Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 247

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 247

6 minuten leestijd

teit zich teweer stelt tegen de mogelijke eisen of verlangens van de autoriteiten die van buiten de wetenschap komen. Ze moet alle belangen de pas afsnijden d*e vanuit de maatschappij haar benaderen. Want deze maatschappij is zelf geen eenheid; ze is uiteengevallen in sociale groepen, die elkaar bestrijden en hun eigen wensen, belangen en ideologie hebben. Zo komt men tot de e e r s t e stelling: Niet alleen moet ervoor gezorgd worden dat onderzoek en onderwijs vrij zijn van de Staat, m a a r ze moet van elke belang onafhankelijk zijn, willen ze hun innerlijke zelfstandigheid niet verliezen. Dit lijkt nogal ver af te staan van de oorspronkelijke gedachte, dat de universiteit en de mensen die binnen haar werken maatschappelijke verantwoordelijkheid m o e ten kennen. In werkelijkheid is het vrij zijn van belangen juist de e e r s t e maatschappelijke eis die de u n i v e r s i teit gesteld wordt. Want de wetenschap mag niet zomaar voorbij gaan aan de belangen die haar benaderen, maar ze moet die veeleer ZELF gaan onderzoeken. De e e r s t e opgaaf is het datgene kritisch door te lichten, wat men van haar verwacht. Dat kan ook zijn een kritisch onderzoek van de belangen, waarin de universiteit r e e d s v e r s t r i k t is geraakt. De hier opgestelde these ondergaat zo een duidelijke wending: de e e r s t e taak die de maatschappij de wetenschap stelt is afstand scheppen tussen de m a a t schappij en zichzelf. Deze gedachte moet evenwel meteen door een tweede aangevuld worden: de wetenschap moet evenz e e r om de maatschappij als om zichzelf vrij zien te blijven van maatschappelijke invloeden. Juist hier treft ze haar vermogen kritisch te zijn. Haar resultaten kan ze alleen m a a r zelf tot stand doen komen. Alleen als ze onbevangen is kan ze tegelijk haar eigen plaats binnen de maatschappij en t e genover haar bepalen. De schijnbare tegenspraak tussen de verantwoordelijkheid en de zelfstandigheid heft zich op in de wetenschap zelf. Tweede stelling: de wetenschap komt tot de maatschappij, wanneer zij tot zichzelf komt, door de vraag naar haar eigen inhoud; naar haar relevantie en maatschappelijke betrekkingen te verdiepen, d . w . z . door in haar eigen opgaven te voldoen - ze te begrijpen. Het is geen niet t e r zake doende eis, die aan de universiteiten gesteld wordt. Haar eigen Objekten, de verschijningen der levende en dode natuur, de resultaten van menselijk denken en handelen, houden de akademische geleerdheid op b o venstaande wijze bezig. Misschien zal het standpunt veranderen van waaruit deze Objekten bekeken worden, of als ze op zich relevant voor de maatschappij, of als betekenis voor de maatschappij, wat dan ook wil zeggen voor de maatschappelijke vormen van het denken. Daarmee wordt de b e langrijkheid van de bestaande leerstof, en wordt het aanleggen van k r l t e r i a bij de keuze tot Objekten van overdenking. De universiteit handelt niet alleen maatschappelijk betrokken bij de vragen die men stelt, m a a r ook bij de vragen die men niet stelt. De derde stelling als konsekwentie van de tweede stelling luidt dan ook: Een akademische discipline welke nadenkt over haar verhouding tot de maatschappij, zal tot een verdiepte visie komen. De opeenvolging van de traditionele objekten wordt nu zelf tot thema. Evenals de selektiemechanismen en de onderwijs traditie, en soms ook de mechanismen om te vergeten - een selektlef vergeten - , of een telkens terugkerend misverstaan. Hierdoor opent zich tegelijkertijd een mogelijkheid om uit de bestaande wanverhouding tussen naarstig en tegelijkertijd totaal blind detailwerk en eigenlijk doorzien van de betekenis, die aan de objekten van deze detailarbeid gehecht moet worden, te komen. Ter diskussie staat i m m e r s niet slechts wat te kennen, te weten is, m a a r ook wat het weten waard i s . Terwijl de universiteit hele puinhopen van de detailonderzoekingen levert, zie de desertatie, werkelijke pyramiden van kiezelstenen zonder een andere binding dan hun eigen m a s s a , ontbreken elementaire opsporingen en van dat wat de onderdelen pas hun plaats geven in het g r o t e r e geheel. Vierde stelling: Het gewicht van haar doen en laten vindt de universiteit in wat de maatschappij zelf, en de afzonderlijke akademici als maatschappelijke mensen beweegt. De verantwoordelijkheid van de wetenschapsmens ligt in de behoefte aan oplossingen bij de mensen in deze tijd. Wanneer de akademische discipline zich de grote vragen van ons tijdperk aantrekt als voorwerp van terzake doende wetenschappelijke bemoeienis, en niet slechts als iets waar men belangstelling voor heeft, ontwikkelt en verdiept haar ontwerpen-register zich. Het is nu blijkbaar zo ver gekomen dat de rechtswetenschap met dezelfde nauwgezetheid te werk gaat bij b . v . vragen inzake belastingrecht a l s bij het probleem van de "Notstandsordnung", welke dan principieel in zijn geheel t e r diskussie staat. Net zo goed is de Vietnam-oor log voor de beoefenaren van het volkerenrecht niet een voorwerp van buitenwetenschappelijke ontboezemingen, m a a r veeleer een vraagstuk waardoor ze haar volle wetenschappelijke onbevangenheid en tegelijkertijd het bewustzijn van het belang van m a a t schappelijk optreden, in het oog moet houden. Hoe m e e r de wetenschap zichzelf is hoe e e r d e r ze haar dimensie zal vinden, en ze zich nieuwe doeleinden zal stellen. Slechts als werkelijk vrij, mag ze zich aan de maatschappij verplichten. Maar dan: Vijfde stelling: niet aan de maatschappij zoals ze is, doch zoals ze naar wetenschappelijk inzicht kan zijn. Vanuit de mogelijkheden van de maatschappij, zal de wetenschap haar laatste oordelen vaststellen. Het is overduidelijk dat nu overal de mogelijkheden van de maatschappij boven het bestaande uitkomen: Wie kan de honger in hele kontinenten nog zien als hun noodlot, als gelijktijdig in de hoogontwikkelde landen de voorraadsruimten voor de oogsten te klein zijn. Wie kan de oorlog nog als de vader van alle zaken prijzen bij vernietigingsmogelijkheden die onze aardkloot tot slachtoffer van een nucleair bedrijfsongeval kunnen maken, en zodoende dwingt tot het samenleven ook van konk u r r e r e n d e maatschappelijke systemen. Wie in het tijdperk van de berichtensatelieten zal onwetendheid nog een door God gewilde voortdurende toestand van de nog in het stenen tijdperk levende ziel durven noemen. Langs een zeer moeizaam en slingerend pad door de geschiedenis, heeft een voormenselijke w e reld de materiƫle grond gelegd voor haar eigen vermenselijking. En de wetenschap kan deze wereld 25

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 247

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's