Ad Valvas 1969-1970 - pagina 231
3 "DE 100%-WET" INLEIDING
(Wijziging van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs in verband met een algemene herziening van de bekostigingsregeling voor de openbare en bijzondere instellingen van wetenschappelijk onderwijs). 13 september j . 1. is door minister Veringa een ontwerp van wet ingediend - bekend onder de naam 100%-wet - inhoudende: een gelijkschakeling van de bijzondere en openbare universiteiten voor wat betreft met name de financiële en administratieve bepalingen. D. w. z. dat vrijwel alle bepalingen die tot nu toe gelden voor de openbare universiteiten nu ook z u l len gelden voor de bijzondere; terwijl tevens voor beide soorten instellingen voor W.O. een aantal nieuwe bepalingen zijn opgenomen. Dit - de gelijkschakeling in kombinatie met sommige oude en de nieuwe bepalingen - schept de m o gelijkheid voor de overheid nu legaal een GECENTRALISEERD NATIONAAL ONDERZOEK- EN ONDERWIJSBELEID te voeren. Deze centralisatie manifesteert zich o . a . in de nieuwe voorstellen en bepalingen ten aanzien van de taakverdeling. ^) Wij hopen aan te tonen dat de 100%-wet vooral geplaatst tegen de achtergrond van het beschreven overheidsbeleid - een zeer belangrijk wapen is om de vrijheid van onderwijs en wetenschap - zo die nog bestond - definitief de genadeslag toe te brengen. Deze afronding van het reeds e e r d e r aangevangen proces van afbraak van de universitaire autonomie 2), zal bovendien de sinds kort op gang gekomen demokratiseringstendens 3) de kop indrukken, ja zelfs tot een onmogelijkheid maken. De vraag is dus: - Wenst de universiteit in staat te zijn, onafhankelijk, de werkelijke problemen en behoeften van d e ze (wereld) maatschappij te bepalen, waarderen en e r een oplossing voor te vinden, - öf levert de universiteit zich zonder m e e r uit; d . w . z . voldoet zij aan de haar gestelde eisen (waarbij ze zich in dienst stelt van en ondergeschikt maakt aan de bestaande maatschappelijke m a c h t s verhoudingen) ?
TAAKVERDELING Artikel 16, eerste lid van de Wet op het Wetenechappelljk Onderwijs: "De regering draagt, op voet van het In deze afdeling bepaalde, zorg voor gelijkwaardige ontwikkelingsmogelijkheden voor de uit de Rijkskas bekostigde universiteiten en hogescholen. Zij neemt hierbij, rekening houdend met het onderscheid tussen openbare en bijzondere Instellingen, de vereisten van een redelijke taakverdeling tussen de instellingen in acht". De tweede volzin van dit artikel is nieuw, hoewel volgens de m e m o r i e van toelichting (p. 3) met g e lijkwaardige nooit gelijke ontwikkeling is bedoeld; e r zou niets nieuws aan de hand zijn. Gezien vanuit de door Den Haag ontwikkelde praktijk van de laatste jaren is dit ook juist: Het m i n i s terie heeft reeds een begin gemaakt met de taakverdeling (geologie, polemologie, culturele a n t r o pologie en niet-westerse sociologie - voor CA en NWS zie bijlage). Nieuw zijn ook de artikelen 96bis en 96ter, die de algemene beginselen van bekostiging regelen. In artikel 96bis staat dat er jaarlijks een bijdrage wordt verleend aan de openbare universiteiten, en aan de stichtingen of verenigingen waarvan de bijzondere universiteiten uitgaan, - met inachtneming van het bepaalde in a r t . 16, e e r s t e lid - ên van de v e r d e r e bepalingen voor bekostiging (financiële bepalingen, begrotingsprocedure, a d m i nistratie).
1) De ministeriële argumentatie voor de gelijkschakeling en taakverdeling is het feit dat de bijzondere universiteiten (Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam,de Vrije Universiteit, de Katholieke Universiteit van Nijmegen, de Katholieke Hogeschool Tilburg en de Ekonomische Hogeschool van Rotterdam) voor 100% gesubsidieerd gaan worden. Naar onze mening is het onterecht de 100% subsidie te koppelen aan de voorgestelde wetswijzigingen, omdat a. een 100% subsidie op zichzelf terecht is en überhaupt niet gekoppeld mag worden aan autonomie-beperkende voorwaarden; b. wij - hopelijk - aan zullen tonen dat, afgezien van een 100% subsidiering dit wetsvoorstel met de te noemen belangrijke kenmerken geheel past in de lijn van de andere rapporten en voorstellen ten aanzien van het wetenschappelijk onderwijs, die van bovenaf komen en een 'noodzakelijkheid' lijkt in de politiek van aanpassing en centralisatie. 2) Het autonomie-begrip zal in een apart hoofdstukje nog enigszins uitgewerkt worden. 3) Voor zover deze een aanzet betekent tot een betere vervulling van de kritiese-aktieve funktie van de universiteit ten aanzien van de maatschappij; en niet slechts een technokratiese herstrukturering. (Zie het artikel 'De nota-Veringa en de werkstrukturering bij Philips' in de Ad Valvassen van 19 september en 3 en 17 oktober 1969). 9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's