Ad Valvas 1969-1970 - pagina 35
sf3 vsivse WEEKBLAD V A N DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE U N I V E R S I T E I T
19 SEPTEMBER 1969 17e JAARGANG Nr 3
pGclop (nsgnißcus:
kan niet zondep gezsg Maandag jongstleden, de 15e september, heeft de rector magnificus onzer universiteit, prof. mr. W. F. de Gaay Fortman, ter gelegenheid van de opening van het nieuwe academisch jaar, in het Woestduincentrum de traditionele „lotgevallenrede" uitgesproken. Niet volgens traditie was het na afloop voor belangstellenden beschikbaar stellen van de tekst ervan; de rijkweidte van deze verspreiding is overigens niet van dien aard, dat alle leden van de universitaire gemeenschap er kennisvan hebben kunnen nemen: vandaarook alweer traditiegetrouw - hier de belangrijkste delen van de rede. gezag en macht Veel t i j d en aandacht moest dit jaar besteed worden aan het vraagstuk van de bestuursorganisatie der universiteit. Nu deze zaak nog volop in discussie en ontwikkeling is en ik zelf daarbij ambtelijk betrokken ben, lijkt het mij ongepast een deelverslag te geven. Na veel tribulatiën is onder voorzitterschap van Stahlie thans een stuurgroep aan het werk, die als voornaamste taak heeft het ontwerpen van een experimentele bestuursstructuur voor de Vrije Universiteit. Het vraagstuk van de bestuursvorm der universiteiten is uiteraard niet alleen een vraagstuk van iedere instelling afzonderlijk. In feite worden alle instellingen thans reeds uit 'sRijks kas gefinancierd. De Grondwet (artikel 208) verklaart het onderwijs t o t een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering. De minister van Onderwijs en Wetenschappen heeft dan ook in zijn op 27 juni j l . aan de Tweede Kamer aangeboden nota bestuurshervorming universiteiten en hogescholen duidelijk doen blijken, dat de regering, overigens eveneens overtuigd van de noodzaak van zulk een hervorming, voor de deugdelijkheid van nieuwe bestuursvormen*' harerzijds in gemeen overleg met de Staten-
Generaal eisen zal stellen. De indiening van een wetsontwerp ter zake schijnt binnenkort verwacht te kunnen worden Bij het streven naar een nieuwe bestuursvorm gaat het, zo zegt men, om een democratisering van het bestuur der universiteit. Men wil medezeggenschap, daarbij inbegrepen medebeslissingsrecht van alle geledingen. Ik acht dat inderdaad een eis van democratie; niet alleen voor de universiteit, maar ook voor de onderneming en in het algemeen voor iedere instelling, waarin mensen samen werken. Ook de democratie kan echter niet zonder gezag; zij vooronderstelt dat zelfs, want haar doel is een gezag, dat er is ten bate van degenen, over wie het w o r d t uitgeoefend en dat verantwoording moet afleggen aan vertegenwoordigers van deze laatsten. Nu worden er in onze dagen over het gezag als zodanig en over hen, die gezag dragen, weinig vriendelijke dingen gezegd. Dat is naar mijn mening vooral een gevolg hiervan, dat men gezag identificeert met brute machtsuitoefening. Men moet gezag en macht wel onderscheiden. Gezag geeft regels en bestuurt in de gemeenschappen, waarvoor het geldt. Het karakter van het gezag is in bijbelse zin dienst. Wie heerst, dient. Psalm 72, het gebed voor de koning, d r u k t dat op onovertroffen wijze uit. Als echter gezag dienst is voor hen, over wie het w o r d t uitgeoefend, dan moet het onder controle staan, dan moet het ter verantwoording kunnen worden geroepen. Wil het gezag effectief zijn, dan moet het, zo nodig en in laatste instantie door middel van machtsuitoefening de maatregelen, die het nodig acht, kunnen doorzetten. Maar ook die machtsuitoefening staat onder de klem van de plicht t o t dienen en verantwoording afleggen. Het moet, d u n k t m i j , mogelijk zijn elkaar in de notie van gezag, zoals psalm 72 die geeft, te vinden, zeker aan een universiteit, die naar
geestesrichting gedragen wordt door nazaten van de Monarch-machten. Ik noemde zojuist de geestesrichting van de universiteit. Deze speelt ook een rol bij het ontwerpen van een nieuwe bestuursvorm. Niet in technische zin. De grondslag, die de geestesrichting der universiteit, zij het ook onvolkomen, u i t d r u k t , verzet zich niet tegen democratisering, integendeel, kan ik op grond van het voorgaande zeggen. Welke bestuursvorm men echter ook kiest, het religieus karakter der universiteit moet onverlet blijven. De vormgeving daarvan in de grondslag kan verbeterd worden — de besprekingen over een nieuwe formulering van de grondslag naderen haar afsluiting —, maar de zaak zelf IS niet voor verandering vatbaar, tenzij niemand meer aan deze universiteit zou willen komen werken of studeren. Alleen van de docenten w o r d t instemming met de grondslag gevraagd. Alle overigen, die aan de universiteit verbonden zijn, zijn zonder meer van oudsher welkom. Van allen echter moet en mag loyaliteit ten opzichte van het karakter der universiteit gevraagd worden. Wie de grondslag zo onverdragelijk vindt, dat hij deze loyaliteit niet kan opbrengen, behoort de universiteit-uit respect voor haar en voor zichzelf voor een andere te verwisselen. Dat de zaak, die de grondslag probeert te vertolken, de verhouding van openbaring en wetenschap, in discussie~moet blijven, wil de universiteit niet beneden de maat blijven, is onbetwist. vertrek professor Gerbrandy Gerbrandy gaat heen, omdat hij meent bij de sterke toeneming van het aantal studenten, mede gelet op de ontwikkelingen in de studentenwereld en het beslag, dat steeds meer voor bestuurlijke aangelegenheden op de t i j d van de hoogleraar w o r d t gelegd, zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's