Ad Valvas 1969-1970 - pagina 333
doctoraten en/ot ere-doctoraten en het vervullen van representatieve functies Ook zou in de beschouwingen kunnen worden betrokken of de senaat niet een soort forum zou kunnen vormen, waarin belangrijke universitaire vraagstukken ter discussie worden gesteld In dit verband zou nog aan de orde kunnen komen de vraag of de samenstelhng van de senaat gehandhaafd moet worden of dat men de senaat zou willen maken tot een vertegenwoordigend hchaam van het gehele wetenschappehjk corps (zie werkgroep Bestuursstructuur, Katholieke universiteit Nijmegen) In nauw verband met de positie van de senaat in pleno staat die van het college van rector en assessoren (of een analoog college onder ander benaming) Aan de orde zou kunnen worden gesteld of er aanleiding is aan dit coUege in de bestuursstructuur een veel belangrijker taak te geven bijv die van coördinerend orgaan voor onderzoek en onderwijsproblematiek en eventueel het, op basis van door de lagere organisatorische eenheden opgestelde ontwikkelingsplannen, adviseren over prioriteiten Ad c In het rapport van de Commissie tot voorbereiding van de herziening van wetsontwerp 2597 (rapport van de tweede Commissie-Van der Pot) werd voorgesteld dat de behartiging van de dagehjkse zaken zou worden opgedragen aan een college, waarvan een door curatoren uit hun midden aan te wijzen curator en döLrector magnificus leden zijn De Wet op het wetenschappehjk onderwijs heeft dit college gemaakt tot een coUege van overleg waarvan een curator en de rector magnificus deel uitmaken De vraag zou aan de orde kunnen worden gesteld of het in de huidige situatie aanbevehng verdient dit college te maken tot orgaan met beshssingsbevoegdheid voor de dagehjkse zaken Daardoor zou de „tweesporigheid" die kenmerkend is voor de universitaire structuur, reeds onder de „top" worden geïntegreerd Ad d Van de in de Wet op het wetenschappehjk onderwijs geboden mogelijkheid van een meerjarig rectoraat (art 49, tweede hd) heeft slechts een deel van de universiteiten en hogescholen gebruik gemaakt Het gevolg hiervan is dat de functie van Rector magnificus aan de ene instelling aanzienhjk verschilt van die aan de andere instelling Ook in het buitenland dekt de term Rector, die aan vrijwel alle instelhngen van het Europese continent wordt gebruikt') sterk verschillende begrippen In West-Duitsland is wehswaar de mogehjkheid geopperd om de leiding van de universiteit op te dragen aan een Hochschulprasident, die geen hoogleraar behoeft te zijn (Prasidialverfassung), maar de kans dat de Hochschulprasident de Rector zal verdringen schijnt genng Hierbij moge worden opgemerkt dat in de voorstellen van de werkgroep Bestuursstructuur van de Kathoheke Universiteit het Rectoraat ^) In het Verenigd Koninkrijk spreekt men van Vice-Chanceller
met meer voorkomt In de nieuwe Franse hogeronderwijswet is de ,,redacteur d'academie" gehandhaafd Voor wat betreft de onder zijn academie ressorterende umvetsiteiten is hij de vertegenwoordiger van de Minister van Nationale Opvoeding Als zodanig woont hij de vergaderingen van de universitaire organen bij en heeft daar een opschortend veto recht Hij vertegenwoordigt bovendien de minister bij de ,,Conseil regional" en is voorzitter van deze raad De vraag of m Nederland het Rectoraat hoe die functie dan ook moge zijn moet worden gehandhaafd zou niettemin onder ogen kunnen worden gezien Nu de noodzaak van continuïteit in het beleid steeds meer naar voren komt, dient voorts de vraag aan de orde te komen op welke wijze men die continuïteit wil bereiken, bijv door een meerjarig rectoraat of door een jaarlijks wisselend rectoraat met daarnaast een tweede persoon die gedurende een aantal jaren ten nauwste bij het beleid is betrokken, of op nog andere wijze Ad e De Wet op het wetenschappehjk onderwijs bepaalt dat de Rector magnificus wordt benoemd door de Kroon uit een door de senaat opgemaakte aanbevehng van twee personen Indien het Rectoraat blijft bestaan zal aan de orde moeten worden gesteld of deze benoemingsprocedure gehandhaafd moet bhjven dan wel moet worden vervangen door een verkiezing, zoals zou kunnen passen in een direct democra tische bestuursopbouw In dat laatste geval zou ook moeten worden overwogen wie als kiesgerechtigden in aanmerking komen Ook bij de voorzitters van faculteiten enz en/of de eerdergenoemde nieuwe otganisatonsche eenheden zal de vraag van verkiezing of benoeming van de voorzitters aan de orde moeten komen In art 55 van de huidige wet wordt bepaald dat voorzitters van faculteiten enz door de leden uit hun midden worden gekozen Een uitzondering op deze algemene regel vormt de T H -Twente In het bestuursreglement van deze hogeschool wordt bepaald, dat de voorzitters worden benoemd door de gemeen schappehjke vergadering van curatoren en assessoren Wil men aan het stelsel van verkiezing van de Wet op het wetenschappehjk onderwijs vasthouden dan zal aan de orde moeten komen of bijv leden van de staf en studenten aan deze verkiezingen moeten kunnen deelnemen, en zo ja, op welke wijze dat zou moeten geschieden
C. VORM EN FUNCTIE VAN HET BESTUURSORGAAN (TOPBESTUUR) Het volgende punt dat bezien dient te worden betreft het bestuur aan de top In de eerste plaats zou aan de orde moeten komen of
1 de bestaande duahstische bestuursvorm van de huidige wet moet worden gehandhaafd, dan wel of 2 deze zou moeten worden vervangen door een bestuursvorm, waarbij de geleidshjnen van onderwijs en onderzoek enerzijds en die van financieel-economisch beleid anderzijds aan de top samenkomen in een bestuursorgaan BIJ de discussie over dit vraagstuk zou met de volgende aspecten rekening moeten worden gehouden a het zoveel mogehjk handhaven van de autonomie van die organisatonsche eenheden, die primair verantwoordehjk zijn voor onderwijs en wetenschapsbeoefening, b het op verantwoorde wijze geven van „inspraak" aan de onderscheidene universitaire groepenngen, c het voeren van een zo efficient en doelmatig mogehjk beleid Toelichting De resultaten van het beraad over de meest gewenste vorm van het bestuur aan de top zullen m belangrijke mate worden bepaald door de waarde, die men aan elk van de bovengenoemde aspecten toekent, m a w welke van deze tot op zekere hoogte tegenstrijdige desiderata men het zwaarst wil laten wegen Ook de taak die een dergehjk bestuur moet vervullen zal daarbij een belangrijke rol spelen Overwogen zou moeten worden met welke taken een topbestuur belast zou kunnen ziin biiv a het beheer in zijn volle omvang, b de organisatie en de coördinatie van de wetenschapsbeoefening van de instelling in haar geheel, dit laatste mede in relatie tot de andere universiteiten en hogescholen, c het bepalen van de omvang van het onderwijs en de wetenschapsbeoefening (zo nodig vaststellen van pnonteiten), d de bekrachtiging van de regehngen ex artikel 59, derde lid, die primair door de faculteiten (secties) etc zijn vastgesteld, e het voeren van een personeelsbeleid, f (eventueel) de benoeming van de voorzitters van de faculteiten (secties) etc Ad 1. Handhaving van de bestaande wettelijke regehng, krachtens welke het bestuur wordt uitgeoefend door curatoren en s e n a a t . . . . (art. 38) Toehchting Aangezien het bestaande systeem met de daaraan verbonden voor en nadelen voldoende bekend mag worden geacht, lijkt het overbodig hier nader op m te gaan Wel zou, mdien de keuze valt op handhaving van de duahstische bestuursvorm, de vraag aan de orde dienen te komen langs welke wegen en door welke middelen de unaniem noodzakehjk geachte betere communicatie en tot op zekere
7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's