Ad Valvas 1969-1970 - pagina 319
komen wat zijn waarden eigenlijk, welke zijn het, kunnen ze onderzocht, gemeten worden? Deze activiteiten hebben allengs een bredere, ja zelfs interuniversitaire basis gekregen, omdat een aantal universiteiten en hogescholen in Nederland het belang van dergelijke research zagen Het nieuwe instituut dat daarop op initiatief van genoemde rijksuniversiteit en de Economische Hogeschool te Rotterdam, tot stand is gekomen, IS thans gesitueerd in Rotteidam, in hetzelfde gebouw als het zusterinstituut het U I V B De roepnaam lONW staat voor ,,Interuniversitair Instituut tot onderzoek van Normen en Waarden in de geïndustrialiseerde samenleving" Negen universiteiten en hogescholen participeren thans Het zijn behalve dus Utrecht en Rotterdam Leiden, de beide universiteiten m Amsterdam, Delft, Eindhoven, Nijmegen en Twente Behalve dat het instituut interuniversitair van opzet IS, IS het ook interdisciplinair van aanpak D w z dat er naast een viertal mensen uit de sociale wetenschappen, (twee en half psycholoog, een socioloog en binnenkort een halve politicoloog), ook een economist en een filosoof in het team zijn opgenomen Het zal duidelijk zijn dat op een dergelijk centraal onderwerp de inbreng vanuit verschillende vakgebieden essentieel is Het IS nog te vroeg om resultaten naar buiten te brengen, iets wat overigens niet op de lange baan geschoven wordt Thans alleen dit van het begin af aan is getracht door concreet empirisch onderzoek een ingang te maken in het moeilijke veld van waardenonderzoek Dit IS gebeurd m de overtuiging dat men theoretisch gezien misschien nog niet zover was dat dat ,,verantwoord" kon gebeuren Maar niettemin schept het doen van onder zoek een oefenplaats waarop men ideeën opdoet, methodes uitprobeert en in ieder geval het contact met de empirie aanhoudt Daarnaast wordt er gewerkt aan de theorievorming, hetgeen veel studie en inventiviteit vereist Dit gebeurt m de stellige verwachting dat binnen afzienbare tijd theorie en empirisch onderzoek op elkaar aangesloten zullen kunnen worden Nu een zo groot aantal universiteiten en hogescholen participeren mogen wij ons afvragen wat deze interuniversitaire status m de praktijk betekent Uiteraard zit er een fmancieel-bestuurlijke kant aan, maar belangrijker zijn de volgende gegevens Juist nu waarden zo centraal zijn komen te staan is het interessant te weten dat in het instituut een literatuurdocumentatie is opgebouwd die zo onderhand aanspraak op volledigheid mag maken De kern daarvan is sociaal-wetenschappelijk van aard Iedereen die geïnteresseerd is of gegevens voor onderzoek nodig heeft kan terecht in een kaartenbak waarin een kleine 1500 titels zijn opgenomen. Vaak zijn er ook fotocopieen of samenvattingen beschikbaar. Een ander punt van contact ligt in de mogelijkheid stagiaires te plaatsen die een aantal maanden niet eens zozeer m de leer zijn, als wei meedoen aan onderzoek dat gebeurt Op die manier hopen zij op een integratie met onderzoek dat aan de verschillende universi teiten op dit gebied plaats vindt Een andere wijze van integreren komt tot stand doordat er contact bestaat en bewust gezocht w o r d t met instituten in den lande die met analoog onderzoek bezig zijn Op die manier ontstaat een uitwisseling en afstemming van activiteiten die alleen maar vruchtbaar kan zijn Het zojuist beschrevene speelt zich voornamelijk op studie- en onderzoekvlak af Maar er zit ook een actie-kant aan Op verschillende plaatsen vormen zich nog voortdurend werkgroepen die zich op de een of andere manier bezighouden met wat wel genoemd wordt ,,de ideologie van het west e n " Voor deze groepen stelt het instituut mankracht en outillage beschikbaar. Hoewel de bedoeling van dit artikel voornamelijk informatief is, willen w i j toch om ons beschikbaar zijn te benadrukken afsluiten met het vermelden van adres en telefoon pummer lONW, Oostmaaslaan 80, Rotterdam, telefoon 010-139485. Wil Jacobs (lONW)
De aldus verzmalende en verwerkte gegevens blijven voorts beschikbaar voor verder wetenschappelijk onderzoek In antwoord op vragen van de Tweede Kamer- Dr Kruismga heeft besloten het onderzoek leden Masman en Tans over een eventuele uit- voorlopig op te zetten voor een tijd van stelling van plaatsmgscommissies voor de 5 jaren studierichtingen scheikunde en rechten heeft Om te bereiken dat de resultaten van het de minister van O W o a het volgende onderzoek en de daarbij opgedane kennis en meegedeeld ervaring aan een zo breed mogelijke kring Van een uitspraak over de voor het studievan belanghebbenden in de gezondheidszorg jaar 1970/1971 te verwachten aantallen eerste- ten nutte kan komen heeft hij besloten dit jaarsstudenten m de scheikunde wil de onder onderzoek naar de gezondheidstoestand van getekende zich, gezien de ontwikkeling, onthet ongeboren kind te doen begeleiden door houden Voorshands ziet hij geen reden een een breed samengestelde begeleidingscomzodanige stijging te verwachten dat de gemissie, waarin het Ministerie van Sociale zamenlijke universiteiten het aanbod niet Zaken en Volksgezondheid zal zijn vertegen zullen kunnen verwerken woordigd De resultaten zullen zo spoedig Samenvattend kan worden gesteld, dat er mogelijk aan anderen ter beschikking geen aanwijzingen bestaan voor een nabije worden gesteld overbelasting van de onderwijscapaciteit van Naast de financiële bijdrage die door het de gezamenlijke faculteiten der rechtsgeleerdMinisterie van Sociale Zaken en Volksheid. Instelling van een plaatsingscommissie gezondheid IS toegezegd zal ook door het voor eerstejaarsstudenten w o r d t derhalve op Praeventiefonds m de uitvoering van het dit moment niet overwogen, mede gezien project financieel worden bijgedragen bovengenoemd negatief advies van de sectie (persbericht Ministerie van Sociale Zaken rechtsgeleerdheid van de Academische Raad, en Volksgezondheid). waarin alle betrokken faculteiten vertegenwoordigd zijn (persbericht O W) STUDEREN BINNEN DE B E N E L U X (NOG) GEEN PLAATSINGSCOMMISSIES VOOR SCHEIKUNDE EN RECHTEN
De Tweede Kamerleden A J Hutschemaekers en J H J Maenen (beiden KVP) hebben op 24 december 1969 de volgende schriftelijke vragen aan de regering gesteld 1 Is de bewindsman niet van oordeel, dat De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid, dr R J H Kruisinga heeft een groei van de Beneluxgedachte, met name bij de jongere generatie, m belangrijke mate zijn medewerking verleend aan een onderzoek bevorderd kan worden doordat vele jongeren naar de mogelijkheden om de gezondheidsuit de Benelux-landen in de partnerlanden toestand van het nog ongeboren kind te behun hogere of universitaire studies kunnen schermen en te bevorderen. maken? Het onderzoekproject wordt uitgevoerd door 2 Kan de minister mededelingen doen over een team van artsen en natuurkundigen De de vorderingen die gemaakt worden bij de inbreng van de artsen zal bij de uitvoering studie over de gelijkmaking van diploma's in van dit project komen van de vrouwenartsen het Beneluxgebied' van de afdeling verloskunde van het Zieken3 Is de minister voorts niet van mening, dat huis van de Vrije Universiteit naast de wederzijdse erkenning van diploma's De natuurkundige inbreng w o r d t verzekerd het verstrekken van studiebeurzen aan de door de deelname van ingenieurs van de zijde eigen studenten, die in een Partnerland hun van het Medisch-Fysisch Instituut van de hogere of universitaire studies maken, een Gezondheidsorganisatie TNO doeltreffend middel is voor het bevorderen Het oogmerk van het onderzoek is de levensvan studentenuitwisseling tussen de verkansen en de gezondheidstoestand van het schillende landen? ongeboren kind zoveel mogelijk te verbete4 Is de minister bereid met zijn Beneluxren collega's in overleg te treden, ten einde te Als de arts de gezondheidstoestand van de komen tot het verlenen van de studiesteun ongeborene kent kunnen het best door hem voor studenten in de partnerlanden op dede meest passende maatregelen worden gezelfde basis als deze in het moederland nomen wordt verleend? Het onderzoek richt zich onder meer op de De minister van onderwijs en wetenschappen, volgende punten dr G H Veringa, heeft op 12 februari 1970 In de eerste plaats als volgt geantwoord Welke inlichtingen over de toestand van 1 De ondergetekende is van oordeel, dat moeder en ongeboren kind voor de arts zijn voor de individuele student het volgen van het meest van belang wetenschappelijk onderwijs in een ander land In de tweede plaats als voornaamste neven-effect zal hebben een Hoe kunnen de inlichtingen over de gezondheidstoestand van moeder en ongeboren kind nadere kennismaking met het land waarin hij die studies maakt Een verdieping van het het beste verkregen worden. saamhorigheidsbesef ten aanzien van andere In de derde plaats landen die tot dezelfde regio behoren kan Met welke regelmaat en over welke periode IS de informatie over de gezondheidstoestand hierdoor ongetwijfeld worden bevorderd van moeder en/of kind gewenst 2 Op het hier bedoelde terrein vindt met In feite bestaan deze inlichtingen uit een België overleg plaats m het kader van het geheel van gegevens zoals tussen beide landen gesloten cultureel ver1 ziektegeschiedenis, drag 2. hartslag van het ongeboren kind en van (Een overzicht van de ontwikkelingen op dit de moeder, punt IS als bijlage hierbij gevoegd) Tussen Nederland en Luxemburg vindt hier3 plaats van de placenta in de baarmoeder, over geen overleg plaats. Daartoe bestaat ook 4 scheikundige gegevens en reacties in het weinig aanleiding, gezien het ontbreken van bloed van moeder en ongeboren kind, een universiteit in Luxemburg en het feit dat 5. druk in de baarmoeder, in de praktijk weinig of geen Luxemburgse 6 de regelmatige hartslagmeting van het abituriënten belangstelling hebben voor ongeboren kind, studies aan Nederlandse instellingen van 7 dieptegeluidsmetingen van de beweging hoger onderwijs Zie voorts het antwoord van het ongeboren kind. op vraag 4 voor wat betreft de relaties met Deze invloeden op moeder en ongeborene Luxemburg zijn niet alleen elk op zich maar vooral in 3 Deze vraag kan in algemene zin bevestihun onderling verband van betekenis. BIJ de verwerking van de gegevens zal gebruik gend worden beantwoord De ondergetekende moet hierbij echter opmerken, dat het gemaakt worden van moderen elektronische verstrekken van studietoelagen aan Nedermiddelen (computerapparatuur) Het resultaat van de verwerking der gegevens landse studenten ten behoeve van het verkan in de verloskamer op een beeldbuis zicht- richten van universitaire studies in het buitenland om financiële en andere redenen baar worden gemaakt. De maatregelen kunnen van belang zijn zowel (zie antwoord op vraag 4) slechts m zeer beperkte mate mogelijk is voor de gezondheidstoestand van de moeder 4 BIJ de beantwoording van deze vraag is als van de ongeborene. ervan uitgegaan, dat met deze vraag bedoeld ZIJ zijn ook van belang voor een zo goed wordt te informeren naar de bereidheid van mogelijke gang van zaken bij de geboorte.
ONDERZOEK NAAR DE GEZONDHEID VAN HET ONGEBOREN KIND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's