Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 111

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 111

5 minuten leestijd

si3 vsivss WEEKBLAD V A N D E C I V I T A S ACAD EMICA DER VRIJE U N I V E R S I T E I T

31 OKTOBER 1969 17e JAARGANG Nr 9

bpiefvsn dipecteunen san ondepwijscofinmissie tweede kstnep Het College van Directeuren heeft aan de Vaste Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen van de Tweede Kamer der Staten­Generaal op 25 oktober een brief gezonden met de volgende inhoud: nota bestuurshervornning universiteiten en hogescholen WIJ willen vooropstellen, dat w i j van oordeel zijn dat de ,,nota bestuurshervorming", welke van vele zijden reeds een minder gunstig ont­ haal heeft ontvangen, toch in ieder geval in zoverre positieve waardering zou verdienen, dat ZIJ de gedachtenvorming omtrent haar onderwerp niet weinig heeft bevorderd. Anderzijds betwijfelen wij ernstig of deze gedachtenvorming zich reeds zover heeft ontwikkeld, dat de t i j d rijp is voor het tot­ standbrengen van een wettelijke regeling als door de minister voorgestaan, zelfs al zou deze van een beperkte geldigheidsduur zijn. Zo kan van een voldoende uitgewerkte structuuridee naar onze mening onder andere niet worden gesproken voor wat betreft de taakverdeling tussen de door de minister voorgestelde toporganen het bestuur en de universiteitsraad. Het zal weinig verwondering wekken, wanneer WIJ hieraan aanstonds toevoegen, dat w i j voor wat onze eigen instelling aangaat geen enkele behoefte hebben aan een wettelijke regeling van haar bestuursstructuur Deze gedachte komt geenszins voort uit een afwijzend standpunt ten opzichte van herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs of ten opzichte van een bestuurlijke structuur waar­ van de representatieve democratie een der voornaamste kenmerken zou z i j n , integen­ deel Van hetgeen de minister daaromtrent in de nota naar voren brengt, namen w i j met instemming kennis Wij hebben ook bij ver­ schillende gelegenheden doen blijken dat wij van harte willen medewerken aan een her­ ziening van de bestuurlijke organisatie op deze basis en bij verschillende onderdelen van onze universiteit wordt ook experimen­ teel in deze richting gewerkt De minister spreekt in zijn nota — hoofdstuk II — wel over vrijheid m tweeërlei opzicht vrijheid van richting en — nauw daaraan ver­ want — vrijheid van onderwijs en onderzoek, doch laat de vrijheid — en daarmede de ver­

voornemens is te bevorderen dat als een aan het onderwijs te stellen eis van deugdelijkheid — waaraan ter verkrijging van subsidie moet zijn voldaan — bij de wet zal worden bepaald dat de bijzondere instellingen de bestuurs­ structuur zullen moeten hebben welke bij de wet voor de openbare instellingen zal worden vastgelegd De vraag rijst dan, of deze eis inderdaad een eis van deugdelijkheid is en of zodanige eis in het algemeen niet onverenigbaar is met de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van richting Niet kan ontkend worden, dat de deugdelijk­ heid van het universitair onderwijs mede be­ paald w o r d t door de bestuursstructuur van de universiteit Extreem gesteld wanneer bij universiteitsreglement de beslissing over de inhoud van het onderwijs of over de examen­ stof of over de wijze van examineren m handen van onbevoegden — een studenten­ meerderheid bijv — zou worden gelegd, zou de deugdelijkheid van het onderwijs zonder meer in het geding zijn, n I aangetast kunnen worden

antwoordelijkheid — van de bijzondere instellingen (verenigingen, stichtingen) ten opzichte van het onder haar auspiciën gegeven onderwijs en verrichte onderzoek onvoldoende recht wedervaren wanneer hij de overheid aanwijst als de draagster van de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het onderwijs (hoofdstuk 11, par 1) Dat daar­ mede in direct verband w o r d t gebracht de omstandigheid dat de financiering van het onderwijs nagenoeg geheel door de overheid geschiedt, is opvallend De Vereniging, welke de Vrije Universiteit in het leven heeft geroepen, staat op het stand­ punt dat de aard, de signatuur van het onder­ wijs dat ZIJ doet geven een zaak van haar verantwoordelijkheid is Zij meent er aan­ spraak op te mogen maken dat dit standpunt — dat t o t nu toe publieke erkenning heeft Met betrekking t o t de eerbiediging van de gehad — ook in de wettelijke regeling van vrijheid van richting is zeker denkbaar, dat het wetenschappelijk onderwijs gehonoreerd een eis ten aanzien van de bestuursstructuur w o r d t , waarbij zij wil opmerken dat de vrij­ daarmede in strijd zou komen Men denke heid van richting en de vrijheid van inrichting bijv aan voorschriften die het onmogelijk onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. In zouden maken te voldoen aan de statutaire een recentelijk gehouden vergadering heeft eis dat het bestuur van de universiteit m de Raad van Bijstand — adviesorgaan van het handen moet zijn van personen die met de bestuur der Vereniging — zich ook zeer statuten instemmen Maar dit impliceert niet, duidelijk in deze zin uitgesproken dat elke voor de deugdelijkheid van het WIJ willen dit onderwerp in enkele kant­ onderwijs aan de bestuursstructuur te stellen tekeningen nog nader uitwerken. eis met de vrijheid van richting onverenigbaar Ingevolge de bepalingen van de Grondwet zou zijn. mogen aan het gesubsidieerde bijzondere Echter, indien dan al ten aanzien van de onderwijs bij de wet eisen van deugdelijkheid bestuursstructuur zekere als waarborg van worden gesteld. De zgn „vrijheid van richting' deugdelijk onderwijs gestelde eisen bestaan­ moet daarbij onverlet blijven (zie art. 208, baar kunnen worden geacht, dan wil dit vijfde lid, der Grondwet). allerminst zeggen, dat de weg welke de Nu stelt de minister minister voor ogen staat — b i j , de wet de bestuursstructuur der bijzondere instellingen ,,het kader, waarbinnen de bestuurshervor­ te bepalen (conform die voor de openbare mingen totstandkomen, behoort voor de instellingen) —gerechtvaardigd is. De grond­ openbare en bijzondere instellingen in be­ wettelijke vrijheid van onderwijs brengt — ginsel gelijk te zijn Deze visie laat zich zeer en zo IS het tot dusver ook door de onder­ wel verenigen met de grondwettelijk gewaar­ wijswetgever begrepen — mede, dat de borgde vrijheid van richting." bijzondere instellingen zelve haar structuur Hieruit mag worden afgeleid dat de minister

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's