Ad Valvas 1969-1970 - pagina 245
Op 17 juli 1968 wordt de nota ook naar de minister gestuurd, omdat de minister vervulling van v a k a t u r e s tegenhoudt, waardoor verschillende afdelingen in moeilijkheden komen (toename van het aantal hoofd- en bijvakstudenten, voor de docenten die verdwijnen komen geen andere in de plaats, laat staan dat e r uitbreiding plaatsvindt). Brief van de minister - 23 april 1969 - . De vervulling van vakatures kan geen ad hoc beslissing zijn; e e r s t taakverdelen, dan benoemingen. De minister meent voorts dat het perspektief van wetenschapsbeoefening onaangeroerd is gelaten in de nota van de sektie CA. Toch is op b a s i s van de nota wel een beslissing mogelijk. Uit de cijfers van de sektienota blijkt dat het totaal aantal studenten CA groter is dan dat voor NWS. Daarom zou CA in enigerlei vorm aan alle universiteiten gegeven moeten worden. De maatschappelijke behoefte aan afgestudeerden in CA (ook in NWS) is gering: Het is niet verantwoord aan alle instellingen een afstudeermogelijkheid in stand te houden. De minister verwijst naar een enkête onder afgestudeerden, gepulbiceerd in KULA (landelijk 'vak'blad CA en NWS) van 3 febr. 1967. Omdat de regionaal gespecialiseerde instituten in Amsterdam en Leiden zijn gevestigd, moeten de afstudeermogelijkheden in deze plaatsen geconcentreerd worden. De andere instellingen (aan de andere universiteiten) krijgen slechts een bijvak-voorziening. UvA en VU krijgen samen één voorziening. Leiden een tweede. De UvA en de VU moeten een geïntegreerd benoemingen- en leerstoelenbeleid gaan voeren. De minister geeft een overzicht van de regionale specialisaties, zoals die over Amsterdam en L e i den verdeeld worden. De bijzondere instellingen hebben op hun eigen aard afgestemde specialisaties ontwikkeld. "Ik stel mij voor zowel de VU als de Kath. Univ. Nijmegen te verzoeken opgave te doen van de g e noemde "specifieke" specialisaties, welke voorwaarde is voor kontinuering van deze afstudeermogelijkheid. " Niet-westerse sociologie. De belangstelling voor NWS is nog geringer dan voor CA (nog steeds uit de brief van de m i n i s t e r ) . Afgezien van het feit dat NWS ook steunt op de in regionale kuituren gespecialiseerde instituten en daarom al op Leiden en Amsterdam is aangewezen, is het ook systematieser om afstudeermogelijkheden in NWS ook in Leiden en Amsterdam te koncentreren. Voor partiële (bijvak) voorzieningen elders zou in deze gedachtengang geen ruimte bestaan. Hogescholen. De minister ziet geen aanleiding het huidige docentenbestand aan de econ. hogeschool te Rotterdam en de Katholieke Hogeschool te Tilburg uit te breiden. Konsekwenties: De docentenbezetting CA en NWS in Utrecht, Groningen, Nijmegen, Rotterdam en Tilburg zal in de huidige omvang worden gefixeerd. De thans bestaande vakatures zullen niet voor vervulling in aanmerking komen; de nu aanwezige docenten zijn voldoende. De minister ziet dit als voorlopig antwoord. 12 juni 1969 vergadert de sektie CA (van de Ac.Rd.) waar dan ook medewerkers en studenten bij zijn. Het verslag hiervan wordt op 23 oktober aan de voorzitter van de Academiese Raad gestuurd, die het op zijn beurt op 13 november de minister toezendt. De vergadering van 12 juni is nogal boos op de minister, omdat hij - niet veel van de nota begrepen schijnt te hebben, - hij zich op onbetrouwbare gegevens verlaat, - hij niet weet wat NWS is, - hij al bezig is zijn voorstellen door te drukken, door in Leiden wel uitbreidingen en benoemingen toe te staan en ze elders tegen te houden. De bezwaren van de sektie tegen de minister (uitgebreid): a. De sektie meent dat zowel uit wetenschappelijk als uit onderwijskundig oogpunt een "optimaal g e bruik van mankracht en materiële middelen", hun nota een betere basis is dan de ruw in de bestaande strukturen ingrijpende maatregelen van de minister. b . De minister heeft in zijn oordeel het toenemen van het aantal studenten, mede gevolg van de wijziging van het Akademies Statuut vergeten, c. De door de wijziging van het Akademies Statuut erkende eenheid van de sociaal-kulturele wetenschappen, wordt niet of nauwelijks door de minister erkend. d. De minister heeft niet begrepen wat NWS is, hij ziet dat nog steeds als een regionale specialisatie. e. De aan de minister niet gebleken bereidheid tot samenwerken is toch wel degelijk aanwezig. f. Het "niet aangeroerd hebben van het perspektief van wetenschapsbeoefening" is de sektie een raadsel. De sektie heeft i m m e r s gewezen op plaats en perspektief van NWS en CA, en een voorstel gedaan tot onderzoekskoördinatie. Dat het voorgestelde instituut e r nog niet is, ligt niet aan de sektie. g. Wel aan alle instellingen bijvakmogelijkheden voor CA en niet voor NWS, gaat voorbij aan de ontwikkeling van NWS en het belang van ontwikkelingshulp. 23
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's