressiemogelijkheid. 10. Na het serveren dient de koffie, indien niet direct genuttigd, onmiddellijk te worden gemengd met de gewenste hoeveelheid koff leroom ten einde afkoeling zoveel mogelijk te beperken,
GENEESKINQIGE QONFflONTATlE METdEdOOQ
personalia Jan Johan van Rooijen werdop 20 november 1935 te Steenwijk geboren. Hij studeerde wiskunde en natuurwetenschappen aan de Vrije Universiteiten legde m 1961 het doctoraal examen af Sinds 1963 is hij als F.O.M.-medewerker verbonden aan de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen. Zijn adres luidt Amstelveenseweg 139 hs, Amsterdam.
TEQHNE EN LOGOS Dr. P. G. Smelik, benoemd tot gewoon hoogleraar in de faculteit der geneeskunde voor het onderwijs in de farmacologie, heeft op 13 maart zijn ambt aanvaard met het uitspreken van een rede getiteld: "Farmacologie tussen technè en logos". Hierna volgt een korte samenvatting van de oratie. De snelle ontwikkeling van de farmacotherapie IS mogelijk geworden door de enorme toename van kennis op fysiologisch en biochemisch terrein. Verdere ontwikkeling van de farmacotherapie zal ook steeds afhankelijk zijn van de resultaten van de fundamentele farmacologische research. Helaas is in ons land het fundamenteel geneeskundig onderzoek sterk verwaarloosd. De belangrijkste oorzaak hiervan is een te grote aandacht voor de technische aspecten ("hoe doe ik dat^", waardoor de medische opleiding te zeer een vakopleiding dreigt te worden. Het IS echter van groot belang dat de universiteit als alma mater van de wetenschap zich primair richt op de vorming van een kritisch-wetenschappelijke instelling ("waarom die ik d a t ? " ) . Bovendien behoort zij zich te beschouwen als het instituut bij uitstek, waar fundamentele research bedreven kan en moet worden. Het waarlijk universitaire karakter van een farmacologisch laboratorium zal dan ook tot uiting moeten komen m o.m. de volgende taken a) medische studenten moeten met fundamentele research m aanraking worden gebracht, b) vorming tot een objectief kritisch evalueren van de waarde en het gebruik van geneesmiddelen, c) het experimentele onderzoek zal een multidisciplinair karakter moeten dragen, waarbij verdere integratie van de basiswetenschappen nagestreefd moet worden, d) samenwerking met de kliniek zal moeten bijdragen t o t de ontwikkeling van geneeskundig onderzoek als taak van de gehele medische faculteit, e) aandacht zal moeten worden geschonken aan de bezinning op de taak en de grenzen der wetenschap, waarbij de ethische implicaties van de eigen vakwetenschap niet verwaarloosd mogen worden.
Dr. C. van der Meer,benoemd tot gewoon hoogleraar m de faculteit der geneeskunde voor het onderwijs in de inwendige geneeskunde, heeft op 20 maart zijn ambt aanvaard met het uitspreken van een rede getiteld "Geneeskundige confrontatie met de dood". Zijn oratie vindt u hieronder kort samengevat. Een duidelijk verschil tussen christen-arts en niet-christen-artszal blijken m de geneeskundige confrontatie met de d o o d . In het ziekenhuis is het de internist die het meest met de dood in aanraking komt. Onderscheid w o r d t gemaakt in de vermijdbare en de onvermijdelijke d o o d . Vermijdbare dood kan acuut zijn, d.w.z. er is een kort stervensproces dat tot de dood leidt, tenzij van buiten af snel w o r d t ingegrepen. Dit ingrijpen nu IS reanimatie. De resultaten van reanimatie worden beschouwd. Van alle gereanimeerden op de interne afdeling wordt tenslotte 12.7% levend uit het ziekenhuis ontslagen. De vraag of altijd tot reanimatie moet worden overgegaan w o r d t ontkennend beantwoord. Indien reanimatie met slaagt doet zich het probleem voor, hoe de dood bij de patient geconstateerd kan worden. De hedendaagse criteria gaan voornamelijk uit van een vast te stellen hersendood. Met de acute onvermijdelijke dood w o r d t de arts geconfronteerd indien een reanimatiepoging niet slaagt. Het probleem dat Den Otter heeft opgeworpen of de arts als wetenschapsbeoefenaar met de plicht heeft, indien vaststaat dat hersendood is ingetreden, onderzoekingen te doen op de zieke, die hij dan beschouwt als een menselijk preparaat, wordt op praktische en ethische gronden voorlopig afgewezen. Een zelfde probleem doet zich voor bij de orgaantransplantatie. Er moet wel hersendood van de donor zijn, maar het te transplanteren orgaan moet nog in leven zijn. Dit geeft een groot dilemma, dat moeilijk op te lossen zal zijn. In werkelijkheid zal d i t probleem geen grote omvang aannemen omdat het aantal werkelijk geschikte organen slechts een fractie zal zijn van de behoefte
B,ij de chronische vorm van onvermijdelijke dood komt het christen-zijn van de arts onmiskenbaar t o t uiting. Het gaat om de begeleiding van de stervende patient. De vraagstukken die zich hierbij voordoen kan de arts alleen vanuit zijn eigen overtuiging benaderen. Zo w o r d t m het kort gesproken over het vertellen van de waarheid aan deze patiënten, de benadering van hen en het probleem of de arts ook de taak heeft het leven van de ongeneeslijke patient te rekken, waarbij gerefereerd w o r d t aan de uitspraak van PausPius XII. Het standpunt w o r d t ingenomen dat de arts mag afzien van alle niet verlichting gevende therapie. In wezen is d i t passieve euthanasie. De grens van het toelaatbare zal tussen de actieve en de passieve euthanasie in liggen, de toepassing van de euthanasie, die Van den Berg voorstaat, daarin bijgevallen door Kuitert, w o r d t afgewezen.
Tenslotte w o r d t een pleidooi voor een nieuwe medische ethiek in de zin van uitbouw en bezinning op nieuwe problemen ondersteund, waarbij er op gewezen w o r d t dat het geen overdaad zou zijn als de bestuurderen van de Vrije Universiteit de mogelijkheid zouden scheppen een bekwaam geleerde aan te trekken die zich, in samenwerking met de artsen in de praktijk, kan bezighouden met deze vraagstukken. De invloed van het christendom op het medisch-ethisch denken is in het verleden zeer groot geweest en het zou nuttig zijn indien de Vrije Universiteit zich intensief zou kunnen bezighouden met de ontwikkeling van deze fundamentele problematiek m zijn volle omvang.
RAPPORTEN DISCUSSIEGROEPEN VU-trecht 16/2/70
Op de extra VU-dag te Utrecht is op voorstel van enkele aanwezigen besloten de schriftelijke rapporten van de verschillende discussiegroepen te bundelen en voor belangstellenden beschikbaar te stellen. Dit Is inmiddels gebeurd: het bundeltje kan schriftelijk worden aangevraagd bij de Afdeling Landelijke Organisatie, Provisorium.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's