Ad Valvas 1969-1970 - pagina 248
zeggen wat mogelijk geworden i s . Dat houdt het volgende in: Wetenschap zal zich aan dat deel van de maatschappij van de wereldmaatschappij verplicht weten, waarvan de bestaanswijze de objektieve mogelijkheden van de maatschappij het meeste tegenspreekt. Om misverstanden te voorkomen: de universiteit is geen gaarkeuken voor verstandelijk a r m e n . Het gaat niet om verstandelijk Charitas. Het gaat om de universiteit zelf. In een tijd die over het algemeen ver staat van de wetenschap, en daardoor de wetenschap nodig heeft ook al weet ze het zelf niet; in een tijd waarin de universiteit zelfs wetenschaps-arm i s , omringd door een wereld w a a r van de meerderheid van het volk in een stadium van griezelige onwetendheid is en op het nivo van een t e l e g r a a f - p e r s , ofwel van verstandelijk analfabetisme, is v e r s t a r d , in zo'n maatschappij loopt de wetemscjap zelf op elementaire wijze gevaar. Het maakt voor de universiteit wel degelijk uit of een volk haar nog draagt. Verwaarloost de universiteit de eigenlijke nood van de mensen, dan w o r den ze mede verantwoordelijk voor de machtsovername door krachten die tenslotte haarzelf zullen opeisen. Alle imposante uitbreidingen, toevloed Warr de universiteit, alle vaktrots kunnen niet over het hoofd zien dat: In een wereld die het onderzoek in dat wat mogelijk is of zou zijn tegenwerkt, kan de universiteit, de wetenschap, haar eigen pretentie, het restant van wat ze eens was: de hoop voor de toekomst, nog slechts verdedigen door weer in de maatschappij te stappen, die aan de and e r e kant haar ook weer nodig heeft. De universiteit gaat voort in een maatschappij die zelf in de stellingen staat. En zo kan het z e e r goed gebeuren dat soms de grootste maatschappelijke verantwoordelijkheid van de wetenschapsmens is: tegenspreken 1 Uit: Universität, Ideologie Gesellschaft, Beitrage zur Wissenschaftssoziologie. Werner Hofmann.
5 ALS ER DAN TOCH TAKEN VERDEELD MOETEN WORDEN Taakverdeling zal nu, over 25 jaar of later toch wel eens nodig of zelfs nuttig kunnen zijn. Nodig vanwege b . v . een objektief tekort aan financiële middelen en een surplus aan specialismen die niet aan elke studierichting per universiteit aanwezig hoeven te zijn voor de kwaliteit van het onderwijs en de voortgang van de wetenschap. Nuttig vanwege b . v . elkaar dekkende projekten, hetgeen onnodige verspilling van geld en mankracht zou betekenen. Echter we dienen ons dan wel bewust te zijn van een aantal politiek-ekonomiese omstandigheden. A l l e r e e r s t zal, in dit verband, de traditioneel politieke opvatting t . a . v . het verwerven en uitgeven van de nationale "geldpot", op de helling moeten. In dit systeem - van partikulier-ondernemingsgewijze produktie - worden de mogelijkheden en middelen niet rationeel onderzocht en aangewend. Een stelsel n . 1 . met als basisvoorwaarden winstmaksimalisatie en voortgaande groei van de onderneming leidt o . a . tot grote verspillingen (b.v. de in de produktie ingebouwde slijtage en de afstemming van de behoeften op de produktie). In andere mogelijke stelsels - b . v . waar de middelen koUektief bezit zijn en een ieder een stem heeft in het hoe, het wat en het waarom van de produktie - zou het wel mogelijk zijn rationeel de prioriteiten vast te stellen t . a . v . het gebruiken van de mogelijkheden en het aanwenden van de t o tale hoeveelheid middelen t . b . v . de gehele bevolking. Het zal een ieder duidelijk zijn dat we nog slechts in het voorportaal staan van de overgang naar een nieuwe maatschappij. Wat ons dan op dit moment nog r e s t is in ieder geval het krities doorlichten van de prioriteiten bij de verdeling van het huidige nationaal budget (b.v. defensie t . o . v . o n d e r w i j s en de sociale voorzieningen). Overigens heeft de "parlementair-demokratiese organisatie" in ons ekonomies systeem, z'n r e p e r kussies o. a. ten aanzien van het taakverdelingsprobleem. I m m e r s , gezien de rol van de overheid in het ekonomies leven en het - daarmee verband houdend gebrekkig funktioneren van de parlementaire demokratie, kan men stellen dat noch de overheid, noch het parlement de bij uitstek aangewezen instituties zouden zijn, om een kontrolerende en k o ordinerende funktie te vervullen bij de taakverdeling. Een taakverdeling zal gekoördineerd en gekontroleerd dienen te worden door de gezamenlijke universiteiten, die dit eventueel aan een hiervoor op te richten interuniversitair orgaan kunnen o v e r dragen. 26
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's