Ad Valvas 1969-1970 - pagina 227
een spektakulaire groei te zien gegeven. Niettemin bleef deze uitbreiding nog achter bij de ekonomiese behoefte: "Een analyse van de beroepsuitoefening over de jaren vanaf 1930 leidt tot de konklusie, dat de groei van de aantallen academies gevormden, hoe spektakulair ook, op vele punten onvoldoende is gebleken, met name in de jaren vijftig, toen e r een v e r s t e r k t e ekonomiese expansie met grote tekorten werd gesignaleerd". Voor de komende jaren wordt op grond van de stijging van het welvaartsnivo en de revolutionaire wijziging in het produktieproses een voortzetting van de tot dusver g e r e g i s t r e e r d e groei verwacht: "De totale behoefte aan academici wordt voor 1980 geschat op 125.000". (De laatste citaten komen uit: "Aantallen academici tot 1980", de Academiese Raad, 1968.)
WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK a. 'Kwalitatief' kan men t . a . v . de b-wetenschappen het volgende opmerken: In het kapitalisme is het zo dat de produkten een zo groot mogelijke winst moeten opleveren. Dat wil niet zeggen dat de P r o dukten altijd even goed moeten zijn; het is vaak veel voordeliger voor het bedrijf snel slijtende spullen te produseren 1). Om deze produkten te maken is veel r e s e a r c h nodig. Wat (met name) de gamma-wetenschappen betreft, geldt: Voor de afzet van overproduktie van konsumpti egoederen is het noodzakelijk, dat de verkoopmetoden steeds m e e r verwetenschappelijken (marketing en reklame), evenals de interne organisatiemetoden. 1) De funktie van de universiteit m het wetenschappelijk onderzoek is vooral het verrichten van fundamenteel onderzoek, dat door zijn tijdrovend en kostbaar karakter te weinig direkt rendement en te veel risiko voor het bedrijfsleven oplevert. b. Kwantitatief. De uitgaven voor s p e u r - en ontwikkelingswerk nemen een steeds groeiend gedeelte van het bruto sociaal produkt in beslag. De verdeling van de lasten hiervoor geeft een verschuiving te zien van de industrie naar de staat. Tabel 2: Uilgaven voor wet. onderzoek, (in miljoenen guldens). 1947 Uitgaven wet. onderzoek.
30-35
% van het nat. inkomen. ruim 0, 3 Bron: CBS.
'49-'50 165 ruim 1
1959
1964
1968 2)
+ 550
1240 ^^
2100
ruim 1, 6
2,4
2,6
i) b-wetenechappen 1.178,6 miljoen. a (en ganuma-) wetenschappen 61,1 miljoen; waarvan 30,1 mllj. voor universiteiten en hogescholen, 23, 9 vof^r speurwerkinstellingen en 7, 6 voor ondernemingen. 2) Dit cijfer maakte Prof, Dr.C. J. F,Böttcher (voorzitter Raad voor wetenschapsbeleid) bekend op de 21e ekonomiese Benelux-iwuferentie te Amsterdam. Van deze 2, 1 miljard gulden besteedt de overheid ruim 0,9 miljard en het bedrijfsleven 1, 2. Zes industriële koncems, te weten Philips, Shell, Unilever, AKU, StaatsmlJnen/DSM en KZO, besteden gezamenlijk dit Jaar ongeveer 900 miljoen aan research en ontwikkeling. Alle andere ned. bedrijven besteden in deze sektor ongeveer 300 miljoen.
De groeiende uitgaven van de staat voor speurwerk op het gebied van de b-wetenschappen kan men aflezen uit de spektakulaire toename van de bedragen daarvoor op de universiteiten, tussen 1959 en 1964: Tabel 3 . Speurwerk op gebied van b-wetenschappen. Uitgaven in miljoenen guldens. 1959
1964
Op de universiteiten
65,1
246
In de ondernemingen
345,8
664,3
Van de 30-35 milj. die in 1947 voor wet. onderzoek (alle wetenschapsgebieden) in Nederland werden uitgegeven, bedroegen naar schatting de uitgaven voor universiteiten en hogescholen niet m e e r dan 5% van het totaal.
EISEN VAN HET BEORIJFSLEVEN
Het bedrijfsleven is geïnteresseerd in: - Verkorting van de studieduur. Zij heeft belang bij jonge, plooibare academici die zich beter, g e makkelijker dan ouderen kunnen aanpassen aan het bedrijf en het bedrijfsbelang; het is belangrijk dat de academicus zo vroeg en zo veel mogelijk zijn praktiese vorming in het bedrijfsleven krijgt. Bovendien hebben de moderne mammoetconcerns geen behoefte m e e r aan de veelzijdig gevormde academicus, m a a r wel aan academici met praktijkgerichte, weinig gespecialiseerde kennis. - Splitsing van de studie in een korte en lange opleiding. Dit streven manifesteert zich r e e d s in een 'praktijk'-gerichte opleiding van ca. 4 j a a r voor de grote groep en daarna, voor een kleine elite, nog een 'echte' wetenschappelijke opleiding. Zie v e r d e r hierboven en de e e r s t e noot op pag. 2- 2) 1) zie ook Vance Packard: 'The Waste-makers' en 'The hidden Persuaders'. 2)Om dit aan de hand van de natuurkunde-opleiding te demonstreren kan men niet beter doen dan de verslagen te lezen van het internationale seminar, dat door Philips van 2-6 december 1968 m Eindhoven belegd werd. ('The education of Phycists for Work in Industry, proceeding of an international seminar held at Emdhoven, the Netherlands, 2-6 december 1 9 6 8 ' ) . _ ^ 5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's