Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 37

7 minuten leestijd

senaat OVGP nota posthumus:

bewondepmg Het senaatsadvies over de nota van de regeringscommissaris voor het weten­ schappelijk onderwijs, prof dr. K. Posthumus, „ D e Universiteit, doelstellingen, functies, structuren" (ais bijlage bij de tekst van de „lotgevallen­rede" gevoegd), menen wij hier­ onder in extenso te moeten opnemen. Prof. de Gaay Fortman zei er in zijn rede over Het advies van de senaat is als bijlage aan deze rede toegevoegd. Naast bewondering en waar­ dering voor opzet en uitwerking van de nota heeft de senaat in zijn advies op een aantal punten principiële critiek geoefend. Zo heeft hij gewezen op een zekere discrepantie tussen de algemene beschouwingen in het eerste deel van de nota en de concrete voorstellen in het tweede deel. Ernstig bezwaar heeft hij ge­ maakt tegen het voorstel voor alle studie­ richtingen — met uitzondering van die m de faculteit der geneeskunde — een uniforme cursusduur m het Academisch Statuut vast te leggen. Erkennende, dat naar bekorting van de studieduur moet worden gestreefd, heeft de senaat aandacht gevraagd voor het belang van het behoud van wat de kern is van de universi­ taire vorming het aanwijzen van de samen­ hang der dingen, het richten van de aandacht op de grote vragen, die m de geschiedenis aan de orde zijn geweest en die de eigen t i j d stelt en het combineren van het onderwijs in de gekozen studierichting met algemene ont­ wikkeling en vorming. De senaat zou er de voorkeur aan geven, wanneer de cursusduur op basis van overleg tussen de faculteiten in ruime samenstelling door middel van de secties van de Academische Raad voor elke studierichting afzonderlijk m het Academisch Statuut zou worden vastgelegd, rekening houdende met de door hem aangegeven algemene gezichtspunten. het advies 1 De minister van Onderwijs en Wetenschappen heeft aan de instellingen van wetenschappe­ lijk onderwijs doen weten, dat hij de adviezen dier instellingen over de nota­Posthumus langs twee wegen wilde zien vastgesteld, nl. verticaal door de faculteiten, horizontaal door de senaten. De senaat meent, dat deze wijze van behandeling er toe moet leiden, dat hij zich beperkt tot de meer algemene vraagstukken, die m de nota aan de orde komen. Op de consequenties van aanvaarding van de in de nota gedane voorstellen voor de verschillende studierichtingen gaan de faculteiten in haar adviezen gedetailleerd m. Om te beginnen wil de senaat, hoewel hij op een aantal punten principiële critiek heeft, gaarne zijn bewondering uitspreken voor de nota van de regeringscommissaris. Deze be­ tuigt van diepgaande kennis van en inzicht m de problematiek van het wetenschappelijk onderwijs. De grote verdienste van de nota is ongetwijfeld, dat zij binnen het bestek van een met te uitgebreide monografie de pro­ blematiek van het wetenschappelijk onder­ wijs samenvattend behandelt en voorstellen tot een nieuwe opzet van dat onderwijs doet, die door een centrale gedachte gedragen worden.

2. Hoewel de titel der nota wijst in de richting van een behandeling van het vraagstuk van de universiteit in haar geheel, b l i j k t zij zich te beperken t o t twee deelvraagstukken, dat van de herstructurering van onderwijs en onder­ zoek en dat van het beoordelingsstelsel. Deze beperking is verklaarbaar en aanvaardbaar. Immers de nota vindt kennelijk haar aan­ leiding m het de laatste jaren verbluffend snel stijgend aantal studenten en m de moeilijk­ heid het zich ook anderszins snel uitbreidend wetenschappelijk onderwijs en onderzoek op adequate wijze te financieren. Over het finan­ cieringsvraagstuk w o r d t merkwaardigerwijze weinig gezegd, maar dat het mede een aan­ leiding t o t het opstellen van de nota is ge­ weest, IS uit hetgeen aan de opdracht aan de regeringscommissaris is voorafgegaan onmis­ kenbaar.

De universKeK

doelstellingen functies structuren

IH[|[|[] 1

ECB [ CHI] nna ] [ EDn

«[laa

CEHHI

In de nota treft een zekere tweeslachtigheid De algemene beschouwingen geven een goede uiteenzetting van de taak der universiteit en de doelstellingen van het wetenschappelijk onderwijs. De voorstellen in het tweede deel van de nota sluiten daarop niet in alle op zichten consequent aan. In hun uniformiteit doen ZIJ geen recht aan de gevarieerdheid van het academische onderwijs. Tevens schijnen ZIJ te zeer te tenderen in de richting van een overwegend op de practijk gerichte opleiding. Wellicht IS deze discrepantie een gevolg van het feit, dat de nota weliswaar geschreven is door en toegerekend moet worden aan de­ regeringscommissaris, doch dat deze bij de voorbereiding advies heeft ingewonnen van een groep van deskundigen van onbekende samenstelling, in wier midden uiteraard ver­ scheidenheid van gevoelen aanwezig zal zijn geweest.

4. Met instemming nam de senaat kennis van de uitspraak van de regeringscommissaris, dat onderwijs en onderzoek binnen de universiteit verbonden behoren te blijven. Het gevaar dreigt, dat men de universiteit gaat beperken t o t een instelling van weliswaar het hoogste maar toch niet meer dan beroepsonderwijs. Daartegen biedt de nota verweer „Universitair onderzoek en universitair onder wijs zijn schering en inslag van hetzelfde weefsel. Hun draden kunnen worden onder­ scheiden, ZIJ kunnen niet worden gescheiden zonder vernietiging van de structuur" (blz.11). In aansluiting op deze stelling w o r d t terecht de aandacht gevestigd op het betekenisvolle feit, dat het universitair onderzoek geschiedt los van beïnvloeding door enig economisch of politiek belang ,,De verwaarlozing van het belangeloze, niet op onmiddellijke toepassing gerichte, universitaire onderzoek zou leiden tot onherstelbare schade aan het Nederlandse universitaire onderwijs en aan de Nederlandse cultuur. Deze stelling geldt ook voor die on­ derwerpen van wetenschappelijk onderzoek, waarvan het economisch nut niet kan worden aangewezen of voorzien. Zij leidt echter niet tot de gevolgtrekking, dat een klem land groot zou kunnen zijn op alle terreinen van wetenschap" (biz 11). Ook het m de laatste volzin van het citaat betoogde onderschrijft de senaat Het weten­ schapsbeleid in Nederland zal selectief moeten zijn, met moeten schromen terreinen onbetreden te laten, waarvan de bewerking onze intellectuele en financiële kracht te boven zou gaan en de moed moeten hebben onderzoek te beëindigen, dat bij voortzetting onvoldoende resultaten zou opleveren

5. Uit het voorgaande volgt, dat de senaat be zwaar heeft tegen een samensmelten van het hoger beroepsonderwijs met het universitaire onderwijs, een samensmelting, waarvan de regeringscommissaris ten minste met afkerig lijkt (zie bIz. 16 en 70) De Europese univer­ siteit in het algemeen en de Nederlandse in het bijzonder richt zich op het geven van onderwijs, dat fundamenteel wetenschappelijk van aard is en tegelijkertijd ten doel heeft het geven van een opleiding, die in staat stelt maatschappelijke functies met vrucht te ver­ vullen. Het Amerikaanse stelsel is sterk ge­ richt op een vorm van onderwijs, weliswaar van hoge kwaliteit, maar primair gericht op scholing voor een bepaald beroep. Een zo­ danige opleiding is uiteraard met minder waardig, maar gaat uit van een andere doel­ stelling dan traditie en wet aan het Neder­ landse universitaire onderwijs hebben opge­ dragen. Voor de Nederlandse cultuur zou het een moeilijk te overschatten verlies zijn, wan­ neer het universitaire onderwijs zijn prin­ cipieel algemeen vormend wetenschappelijk karakter zou verliezen. Het hoger beroeps­ onderwijs vindt natuurlijk plaats op basis van wetenschappelijke verworvenheden, maar be­ hoeft daarom nog geen wetenschappelijk onderwijs te zijn. 6. Zo moet ook bezwaar worden gemaakt tegen het voorstel voor alle studierichtingen — met uitzondering van die in de faculteit der ge­ neeskunde — een uniforme cursusduur in het Academisch Statuut vast te leggen. Vast staat, dat naar bekorting van de meeste academische studies moet worden gestreefd. Deze bekor­ ting moet echter een middel blijven om t o t een bevredigender inrichting van het univer­ sitaire onderwijs te geraken, zij mag geen doel op zichzelf worden. Het grote voordeel, tevens voorrecht, van de academische opleiding is steeds geweest, dat zij het oog opende voor de samenhang der dingen, wees op de grote vragen, die in de geschiedenis aan de orde zijn geweest en die de eigen tijd stelt en aan­

3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's