Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 353

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 353

7 minuten leestijd

'4em LAATSTE TWEE REAKTIES OPDEDISKUSSIENOTA HERSTRUCTURERING VU IN HET KADER VAN HET DOELSTELLINGENDEBAT

Bijdrage aan de diskussie over het waarom van de herstructurering en de mogelijke doelstellingen van onderwijs en onderzoek In het hiervolgende stuk kan voor organisatie voortdurend Vrije Universiteit worden ge

lezen

„Rekapitulerend" een antwoord te geven op de vragen van werkgroep II, kan geen recht doen aan de complexiteit van de problemen. Ik zou dus liever van enige reacties willen spreken. De Vrije Universiteit ziet de wetenschap niet als waardevrij (reeds haar grondslag spreekt dat tegen) noch qua uitgangspunt, noch qua ethiek. Elke beslissing met waarden te doortrekken IS echter overspanning van het denken. Ook de universiteit is niet autonoom, haar plaats in de maatschappij doet haar die maatschappij nodig hebben. De vier genoemde doelstellingen van onderwijs en onderzoek zie ik alle aanwezig. Zij vullen elkaar aan en mogen geen van alle een te dominante positie hebben. ad I. De universiteit leidt op voor een beroep. Deze functie mag niet 20 eenzijdig worden beoefend dat zij leidt tot onkritisch aanvaar den van de huidige maatschappelijke ver houdingen en toestanden. Wetenschappelijke opleiding is per definitie kritisch, ook tegenover elke kritische aprionstische opstelling. Er zijn echter enkele tendenzen, die deze kritisch wetenschappelijke opleiding bemoei lijken, zoals de massaf icatie, de ver doorge voerde specialisatie en de zwakke motivatie voor studie. ad 11 Ontplooiing vraagt ondermeer het opti maal tot zijn recht doen komen van intern individuele factoren, maar natuurlijk in een samenleving welke ook, en dus in een adequaat samenspel zoals bij de bomen in een bos. ad I I I . Wetenschap bedoelt ook de mens verder te helpen, maar garandeert niets. Er kunnen momenten zijn dat de mens zich moet distantieren wegens overwegend gevaar van misbruik van de wetenschap, ad IV De universiteit is niet bij uitstek maatschappij-kritisch ingesteld. Milieu en herkomst van haar bevolking zijn eenzijdig. Ten aanzien van de maatschappij heeft de Universiteit het voordeel, dat ze zich vrijblijvend kan opstellen en het nadeel, dat haar benaderingswijze zo vaak theoretisch is. Stellig heeft de universiteit ook een maatschappij-kritische functie. Het accent van deze functie, ligt in het werk van teams en enkelingen. De kracht der universiteit ligt niet m elke actualisering maar m het meer fundamentele werk. Voor herstructurering is geen discussie over misstanden nodig. Men moet ook zonder dat bijblijven. Voortgaande reformatie van het denken vraagt in onze t i j d sterke democratisering in organisatie en onderwijs Geen organisatievorm en geen onderwijsmethode zal echter ooit in staat zijn communicatiestoornissen, frustraties en gevoelens van onbehagen uit te sluiten. P. J. Verdam

Een organisatie (een systeem van middelen gericht op het bereiken van bepaalde doel einden) kan worden gezien als een proces van besluitvorming als de weg van beslissen naar uitvoeren Als we spreken van een demokratlese organisatie betekent dat dat deze demokraties moet 2ijn wat betreft haar doelen en wat betreft haar middelen Demokraties wat betreft haar doelen betekent dat a m de organisatie ieder meebeslist over de doelen of düelstelling(en) van de organisatie b dat deze doelstellingen zelf niet ondemo kraties of anti demokraties mogen zijn Demokraties wat betreft haar middelen betekent a dat in de organisatie ieder meebeslist over de te hanteren middelen b dat de middelen zelf niet ondemokraties of antidemokraties zijn Zowel voor de doelen als de middelen geldt, dat wanneer ieder meebeslist over aard en vorm ervan ook ieder a optimaal geïnformeerd wordt zodat hij de relevantie van de te nemen beslissing kan beoordelen b dat ieder kontrole heeft op de uitvoering van de genomen beslissingen Ten aanzien van de huidige situatie houdt dat in a Een debureaukratisering en onttechnokratisermg van het besluitvormingssysteem Dit betekent o a dat beslissingen daar worden genomen, waarop ze in eerste in stantie betrekking hebben — dus decentra lisatie — Bovendien houdt dit in een opti male informatie aan allen, vorming en scholing, waardoor het mogelijk is participatie te stellen in de plaats van de huidige organisatietechnieken, die berusten op het hierarchies principe en professionele besturing, wat inhoudt verregaande specialisatie van weinigen en informatie, die sterk gecen traliseerd is Gevolgen hiervan zijn non participatie van bijna allen, vervreemding en apathie b Een integratie van al het werk in de organisatie Al het werk van de organisatie wil zeggen, opleiden, leren, onderzoeken, beheren Dit houdt in een spreiding van macht over en verruiming van taken van de leden van de organisatie Een m deze zin weinig of niet geïntegreerde organisatie dwingt tot non-participatie in vele gebieden die de leden van de organisatie aangaan, en zodoende tot specialisatie en bureaukratiese besturing In verband met de macht van het taalgebruik is het beter te spreken van universitaire werkers 1 p v docenten, studenten, administratief en technies personeel, beheerders enz en van universitair werk i.p V opleiden, studeren, beheren, onderzoeken enz. c. Het komen tot een zelf bestu rende organisatie. 1 Het met laten verstoren van het demokratiese besluitvormingsproces door ondemokratiese en antidemokratiese invloeden van buiten de organisatie Hierbij moet nog eens worden aangetekend dat de vrijheid van de

organisatie wel, maar alleen begrensd dient te zijn door haar demokratiese dan wel ondemokratiese werking Het dwingen tot een demokratlese werking moet niet als onvrijheid worden gezien De minister van O W kan nooit een of andere superdirekteur zijn 2 Het hoogste besluitvormingsorgaan moet volledig zelfbesturend zijn, d w z dat hierin geen individuen of vertegenwoordigers van groepen buiten de organisatie zitting hebben Zelfs al zouden zij zich willen houden aan de spelregels van de organisatie, dan nog zou een dergelijke konstruktie een on of antidemokraties systeem van de organisatie die wordt vertegenwoordigd in stand houden en versterken Op deze wijze zou aan topfunkties in die organisaties nog meer inhoud worden gegeven Dit geldt zowel voor de vakbeweging als voor politieke partijen of het leger Want al zijn sommige vakverenigingen en politieke partijen demokraties te noemen wat haar doelstellingen betreft, wat de middelen betreft (bv hun organisatiestruktuur) zijn ze dat zeker niet Wanneer politieke partijen en vakbonden demokratisering tegenhouden uit angst voor hun macht en de macht van be stuursfunkties dan zijn ze zelfs wat dat aan gaat antidemokraties te noemen Verder bestaat er gevaar voor dogmatisering en verstarring wanneer men politieke of religieuze organisaties een overwegende in vloed toekent bij belangrijke beslissingen 3 Het regelen van invloed van de maatschap pelijke instellingen als overheid, bedrijfsleven, vakbonden enz op het niveau van de werkeenheden Voorbeelden hiervan in de huidige praktijk vindt men in de begeleidingsgroepen van onderzoeksprojekten, waarin op dit moment alle genoemde maatschappelijke instellingen zitting hebben Een verdere integratie van alle wetenschappelijke werk zal wat betreft de participatie voor deze instellingen interessante perspektieven bieden Een belangrijk element bij deze decentralisatie van invloed van de maatschappelijke instellingen werkt in ieder geval ten aanzien van het aantal te leveren mensen in demo kratiese richting 4 De leden van de organisatie moeten, willen ZIJ hun kontrole op de uitvoering van beslissingen volledig kunnen waarmaken de mogelijkheid hebben om te kunnen benoemen en ontslaan, wat inhoudt dat benoemingen ,,voor het leven" als gevaarlijk voor de demokratlese werking van de organisatie moeten worden beschouwd en onmoge'ijk moeten worden Wanneer we vanuit dit uitgangsgegeven gaan praten over de doelstellingen van de organisatie, dan moet op de eerste plaats gezegd worden dat een diskussie in zo beperkte kring als hier het geval maar een zeer betrekkelijke waarde heeft Verder valt uit het voorafgaande op te maken, dat ondergetekende elke doelstelling wenst te zien beoordeeld aan het geschetste demokratlese principe Het is dan duidelijk dat vanuit deze gedachtegang de kritiese funktie van het universitaire werk een impliciet gegeven is Pas dan zou zij misschien geen kritiese funktie meer hebben, wanneer binnen en buiten de organisatie een demokratie zou zijn verwezenlijkt Wanneer we dit principe algemeen stellen, dan lijkt het mij verder vooral de taak van de werkeenheden welke doelstelling zij voor zichzelf willen realiseren, en als er sprake is van doelstellingen, welke prioriteit zij kiezen Arnold Wal ravens

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 353

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's