Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 242

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 242

5 minuten leestijd

havige ontwerp aan de orde wordt gesteld, n. 1. de zogenaamde taakverdeling. Dit onderwerp is en begrijpelijkerwijs bij de steeds toenemende differentiatie en specialisatie, welke, zonder m e e r aan alle instellingen toegepast, tot excessieve verhoging van lasten zou leiden - in de laatste j a r e n op de voorgrond gekomen. De Minister wil nu t e r gelegenheid van dit ontwerp te deze in de wet, die het onderwerp van de taakverdeling expliciet niet kent, enige aanknopingspunten geven. Het is wel duidelijk, dat de bijzondere instellingen bij dit onderwerp bijzonder zijn betrokken. Immers brengt de aard van de bijzondere instellingen mee, dat zij zo veel mogelijk ieder, die opleiding en vorming aan een bijzondere instelling naar de grondslag daarvan wenst te ontvangen, de gelegenheid daartoe geeft. Het ontwerp toont gelukkig daarvoor alle begrip. In artikel 16 nieuw met betrekking tot de taakverdeling, als algemeen beginsel, gesteld, dat de Regering - die, zoals in het bestaande artikel r e e d s staat, op de voet van het in deze afdeling bepaalde zorg draagt voor gelijkwaardige ontwikkelingsmogelijkheden voor de uit 's Rijks kas bekostigde universiteiten en hogescholen - daarbij de vereisten van een redelijke taakverdeling tussen de instellingen in acht neemt, "rekening houdend met het onderscheid tussen openbare en bijzondere instellingen". En in artikel 96 t e r . nieuw, waar de taakverdeling dan nader t e r sprake komt, wordt bepaald, dat bij de toepassing van de bepalingen van dat artikel met de eigen aard van de bijzondere instellingen r e k e ning wordt gehouden, in dier voege dat de bijzondere instellingen in staat worden gesteld tot de voorzieningen welke de eigen aard van die instellingen redelijkerwijze medebrengt. Van belang is hier de toelichting. De memorie van toelichting luidt: "Intussen dient, zoals bij het voorgestelde artikel 16, e e r s t e lid, r e e d s werd opgemerkt, bij de toepassing van de hiervoren in haar algemeenheid geschetste taakverdeling rekening te worden gehouden met de eigen aard van de bijzondere instellingen, met name van de zg. confessionele instellingen, welke bij haar functionering van een bepaalde godsdienstige grondslag uitgaan. De functionering van die grondslag betrekt zich niet op onderwijs en onderzoek, m a a r ook op de geestelijke vorming van de studenten, welke die instellingen als integrerend deel van haar taak zien. Wil dan ook de door het beginsel van de gelijkwaardige ontwikkelingsmogelijkheden beoogde materiële vrijheid ook van het wetenschappelijk onderwijs h a a r effect hebben, dan dient zuUc een instelling in z o v e r r e dit redelijkerwijze mogelijk is open te staan voor allen die een opleiding op die grondslag begeren. Meer bepaaldelijk geldt dit, wanneer met betrekking tot een godsdienstige grondslag slechts één wetenschappelijke instelling aanwezig i s " . Men mag geredelijk stellen, dat op deze wijze de positie van de bijzondere instellingen te dezen zo veilig mogelijk is gesteld. Natuurlijk kan men zeggen, dat - zoals ook de memorie van toelichting doet uitkomen - in concretis niet een volstrekte waarborg is verkregen. Maar dit is nu eenmaal in feite onmogelijk, In grensgevallen zal het "redelijke" - met als uitgangspunt de eigen aard van de bijzondere instellingen, zoals die in de memorie van toelichting is omschreven - nader moeten worden bepaald. Maar artikel 96 t e r , derde lid, stelt het objectief: het oordeel van de Minister(s) is niet beslissend. De zaak zal eventueel in beroep moeten worden beslist. Maar betekent dit niet, dat, ofschoon de beslissing in beroep door de Kroon wordt genomen, toch feitelijk het oordeel van de Minister(s) beslissend zal zijn? Allerminst, Want beroep betekent, dat de afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State over de zaak zijn oordeel moet geven, en dat daarvan weliswaar bij de eindbeslissing kan worden afgeweken, doch alleen met publicatie van het oordeel van de Raad van State en de deswege gevoerde correspondentie. Zulk een afwijking komt dan ook uiterst zelden voor. De Minister kan trouwens daarvoor door de Staten-Generaal t e r verantwoording w o r den geroepen. 5. Men moet bij de beoordeling van het ontwerp bedenken, dat daarbij uiteraard moest worden uitgegaan van de wet, zoals die thans luidt: Met alles, wat op dit ogenblik over de " b e s t u u r s h e r v o r ming van universiteiten en hogescholen" gaande is, kon niet gerekend worden. In de memorie van toelichting (pag. 2, 2e kolom p a r , 2, vierde alinea) wordt dit uitdrukkelijk uitgesproken. In hoeverre dus de m a t e r i e van dit ontwerp nader invloed zal ondergaan van hetgeen met betrekking tot de bestuurshervorming zal worden beslist, blijft geheel in het midden. Wel zal men zich r e k e n schap hebben te geven, dat niet kan worden verwacht, dat de Regering, welke de instellingen wel voor 100% zal moeten blijven financieren, haar verantwoordelijkheid voor de financiering van de instellingen, binnen het raam van haar algemene verantwoordelijkheid voor de toekenning en b e s t e ding van 's Rijks financiën, zal kunnen prijs geven. 6. Terugkerende tot hetgeen onder 1 is vooropgesteld, moet men aan de hand van het vorenstaande wel tot de conclusie komen, dat tegen de uitbreiding van het toezicht op de bijzondere instellingen zoals die, nu bij toekenning van 100% subsidie de in het mededragen door de bijzondere instellingen van een gedeelte van haar kosten gelegen waarborg komt te vervallen, niet was te ontgaan - in redelijkheid geen bezwaar is te maken. En let men dan op het grote belang, hetwelk de Vrije Universiteit bij de opvoering van de subsidie tot 100% heeft, dan moet zelfs worden gezegd, dat oppositie van de zijde van de Vrije Universiteit tegen het ontwerp bepaald onverantwoord en een g e v a a r lijk spel is te achten.

20

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 242

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's