Ad Valvas 1969-1970 - pagina 229
2 DE SIAAT EN DE EKONOMIESE ORDE INLEIDING We leven in een maatschappij waar een belangrijk deel van de aktiviteiten, het produktie- en d i s tributiesysteem, buiten de beslissingsmacht van de politieke organen valt - en daarom door velen dan direkt m a a r niet tot de politiek gerekend wordt - , De beïnvloeding van de konsumenten op dit systeem via hun effektieve (koopkrachtige) vraag, zoals dat volgens een ekonomiese theorie zou gaan, blijkt niet groot te zijn. I m m e r s , - het is voor de bevolking b . v . n i e t mogelijk een fundamentele keuze tussen openbaar en p r i v é - v e r voer te doen, zonder, om een heleboel ellende te voorkomen, e e r s t de auto-industrie te s o c i a l i s e ren. - noch kan zij iets doen aan de bij de produktie ingebouwde slijtage (autoos, nijlons, gloeilampen), - noch lijkt het verstandig de enig stabiliserende faktor, uitgaven aan militaire doeleinden, op te heffen; dat zou o . a . werkloosheid en inflatie veroorzaken. E r is veeleer sprake van een omgekeerde beïnvloeding; de produktie bepaalt de konsumptie: - de konsument moet m a a r afwachten wat hem aangeboden wordt, - en wordt daarbij nog gemanipuleerd door reklame enz. In dit systeem is het onmogelijk dat de bevolking reële alternatieven formuleert voor wat en in w e l ke hoeveelheid er geproduseerd wordt. Met het inzicht dat het westers ekonomies systeem niet altijd in evenwicht blijft, zich in een golfbeweging ontwikkelt, heeft de overheid de taak op zich genomen het ekonomies proces zodanig te beïnvloeden dat het met minder grote schokken verloopt. Dit is uitgebouwd tot de politiek van "evenwichtige ekonomiese groei". Door de uitbreiding van de overheidswerkzaamheden èn het steeds m e e r bepalen van Ijet overheidsbeleid in het kontakt met maatschappelijke belangengroeperingen - "voor-parlementaire r u i m t e " heeft het parlement steeds m e e r van haar beleidsbepalende en kontrolerende invloed v e r l o r e n . Het parlement dient vnl. nog om het overheidsbeleid in de openbaarheid te brengen - en dat ook nog niet eens altijd - en aan algemene beschouwingen te onderwerpen. Het tot stand komen van initiatieven en alternatieven is in het parlement een zeldzaamheid geworden. In het streven naar een politiek van stabiliteit van het ekonomies systeem en het garanderen van een gunstig investeringsklimaat - o . a . de zo nodige r u s t en orde - past ode de "aanhoudende z o r g " voor het onderwijs. De overheid gaat steeds duidelijker een onderwijsbeleid ontwikkelen dat afgestemd is op de eisen van deze maatschappij (lees bedrijfsleven). Met andere woorden: de universiteit en haar bevolking dient zich zo goed mogelijk te identifiseren met deze maatschappij, hetgeen tot uitdrukking komt in efficiency-, kwaliteits- en kwantiteitseisen.
WIJZE VAN BEÏNVLOEDING VANUIT DE STAAT
(of: de indirekte beïnvloeding vanuit het bedrijfsleven) De invloed van de staat is natuurlijk niet pas van gisteren. De laatste jaren echter treedt een doelbewuster beïnvloeding op, middels planning van een nationaal onderwijs- en wetenschapsbeleid; dit hangt uiteraard samen met de veranderende rol van de staat in de samenleving. A l l e r e e r s t volgt nu een k o r t e samenvatting van de beïnvloedingswijzen vanuit de staat: - leerstoelenbeleid - investerings- en kapaciteitsbeleid - financieel beleid t. a . v . voorzieningen - examen- en studieregelingen - beleidskontrole via het beheer - studiebeurzenbeleid. Dit alles wordt nader uitgewerkt in het hierna te schetsen overheidsbeleid en in het bijzonder de "100%-wet".
HET DVERHEIDSBELEID tot nu toe De tot voor kort verschenen rapporten m . b . t . het wetenschappelijk onderwijs worden alle gekenmerkt door de tendens tot aanpassing van de universiteit. Het ene rapport k r e ë e r t een organisatievorm, waarmee snel een aanpassing kan worden verkregen, de andere nota doet direkte aanpassingsvoorstellen. - Het rapport Maris (voorstel t. a . v . de bestuursstruktuur der universiteiten; Academiese Raad). Beoogt wordt een versterking van de hiërarchiese bestuursstruktuur van de universiteit, teneinde te komen tot een efficiënter en slagvaardiger beleid, geschoeid op de leest van een bedrijf. Een oppermachtig presidium - benoemd door en verantwoording schuldig aan de minister van O W alleen - gegarneerd met een nietszeggende universiteitsraad zonder relevante bevoegdheden. 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's