Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 176

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 176

7 minuten leestijd

b. Wat zijn de voordelen en nadelen van direkte en indirekte demokratie op de diverse nivo's?

0. Kunnen vertegenwoordigers al dan niet vaste vervangers hebben'

c Is het wenselijk of noodzakelijk bij een keuze voor indirekte demokratie zoveel mogelijk direkt demokratlese insnijdingen te maken d.m.v. hearing's, referenda enz.' Hieronder volgen enige voorbeelden hoe de genoemde vormen van demokratie er m de praktijk uit zouden kunnen zien.

3. Bestuursorganen prealabele vraag Hoe moet het top-bestuur van de V U eruit z i e n ' Kan men zich verenigen met een konstruktie van een algemeen bestuur (noem het de universiteitsraad) en een dagelijks bestuur of zijn er andere mogelijkheden' Dan volgen er eerst een aantal vragen betref fende de samenstelling van het top-bestuur a. Is het algemeen bestuur beleidsbepalend of k o n t r o l e r e n d ' \ c^ b. Hoe groot moet het z i j n ^ c. Wordt het algemeen bestuur gekozen, zo ja door wie, uit wie, of benoemd, ook weer door wie, uit w i e ' d . Zie voor verdere uitwerkingsmogelijkheden, b.v. de samenstelling, taak en positie van de leden, basis en wijze van verkiezing enz. deel B 1 en 2. e. Hoe groot moet het dagelijks bestuur zijn. f Wordt het dagelijks bestuur gekozen, door wie, uit wie of b e n o e m d ' g. Wat zijn de bevoegdheden van het dagelijks bestuur, alleen uitvoerend of ook (gedeeltelijk) beleidsbepalend' h. Aan wie of wat is het dagelijks bestuur verantwoording schuldig, aan het algemeen bestuur of aan de minister' 1. Hebben in het dagelijks bestuur beroeps bestuurders zitting, zo ja, welke plaats wordt daarin aan hen toegekend' j . Als er beroepsbestuurders zijn, moeten er dan regels zijn voor de verhouding tussen het aantal wel en niet beroepsbestuurders m het dagelijks bestuur en zo ja, welke regels' Mogen alle plaatsen door beroepsbestuurders worden ingenomen' k. Moeten de beroepsbestuurders uit de VU zelf komen of ook van daar buiten, moeten er regels zijn voor de verhouding tussen het aantal binnen- en buitenhuize beroepsbe stuurders

direkte demokratie' mogelijkheden via massavergaderingen, kommunikatiemedia, parlementaire raad waarbij de tribune meespreekt en/of meestemt, referendum, stembriefjes over alles naar iedereen (kompjuter), enkète, buitenparlementaire aktiesenz. indirekte demokratie: wie en wat worden vertegenwoordigd, zie hiervoor deel B2. (direkt hieronder) hoe w o r d t er vertegenwoordigd' Mogel'jk heden of bv. via schriftelijke procedures, cijfers of/en via mensen, vertegenwoordigers, a als deskundige van een groep voor een hoger bestuursnivo. b. als meest representatieve voor een groep. c. als ideologies/takties deskundige (vb. partijman) d als meest geïnformeerde van een groep voor een bepaald onderwerp, e. als louter neutrdal prater voor een groep, en dan nog wisselend of vast, per onderwerp verschillend, vaneend per nivo. 2. Wijze van bestuur (vertegenwoordiging) a. Behoort de VU te worden omgezet in een stichting' b. Behoren bestuur van stichting en vereni ging (Ver. voor WO op gereformeerde grondslag) gescheiden te z i j n ' c. Behoort de vereniging invloed te hebben in de stichting en zo ja, w e l k e ' d. Kan de vereniging vereenzelvigd worden met de maatschappij, wat daar onder te verstaan' e. Moet de universiteit bestuurd worden op basis van vertegenwoordiging en zo ja, op basis van vertegenwoordiging van geledingen, of van werkeenheden, of van enkelingen, eventueel gegroepeerd naar vrije keuze. f. Welke geledingen zijn e r ' (studenten wetenschappelijke staf, hoogleraren, techniese staf, administratieve staf, vereniging, maatschappij) g. In welke onderlinge verhoudingen moeten de geledingen, werkeenheden, of eventuele andere groepen in het bestuur vertegenwoor digd z i j n ' (Zie ook het onderdeel over de werkeenheden). h. Worden de vertegenwoordigers alleen door hun geleding resp. werkeenheid gekozen of door de gehele universitaire gemeenschap' I. Moet het aantal vertegenwoordigers van een groepering gerelateerd worden aan het opkomstpercentage bij verkiezingen' j Hoe voorkom je bij vertegenwoordiging elite-vormmg' k Moet er vertegenwoordiging plaatsvinden met of zonder bindend mandaat' I Moet de vertegenwoordiging afzetbaar z i j n ' m Hoe lang is de zittingsduur van de vertegenwoordiger' n. Komt men onmiddellijk voor herverkiezing in aanmerking'

Vervolgens een aantal vragen over de bevoegdheden van het top bestuur. a. Wat zou de verhouding moeten zijn tussen het top-bestuur enerzijds en de (sub)fakulteiten, algemene diensten en overige werk eenheden anderzijds' ter toelichting Wat is de huidige invloed van het top-bestuur op genoemde werkeenheden d.m.v. benoemingen en via de begroting' Moet deze invloed worden verstrekt b v begrotingen strenger gespecificeerd, allerlei vormen van preventief toezicht, strengere eisen bij benoemingen, vereiste toestemming van top-bestuur voor benoemingen uitbreiden t o t meer f unkties en posten enz. enz., of moet de invloed blijven zoals hij nu is, of moet de invloed van het top bestuur minder worden b.v door alleen maar repres sief toezicht bij de begroting en benoemingen, t.a.v. minder personen enz. enz. b. Kan het algemeen bestuur (of een kommissie daarvan) direkt ingrijpen in het beleid van één van de algemene diensten en in welke gevallen. 4. Verantwoordelijkheden a. Is er verschil m verantwoordelijkheid tussen vast aangesteld personeel en tijdelijk aanwezige studenten i.v.m. medezeggenschap

en medebeslissingsrecht' b. Zo er verschil in verantwoordelijkheid zou moeten z i j n , welke rol speelt die dan met het oog op de organisatie' c. Op welke wijze dienen onderwijs, onderzoek en beheer geïntegreerd te zijn en op welke nivo's'(Hierbij kan worden gedacht aan de wenselijkheid van de kombinaties van funkties in één persoon, zoals die van hoogleraar-d irekteur). 5. Beheer a. Hoe kunnen we het beheer dichter bij de werkeenheden brengen (centralisatie -decentralisatie) zonder dat de organisatie daardoor een puinhoop w o r d t ' b. Welke beheerstaken zouden beter kunnen worden gecentraliseerd' c Welke beheerstaken zouden beter kunnen worden gedecentraliseerd' 6. Openbaarheid, kommunikatie, koordmatie 1. Openbaarheid. a. Zijn vergaderingen resp. stukken in de regel openbaar, behoudens uitzonderingen, of in de regel geheim, behoudens uitzonderingen' b. Hoe moet de openbaarheid resp. geheimhouding geregeld zijn op de diverse nivo's' c. Welke uitzonderingen, zo genoemd, moeten er zijn t.a.v. openbaarheid resp. geheimhouding wat betreft vergaderingen en wat betreft stukken' 2. Kommunikatie a. Welke maatregelen zijn nodig om een optimale kommunikatie te bewerkstelligen' mogelijkheden werkgroeprapporten, passieve en aktieve openbaarheid, koordinerende publiciteitskommis sie, dokumentatiecentrum, (snelle) wisseling van personen in funkties en geledingen, overlappende werkgroep-aktiviteiten (b v. naar het meer of minder abstrakt zijn van de taak), berichtgeving van de groepen op één nivo niet via een t o p , maar direkt onderling, terugkoppelende informatie (niet altijd in één richting), aktiviteiten van geledingen op eikaars nivo, openbare verantwoording, enz. 3. Koordmatie. a. Welke maatregelen zijn nodig om een optimale koordmatie te bewerkstelligen' mogelijkheden koordmatie funkties per werkeenheid, koordmatie dèèrvan op hogere nivo's (wat dan weer een soort aparte koordinatiegeledmg oplevert, zoals in de industrie de afdelingen efficiency en kostenbewaking), koordmatie per organisatiefunktie, koordmatie per elke vorm van opsplitsing (b.v. geledingen), aparte instanties enz. (stafburo b.v.), enz. 7. Werkeenheden a. Zie hiervoor ook de onderdelen B2 en B3 b. In hoeverre moeten fakulteiten, subfakul teiten, sekties, laboratoria, instituten autonoom zijn t.a.v. onderwijs, onderzoek en het daarbij behorende beheer' c. In hoeverre moet het patroon van organisatie van fakulteiten enz. uniform z i j n ' d. Heeft u in dit verband nog opmerkingen t.a.v. andere werkeenheden dan de U w e '

Opmerkmg De beantwoording van deze vragen hangt direkt samen met de doeleinden die men kiest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 176

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's