Ad Valvas 1969-1970 - pagina 463
8i3 vsivss WEEKBLAD V A N OE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE U N I V E R S I T E I T
UITSUG STlllFGFOEPFEFEFENQIM PA0.7
3 JULI 1970 17e JAARGANG Nr 33
FOflTllS eOTAMQllS In verschillende kassen bloeien op het ogenblik diverse soorten van het geslacht Passiflora; lianen of kleiner blijvende klimplanten, die van ranken voorzien zijn, maar ook bomen of struiken, vormen de familie Passifloraceae, die in alle tropen en subtropen te vinden is (11 genera; 600 soorten). De meesten soorten passiebloemen ( ± 4 0 0 , vooral Amerika) behoren tot het genus Passiflora, dat zijn naam ontleent aan de uiterst merkwaardige bouw van de bloem. Met een romantische gemoedstoestand, die als ,,passie" omschreven w o r d t , heeft de naam passiebloem niets te maken, ,,passie" duidt op het lijden van Christus. De 3 stijlen met dikke stempels stellen door hun vorm in de volksoverlevering de 3 nagels voor, waarmee Christus gekruisigd werd, het vruchtbeginsel de spons, de 5 meeldraden de 5 wonden, de stamperzuil de rechtopstaande kruispaal, de soms roodgevlekte corona (pseudo bloemkroon) herinnert aan de bebloede doornenkroon, de 5 kroon- en 5 kelkbladen stellen te samen de 12 apostelen voor (Judas en Petrus ontbreken), de ranken zijn de gesels, enz. Vele passiebloemen worden als sierplant gekweekt, maar van meer belang zijn de bijzonder smakelijke vruchten, die als granadilla (P. edulis) of markieza (P. quadrangularis) populair zijn. Er zijn allerlei variëteiten en soorten, die onder wisselende benamingen wijd en zijd m de tropen geteeld en verhandeld worden. Overigens zijn Passiflorasoorten met zelden gevaarlijk, P. foetida kan veel blauwzuur bevatten. Passiflora racemosa Brot, w o r d t vaak als sierplant gekweekt vanwege de rode bloem, terwijl Passiflora coerulea de meest bekende passiebloem is, die ook in woonkamers wel t o t bloei komt. Veel hybriden werden door kruising gewonnen. In de natuur brengen gewoonlijk hommels het stuifmeel over. De bloemknop opent zich en de meeldraden verlengen, krommen en draaien zich, zodat de helmknop, als hij opensplijt en het stuifmeel ontsnapt, omlaaggekeerd IS. Een bezoekend insekt zal, op weg naar de nectar in de komvormige holte m het hart van de bloem, met bepoederde rug wegvliegen. De stempels zijn in d i t stadium omhooggericht. In een volgend stadium krommen de stijlen zich buitenwaarts en omlaag, zodat de stempels de plaats in gaan nemen, die de rijpe helmknoppen vroeger
bezet hielden. Zij zullen nu met het stuifmeel van een andere, jongere, bloem in aanraking komen als een insekt de bloem in dat stadium, zoekend naar nectar, binnendringt. Behalve de reeds genoemde Passiflora quadrangularis en racemosa, bloeien nog in verschillende kassen Passiflora gracilis, suberosa, coerulea Madame Eugenie en trifasciata (bontbladig soort). In de grote kas bloeit ook de Aristolochia elegans Mast. behorend tot de Aristolochiaceae, de bloemen van deze familie zijn zo karakteristiek, dat de familie daaraan vrijwel steeds dadelijk te herkennen is. Gewoonlijk benaderen zij in vorm een ouderwetse slaapmuts, met brede, vlak gespreide rand en gekromd middengedeelte, terwijl de punt aan de bloemsteel vastzit en meeldraden en vruchtbeginsel bevat. Het zijn haast altijd slingerplanten, die op den duur gewoonlijk verhouten. Aristolochia's zijn goede voorbeelden van de ,,signatuurleer", d.w.z. de opvatting, die in vroeger eeuwen zelfs onder geleerden aanhangers
vond en tegenwoordig vooral in de volksgeneeskunst nog stand houdt, dat aan het uiterlijk van een plant te zien zou zijn, voor welke ziekte de plant als geneeskruid effectief zou zijn. ZIJ ontlenen hun naam eigenlijk aan die ,,signatuurleer", want ,,arist03" wil in het Grieks zeggen, dat iets bijzonder goed of deugdelijk is en ,,locheia" is het Griekse woord voor geboorte. Het is dus een plant, die baring bevordert, en inderdaad werd Aristolochia daar eertijds bij gebruikt. De bloem van Aristolochia bestaat uit kelkslippen, die geheel met elkaar vergroeid en zo enorm vergroot zijn, dat zij een hoogst opvallende muts- of trompetvormige zak vormen, die een betrekkelijke nauwe ingang heeft. De ingang is evenwel vaak omgeven door een brede z o o m , die weer langgestaart kan zijn. De kleuren zijn vrijwel steeds dor, bruin of paarsachtig, vuilgeel of groen. Aangelokt door geuren, die vliegen of kevers bekoren, kunnen gaan die Insekten binnen en passeren de (omhoog) gekromde „sluis" zonder moeite om vervolgens in de weer verwijde voet van de bloem (die meestentijds het hoogste is) te belanden. Daar staan 6 of meer meeldraden, vergroeid t o t een vlezige zuil rondom de stijl. De stempel bevindt zich in het centrum. Terugkeren is voor de indringers geen eenvoudige zaak. De uitgang
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's