Ad Valvas 1969-1970 - pagina 75
terwijl juist de studenten al jarenlang worstelen met wat zij als normloosheid van de anderen ondervinden. Hij is er van overtuigd dat Siersma niet veel anders overbleef dan het op deze wijze naar buiten te brengen. Van Eek: wil duidelijk weten of de overige studentenleden zich van d i t optreden een hunner distancieren of niet. Van der Wal: zoals gezegd hebben wij al jarenlang moeilijkheden met de normen van de overkant, een optreden als d i t moet niet alleen worden afgemeten aan de vorm, maar vooral ook aan de inhoud, de bedoelingen en motieven die daar achter zitten. Wij kennen de normen van de anderen ook niet, wij zouden een verklaring als hier geeist evenzeer en voor veel meer gelegenheden van de anderen kunnen eisen. Dengerink: het gaat juist wel om de inhoud. Van der Wal: en daar kan juist niet over gepraat worden. Crum: dit is een onvruchtbaar gedoe, beide partijen brengen veel te zwaar geschut in stelling, wat tot handhaving van de status quo aanleiding geeft. We moeten trachten te werken aan een proces van beter onderling begrip, de frustratie van de studenten kan ik begrijpen, de vorm waarin het is gegoten keur ik af, laat de betrokkene eventueel zakelijk bij z'n mening blijven, maar laat hij uitspreken dat hij de plaats waar en de wijze waarop achteraf betreurt. Mij is bekend dat Siersma een brief naar de heer Verdam heeft gestuurd, waarin hij naast zijn uitleg van het gebeurde ook meedeelt graag voor verdere verduidelijking in een nader contact bereid te zijn. Verdam, ik heb inderdaad een brief van die strekking ontvangen, maar voor verder contact was m het geheel geen aanleiding daar de brief me volkomen duidelijk was. We moeten ons gewoon zakelijk de vraag stellen, is er nog wel een basis voor een verder gesprek? Gaan de andere studentenleden akkoord met een dergelijk optreden? Zo ja, dan achten wij de basis te zijn weggevallen en overgeleverd te zijn aan hun normloosheid. H. den Bak. ik kan me niet losmaken van de gedachte dat dit gaat lijken op een publiek volksgericht. Verdam: het is niet de bedoeling om een verklaring van Siersma of de andere stud.leden uit te lokken, maar er zijn duidelijke grenzen aan wat de senaat nog aanvaardbaar acht als basis voor gesprek. Het gaat dus niet om publiekelijk betreuren o.i.d., maar gewoon zakelijk om de vraag is er nog een basis. Crum: dat betekent dat als Siersma nu zijn handelwijze niet betreurt er feitelijk geen basis IS.
H. den Bak: ik ben het hierin niet eens met Crum, het gaat hier niet om een persoonlijke verklaring van Siersma, maar als ik volksgericht zeg, dan bedoel ik dat er niet getracht moet worden van de overige stud.leden een verklaring uit te lokken t.a.v. dit voorval. Voorz.: blijft dus staan dat er van de stud.leden een schriftelijke verklaring is geeist over wat zij als normen van een gesprek zien. En daar zou ik aan toe willen voegen, dat we moeten trachten een vorm te vinden waarin we zonder krenkende bewoordingen met elkaar kunnen spreken. Alle krenkingen zijn in tegenspraak met het begrip democratie. Democratie gaat uit van het principiële recht voor ieder mens een zo volledig en gelukkig mogelijke ontplooiing van de in hem aanwezige capaciteiten te kunnen bereiken, wat impliceert dat op ieder de plicht rust het zijn medemensen mogelijk te maken dat te doen en, in het negatieve, alles na te laten wat de medemens krenkt en beperkt en zich dus te onthouden van elke vorm van pressie. Van der Wal: ik stel voor de vergadering 10 minuten te schorsen opdat de studentenfractie zich kan beraden over haar standpunt t.a.v. het in de senaatsverklaring geeiste. Verdam: de senaat is bereid te wachten, ik stel voor dit over 14 dagen opnieuw in be-
18 september 1969 Aan prof. W. F. de Gaay Fortman
BIJLAGE
Geachte professor. Uit de gebeurtenissen die weer gevolgd zijn op de rektoraatsrede van maandag j . l . , is mij duidelijk geworden, dat zowel bij U persoonlijk als bij vele anderen die aan de V U verbonden zijn, de indruk is gewekt, dat ik u persoonlijk heb willen beledigen. Daarop wil Ik dan nu zeggen dat het onjuist is, dat ik u als persoon tot huichelaar zou hebben bestempeld. Letterlijk heb ik gezegd: dat laatste deel van uw rede staat vol huichelarij. Om te kunnen begrijpen hoe ik tot deze uitspraak ben gekomen zou ik graag het volgende willen opmerken. Onder huichelarij versta ik een niet in overeenstemming zijn van wat er gezegd wordt met wat er werkelijk bedoeld wordt. Er is sprake van huichelarij als uit de daden blijkt dat de werkelijke bedoelingen niet in overeenstemming zijn met wat als zodanig wordt gepresenteerd. En dat was nu precies wat er aan het einde van de rede plaatsvond. Door te verwijzen naar Camillo Torres onderstreepte u uw bereidheid om samen met de studenten te vernieuwen. Maar toen Marius Ernsting aan het eind van de rede om een diskussie vroeg werd hij met een verwijzing naar diezelfde Camillo Torres afgekapt. Dit heeft mij uiterst pijnlijk getroffen. Met een beroep op één van de grootste orde-verstoorders werd een kleine ordeverstoring van veel beperkter omvang dan de ordeverstoringen die Camillo Torres heeft gepleegd teniet gedaan. Toen werd mij in feite duidelijk dat de daad (afkappen van Marius Ernsting) niet in overeenstemming was met de woorden (respekt voor Camillo Torres), toen werd het mij duidelijk dat het respekt voor Camillo Torres weinig gemeend kon zijn. Tot dit duidelijk worden hebben een aantal andere feiten bijgedragen. Al eerder die middag kreeg ik sterk de indruk dat het beeld dat in de rede werd opgeroepen niet in overeenstemming was met het werkelijke beeld. Waarom niets over de moeilijkheden die aan de instelling van de stuurgroep vooraf gingen. Op mijn vraag werd nauwelijks ingegaan. De wanverhouding bleef bestaan en de indruk van huichelarij was gewekt. Waarom werd wel uitvoerig ingegaan op de ontmoeting van de vriend van Camillo Torres en waarom met geen woord gerept over de banden met de apartheidsuniversiteit van Potchefstroom. Weer een onvolledigheid, weer naar buiten toe een beeld oproepen dat niet korrespondeert met de werkelijkheid, met de zwarte vlek van Potchefstroom, weer werd bij mij de indruk gewekt van huichelarij. Het afkappen van Marius, nota bene met een beroep op de ordeverstoorder Torres, deed de emmer overlopen. Toen wilde ik de aanwezigen wijzen op het huichelachtige karakter van wat daar op dat moment gebeurde. Het ging om het feit van de rektoraatsrede, het onjuiste beeld wat daar werd opgeroepen, om het daar gepresenteerde beeld en de erachter liggende werkelijkheid die niet met elkaar korrespondeerden. Dat wilde ik de aanwezigen duidelijk maken. Ik had dat graag zeer uitvoerig gedaan en uitvoerig geargumenteerd, maar daar ontbrak elke gelegenheid voor, dus was ik gedwongen mij kernachtig uit te drukken. Tot slot is het nodig nog in het kort iets op te merken over de voorgeschiedenis die aan de rektoraatsrede vooraf ging. Enige dagen voor de bewuste dag, heeft u kontakt opgenomen met Gerrit van der Wal en hem voorgesteld op een dag na de rede over deze rede te diskussieren, omdat zoals u zelf zei de rede wellicht eenzijdig zou zijn. Gerrit van der Wal heeft u toen gezegd, dat een diskussie-avond zeker niet het eenzijdige karakter van de rede weg zou nemen en dat de diskussie zelf zoals zo vaak in het verleden een vrijblijvend karakter zou dragen. (Diskussie zonder gezag). Overigens heeft hij zich uiteraard niet uitdrukkelijk tegen een dergelijke diskussie opgesteld. Er is vervolgens afgesproken dat Gerrit van der Wal overleg zou plegen met zijn „vrienden" en dat hij u daarna zou terug bellen. Tijdens dit telefonisch onderhoud met uw sekretaresse (u was zelf niet aanwezig) is het bovenstaande nog eens bevestigd en heeft hij medegedeeld dat de studenten er de voorkeur aan zouden geven tijdens de rede te diskussieren, of direkt daarna (u had al gezegd dat u op de avond van de dag zelf niet kon), of een verklaring af te leggen. Hierop is niet door u gereageerd. in de tweede plaats hadden wij nadat er twee interrupties waren geweest de indruk gekregen, dat er dan wel na de rede diskussie mogelijk zou zijn, omdat er immers geen duidelijke weigering van elke diskussie gegeven was. Hopelijk geven deze feiten enige duidelijkheid omtrent de verwachtingen die bij ons gewekt waren en over onze teleurstelling toen ondanks het ontbreken van een ekspliciete weigering en ondanks de mooie woorden van de rede, geen enkele diskussie mogelijk bleek. Omdat ik er niet van overtuigd ben dat met deze brief alle moeilijkheden zouden zijn opgelost en het laatste woord over deze zaak zou zijn gezegd, stel ik een gesprek hierover met U zeer op prijs. Ik zal daarom de vrijheid nemen U morgenochtend (19 september) op te bellen om zo mogelijk een afspraak te maken. Deze brief is mede ondertekend door Marius Ernsting, Jelle Visser en Gerrit van der Wal, die allen zeer nauw bij de gebeurtenissen tijdens de rektoraatsrede waren betrokken. Zij zouden het gesprek met U graag willen bijwonen. Inmiddels teken ik in afwachting van een oplossing. Jan Siersma, Gerrit van der Wal, Marius Ernsting, Jelle Visser. Afschrift naar Ad Valvas.
handeling te geven. Voorz.: schorsing vragen is een voorstel van orde en heeft voorrang boven al het andere, daarom schors ik de vergadering voor 10 minuten. en na de schorsing: Siersma' ik blijf twee dingen zeggen, ten eerste, dat ik inhoudelijk ten volle achter mijn opmerking sta, waarvoor een verklaring te vinden is in de brief die ik aan de rector
gestuurd heb (welke hierna gaat, cie.), maar ook ten tweede, dat ik de vorm waarin dat alles gebeurd is ongelukkig vind. Overigens treft het mij dat ik me met of nauwelijks kan verdedigen, persoonlijk contact wordt afgeslagen en de motivering die ik in A d Valvas wou doen opnemen is geweigerd. Dengerink: dit is een openbare vergadering, alles wat U hier zegt kan gepubliceerd worden. Janssens (van de tribune) de redactie van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's