Ad Valvas 1969-1970 - pagina 42
ten, kombinaties van bekende feiten en kritieke oordelen, die een zeer planmatige arbeid onmogelijk maken. De hier gesignaleerde noodzaak t o t decentralisering van de beslissingsbevoegdheid doet zich ook al voor m verschillende bedrijven. Het management kan daar niet meer alle mogelijkheden en onmogelijkheden van de specialisten overzien en er ontstaat een relatieve autonomie van de specialist.
B. Funktiedifferentiermg 1 De eenheid van onderwijs en onderzoek ging in de loop der jaren volkomen verloren Niet de doordringing van het objekt van onderzoek staat voorop, maar de mstruktie van het subjekt, de student. Er ontstonden twee 'funktiegebieden'. 2. Binnen het onderwijs en onderzoek hebben zich interne funktiedifferentiermgen voorgedaan. Het onderzoek is gedifferentieerd in het wetenschapstechnies routinewerk enerzijds en anderzijds produktief onderzoek, gericht op nieuwe wetenschappelijke inzichten. Het onderwijs is gedifferentieerd m het aanleren van wetenschappelijke gegevens, samenhangen, en metodes (de zgn. basiskennis) enerzijds en anderzijds case studies en toepassing van het geleerde. De ekstreemste vormen hiervan ziet men bij het samenstellen van aparte 'vak-leerkrachten' voor prekandidaten en het opkomen van een postdoktoraal studie waarin onderzoek een grote rol speelt. Het is duidelijk dat de voorstellen van Posthumus (de tweefasen-studie) deze ontwikkelingen legaliseren. 3. Als basis van onderwijs en onderzoek is het beheer als aparte funktie naar voren gekomen. Voor het beheer van biblioteken, kollekties, techniese apparaten etc wordt een staf gevormd, die ten dele ook betrokken IS bij wetenschappelijk routinewerk. Bij een verdere ontwikkeling van de staf treedt een spanningssituatie op. Er is n.l. sprake van een verschuiving van de funktie van het beheer van dienstverlenend naar overheersend (toenemende invloed van beheer op onderwijs en onderzoek) er ontstaat een aparte burokratiese hiërarchie, die op het laagste nivo uitmondt bij de mstituutsdirekteur. Bij hen treden dan ook de meeste konflikten naar buiten als hij probeert al zijn funkties gelijkelijk te bekleden. Meestal lost hij dat op door met een slecht geweten te opteren voor één van de gebieden (onderwijs, onderzoek of beheer). De wetenschappelijke medewerkers verkeren in eenzelfde k o n f l i k t . Zij kunnen echter niet zo snel iets afschuiven, omdat ze aan hun karrière moeten denken.
C. Ontwikkeling naar de organisatievorm van het grootbedrijf. De traditionele oj-ganisatievorm van het wetenschappelijk instituut is de hiërarchie. Dit betekent een systeem van boven- en onderschikking gericht op het doel der produktie. Hierarchiese verhoudingen hebben grote nadelen voor de kwaliteit van het wetenschappelijk werk Er komt (te) weinig informatie van beneden naar boven, kommunikatie gaat via een autoriteit tegenover wie men zich
waar moet maken. In het algemeen kan men zeggen dat er konkurrentie is in plaats van samenwerking. Dit k o m t in k o n f l i k t met de ontwikkeling van het wetenschapsbedrijf, dat gaat in de richting van teamwork en intensieve samenwerking. Daarbij k o m t dat hierarchiese verhoudingen uitermate slecht funktioneren. Bovendien ontwikkelen teams een kennis, die voorbij gaat aan de kennis van een afdelmgsleider, die daardoor ook zijn funktie verliest De door de betrokkenen zelf ontwikkelde samenwerking is rationeler en produktiever en moet dus eigenlijk bevorderd worden. Het konflikt w o r d t opgelost door het minder zichtbaar en openlijk maken van de hierarchiese verhoudingen, het vergroten van het gevoel van één-zijn met het bedrijf en het voeren van een zogenaamde 'human-relations policy'.
De reaktie van de overheid op deze drie tendenzen De drie beschreven ontwikkehngstendenzen komen in botsing met de oude universitaire struktuur. Bovendien leggen zij zware finansjele lasten op aan de regering, welke zich niet bereid (of in staat') t o o n t deze werkelijk te willen dragen. De overheid reageert dan ook op de ontwikkehngstendenzen door te komen met verschillende voorstellen tot herstrukturering van het WO, welke alle gemeenschappelijk blijken te hebben dat zij de kosten voor de overheid moeten verlagen (indien zoiets ooit mogelijk IS), en de materiele en immateriële lasten van de studenten moeten verhogen. BIJ dit alles wordt de hierarchiese en ondemokratiese grondstruktuur van het onderwijs niet opgeheven, maar versterkt Wat zijn de plannen van regeringszijde t o t - n u - t o e ' — Het rapport van de komnnissie Mans: hiërarchie, efficiency, grootbedrijf (zie onder A ) . — Het rapport van de kommissie van Os: strakke indeling van hoog t o t laag van het dosentenkorps (zie onder A ) — Het rapport van de kommissie Reerink: Aanpassing van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid aan de vaste ministeriele normen, vastleggen van kommunikatie-, informatie- en overlegkanalen voor het verkrijgen van gelden, uitbreiding en versterking van de burokratie. — De regeringskommissie Andriessen Terugbrengen van de bijdrage van de staat in de onderhoudskosten van de student door invoering van een stelsel van persoonlijke leningen, na afstuderen met rente terug te betalen. Men ziet de student als privé-investeerder in zich zelf en gaat zonder meer uit van de ongelijke inkomensverdeling in de samenleving (akademikus verdient genoeg om het geleende bedrag terug te betalen) — De nota-Posthumus Recht op het konsumeren van onderwijspakketten, indien (ten) eksamens na een vastgestelde tijd niet gehaald zijn, krijgt de student geen onderwijspakket meer, maar hij mag nog wel (ten)eksamens afleggen. Splitsing van de studie in korte vierjarige techniese opleiding voor 80% der studenten, verschoolsmg van de opleiding en opvoeren
van studiebegeleiding, versterking van het statuskarakter van het WO door vervanging van de titel bakkalaureus door doktorandus. De grondtendenzen zijn dus als volgt 1 Nauwere aanpassing aan de eisen van het bedrijfsleven (n.l. m korte t i j d klaargestoomde vakspecialisten, die gewend zijn in een hierarchies systeem te leven). 2. Versterking van de interne hiërarchie 3 Handhaven van de elite-funktie van het WO (nadruk op 'opleiding voor een maatschappelijke funktie, waarvoor een universitair diploma vereist of gewenst is', slechts een klein perc. bevoorrechtten mogen, na sollisitatie, een 'volwaardige' wetenschappelijke opleiding volgen en zelfstandig wetenschappelijk bezig zijn). 4. Verleggen van de kosten van de staat naar de partikulieren. 5. Angst of onwil of onmacht o m de sociale Sektor (w.o. onderwijs) van de overheidsgelden uit te breiden. 6. Herstrukturering als funktie van efficiëntie en kostenbewaking. In de keus tussen demokratisermg van het onderwijs of het uitbouwen van dat onderwijs tot een nog verfijnder instrument van maatschappelijke selektie en plaatstoewijzing wordt door de off isjele herstruktureerders stelselmatig voor het laatste gekozen. Maar deze keuze js-yoor hen geen reeele, omdat het een k^uze betekent tussen twee verschillende maatschappelijke systemen. Hoe onmogelijk een werkelijke demokratisermg van ons onderwijs bij behoud van huidige maatschappij-struktuur is, blijkt uit de schattingen, die minister Veringa begin 1968 prijsgaf Als de mate waarin de hogere miljeus profiteren van de verschillende vormen van onderwijs even groot zou zijn voor alle miljeus, dan zouden 1 6-maal zoveel studenten aan universiteiten en hogescholen ingeschreven staan. 2. het middelbaar onderwijs op drie maal zoveel leerlingen moeten rekenen als nu. 3. De ULO nog maar de helft krijgen van het huidige leerlingenaantal. 4. Het lager beroepsonderwijs t o t een derde worden teruggebracht, (knipselkrant m i n . O. W. n r 4 3 0 9 ) . Het voorgaande maakt duidelijk, dat de rapporten, notaas e.d. die (van bovenaf) over herstrukturering van onderwijs, onderzoek en bestuursvorm worden uitgebracht, beschrijvingen en verdere uitwerkingen zijn van reeds aan de gang zijnde ontwikkelingen in het WO. Zo ook de nota-Vermga 'bestuurshervorming universiteit en hogeschool', die volgende week besproken zal worden, en vergeleken met de reorganisatie, die Philips enige tijd geleden m haar bedrijf heeft doorgevoerd. voorSRVU A t i e Verduyn. w o r d t vervolgd.
Voor dit stuk gebruikte literatuur Universiteit en Onderneming, 1968, uitg. USN/NSR. Operatie Universiteit-derde ingreep Maris bestuursstruktuur, febr. 1969. Nota Demokratisermg van het onderwijs, ministers Veringa en Lardinois, juli 1969, uitg. staatsdrukkerij Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's