Ad Valvas 1969-1970 - pagina 243
BIJLAGEN
1 28 m a a r t 1969. Aan Zijne Excellentie de Minister van Onderwijs en Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 1, 's-Gravenhage.
Betreft: wijziging wet op het wetenschappelijk onderwijs. Excellentie, Met bijzondere belangstelling hebben wij kennisgenomen van het ons bij uw schrijven van 10 februa r i j . 1 D. G.W. 177. 797 - III toegezonden ontwerp van wet tot wijziging van de wet op het wetenschappelijk onderwijs. De m e r i t e s van het ontwerp overwegende tegen de achtergrond van de verhoudingen en de mogelijkheden op het gebied van het wetenschappelijk onderwijs, kunnen wij niet anders dan een positief oordeel daarover uitspreken. Het verheugt ons u daarvan mededeling te kunnen doen. Voor een kritische bestudering op detailpunten ontbrak met het oog op de gestelde termijn in dit s t a dium de gelegenheid. Mocht nadere bestudering ons te dezen nog tot opmerkingen aanleiding geven, dan vertrouwen wij daarvoor alsnog de aandacht van Uwe Excellentie te mogen vragen. Afschrift van dit schrijven zenden wij aan de voorzitter van de Academische Raad. Namens directeuren, i r . C.A. Doets, secretaris.
2 DE BEVOORRECHTING Hoewel een taakverdeling noodzakelijk is, zou de eigen aard van de bijzondere universiteiten, die van een geloofsovertuiging uitgaan niet geschonden mogen worden. De memorie van toelichting zegt hierover: "Intussen dient ( ) bij de toepassing van de ( . . . ) taakverdeling rekening gehouden te worden met de eigen aard van de bizondere instellingen, met name de confessionele instellingen, welke bij haar funktioneren uitgaan van een bepaalde godsdienstige grondslag. De funktionering van die grondslag betrekt zich niet slechts op onderwijs en onderzoek, m a a r ook op de geestelijke vorming van de studenten, welke die instellingen als integrerend deel van haar taak zien. Wil dan ook de door het beginsel van gelijkwaardige ontwikkelingsmogelijkheden beoogde materiele vrijheid ook van het wetenschappelijk onderwijs haar effect hebben, dan dient zulk een instelling in zoverre dit redelijkerwijze mogelijk is open te staan voor allen die een opleiding op die grondslag begeren. Meer bepaaldelijk geldt dit, wanneer met betrekking tot een godsdienstige grondslag slechts één wetenschappelijke instelling aanwezig i s . De bijzondere instellingen moeten zoveel mogelijk uitgroeien tot volledige instellingen ( )" "In dit verband zij nog aangetekend, dat de vrijheid van wetenschappelijk onderwijs anderzijds insluit, dat de taakverdeling wat betreft het openbaar en bijzonder onderwijs niet zover mag gaan, dat een bepaald essentieel te achten onderdeel van onderwijs enkel bij de bijzondere instellingen zou zijn vertegenwoordigd." Terecht achten de openbare universiteiten het niet aanvaardbaar, dat aan de bizondere universiteiten de mogelijkheid wordt gegeven de taakverdeling te doorbreken, zonder dat daartegen aparte waarborgen zijn geschapen. Het Gronings kuratorium zegt het in hun brief van 31/3/69 aan de akademiese raad als volgt: "Curatoren leiden uit de memorie van toelichting af, dat tegenover de kollektiviteit der rijksinstellingen de (veelal éne) bijzondere instelling op een bepaalde confessionele grondslag voor hoger onderwijs wordt gesteld. De opvatting dat de bijzondere instelling zoveel m o gelijk volledig moet zijn evenals de gezamenlijke rijksinstellingen kan in het nadeel van elke afzonderlijke rijksinstelling w e r k e n . " Het is interessant te weten bovendien dat over de studenten die door de diverse plaatsingskommissies aan een bepaalde universiteit (tegen hun voorkeur) worden geplaatst, niet zoveel ophef wordt 21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's