Ad Valvas 1969-1970 - pagina 437
De vraag zou echter gesteld kunnen worden in hoeverre de thans bestaande wetenschappelijke kaders voldoende waarborgen scheppen voor de totale diagnostische en therapeutische benadering van de mens milieu relatie. Een snelle bevolkingsgroei, gepaard gaande met een bijna permanente revolutie van de technologie doet twijfel rijzen aangaande effektiviteit van de huidige milieuvisie. De toenemende ver entrusting — emotioneel of verstandelijk — met betrekking tot de leefbaarheid kan beschouwd worden als een Indikator voor de taak en de verantwoordelijkheid van de milieuwetenschappen. Op dit punt ware te streven naar een redefinitie van de wetenschappelijke opdracht. Niet langer lijkt het verantwoord de centrale problematiek van de mens-milieu-relatie te benaderen vanuit een reeks mm of meer autonoom werkende wetenschappen. De ervaring tot dusverre heeft geleerd dat langs deze weg gemakkelijk wetenschappelijke annexatie plaats heeft Vele wetenschappen vertonen de neiging het milieuvraagstuk binnen eigen vakbereik te overmeesteren. Van een evenwichtig samenspel — meer synthetisch dan analytisch gericht — komt aldus weinig terecht. Dit temeer niet omdat tal van wetenschappen (vgl. de ethiek, de filosofie en de theologie) in hoogst onvoldoende mate bij het milieuvraagstuk worden betrokken Een nieuwe vorm van geïnstitutionaliseerd samenspel moet het mogelijk maken de mens milieu-relatie m haar veelvormigheid te belichten. Zulks met alleen m de sfeer van de data verzameling of hypothesenstelling, maar bovenal uitmondend m evaluatie en prioriteitsbepaling De bijzondere betekenis van een als boven bedoelde multidisciplinaire milieubenadermg kan binnen de Vrije Universiteit vanuit drie overwegingen worden gezien 1
De erkenning van de elementaire relatie tussen milieu en mens als onontkoppelbare eenheid binnen de Schepping Naar de grondslag van onze universiteit ligt hier een probleemveld op het kruispunt van wetenschapsbeoefening en levensovertuiging 2. De behoefte aan wetenschappelijke vernieuwing kan gestalte krijgen doordat het milieuvraagstuk zich bij uitstek leent voor thematisch groepsonderwijs en voor onderzoek m groepsverband. 3. De maatschappelijke betrokkenheid van universiteit en wetenschap kan juist door een geïntegreerde milieustudie m het operationele stadium worden gebracht Teneinde uitwerking te geven aan het eerder gestelde zou een Instituut voor Milieukunde kunnen worden opgericht, waarbinnen de onder schelden disciplines hun bijdrage in de vorm van colleges, colloquia, projektstudies e.d. kunnen leveren De organieke plaats voor een dergelijk instituut lijkt de Centrale Interfakulteit te zijn Overwegende de eisen en verlangens der afzonderlijke studierichtingen en mede gelet op de door vigerende wetgeving en begroting gestelde beperkingen aan de uitbouw van de universiteit, ware in nader overleg te bezien in hoeverre het bedoelde instituut — althans m de beginfase — zou kunnen funktioneren door middel van detacheringen vanuit de bestaande fakulteiten. Uiteraard zal zelfs dan een, zij het bescheiden, beroep nodig zijn op de algemene middelen van de Vrije Universiteit om te voorzien m de behoefte aan werkruimte en enig administratief personeel. Ondertekenaars van het vorenstaande geven zich volledig rekenschap van het feit dat de stichting van een I nstituut voor Milieukunde eerst zinvol en verantwoord is na ampele bezinning op de aan de orde komende vraagstukken, welke een eventuele oprichting begeleiden. Het verzoek aan de besturende colleges van onze universiteit kan daarom thans niet verder reiken dan een principiële uitspraak. Dezerzijds leeft de hoop en de verwachting dat zowel de fakulteitsbesturen als de colleges van kuratoren en direkteuren het levende initiatief welwillend tegemoet kunnen treden en waar mogelijk met hun daadwerkelijke steun zullen willen begeleiden. Amsterdam, 30 april 1970 Dr L.Bak J. A.van der Spek Drs. J . G . de Zeeuw
i3oGlsl6llmë Voorlopige gedachten met betrekking tot de doelstelling van het Instituut voor Milieukunde Ten aanzien van problemen, data en methoden bij de inventarisatie — het bestuderen van de met betrekking t o t het leefmilieu vigerende problemen, — het besparen van t i j d en geld door het op een overzichtelijke wijze rangschikken van onderzoeksthema's, het vaststellen van programma's op basis van prioriteiten en het kombineren van verwante aspekten waardoor er gecoördineerd onderzoek kan plaats vinden. Ten aanzien van het fundamentele, het operationele en het beleidsindicerende aspekt m de research — het streven naar het ontwikkelen van een zodanige gespreks- en onderzoekscode, dat men voor elkaar ,,verstaanbaar" w o r d t , — het verhogen van de onderzoeksefficiency door het op een zo funktioneel mogelijke wijze gebruik maken van de bestaande onderzoeksmethoden en technieken, — het kunnen realiseren en toetsen van een nieuwe onderwijsmethode, n.l. het multidisciplinaire projektonderwijs. Deze mogelijkheid moet mede als één van de grote voordelen van een multidisciplinaire „studierichting" worden gezien. Een dergelijke onderwijsvorm lijkt onontbeerlijk voor het leren werken in teams, welke bestaan uit vertegenwoordigers van verschillende studierichtingen. Ten aanzien van de overdracht van data, visies, konklusies e.d. aan beleidsinstanties, belanghebbenden en onderwijsvormen — op basis van studie en door middel van voorlichting te komen tot een adequaat beheer, d.w.z. verantwoorde verzorging, verbetering en inrichting van de leefruimte der mens met alleen voor wat betreft de biologische, chemische, biochemische en fysisch-geograf ische aspekten, maar ook ten aanzien van de psychische, sociale en medische aspekten.
opgsniastie en wspkwijze Voorlopige gedachten omtrent organisatie en werkwijze van een op te richten Instituut voor Milieukunde — Primaire voorwaarde — Organieke plaats — Samenstelling — Bestuur — Docenten
een overheersende rol van enige discipline binnen het Instituut moet zijn uitgesloten. het lijkt juist indien het Instituut voor Milieukunde w o r d t opgenomen m de Centrale Interfakulteit alssubfakulteit. de subfakulteit w o r d t samengesteld uit dié fakulteiten aan de V U welke participeren in het l.v.M. het bestuur zal in handen komen van vertegenwoordigers der deelnemende disciplines. te rekruteren uit het bestaande corpus docentium.
Studie Het is de bedoeling dat de studie in de Milieukunde zal kunnen worden gevolgd als bijvak. Daarvoor komt in aanmerking elk relevant bijvak, voorzover dit bijvak erkenning vindt in het Akademisch Statuut Voor het kandidaatsexamen zouden colleges kunnen worden gegeven in het kader van de mens-milieu-relatie (enige uren per deelnemende studierichting). Na het kandidaatsexamen zal het onderwijs kunnen plaats vinden m de vorm van colloquia en geïntegreerde projektstudies. Naast toegepast onderzoek zal ook fundamenteel-theoretisch onderzoek moeten plaats vinden. Wanneer de oprichting van het l.v.M. een feit zou kunnen worden, gelet op de reakties uit de diverse fakulteiten, zal uitgebreid nader overleg vereist zijn In elk geval zal dan een werkschema moeten worden opgesteld en zal met de besturende colleges een toetsing der werkelijke mogelijkheden moeten worden uitgevoerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's