Ad Valvas 1969-1970 - pagina 328
missie, alvorens de zaak zelf in bespreking senaat, ook de wetenschappelijke staf, de In de op 12 november 1968 gehouden veradministratieve staf, de technische staf en de te nemen, zich eerst zal vergewissen inzake gadering met de presidentencurator, de hetgeen met betrekking tot bestuur en studenten vertegenwoordigd zouden zijn. rectores magnifici en de secretarissen van organisatie in de grote „werkeenheden" van de instellingen van wetenschappelijk Voor de samenstelling van deze commissie verwijs ik naar de desbetreffende bijlage van de universiteit leeft en de mogelijkheid zal onderwijs heb ik de terzake in de universiopenen om ter'plaatsede zaak in discussie deze brief. teiten en hogescholen te volgen procedure Inmiddels is van de Minister van Onderwijs te brengen. Bij deze werkeenheden is gedacht aan de orde gesteld. Aan het slot van de aan de faculteiten, de bibliotheek, het daarover gevoerde discussie heb ik medeen Wetenschappen een brief van 9 januari bureau der universiteit en het complex gedeeld dat ik mij voorstelde in samen1969 ontvangen, met als bijlagen door het studentenaangelegenheden. werking met de voorzitter van de AcademiMinisterie en door de Academische Raad opgestelde nota 's, waarin een aantal vraag- De commissie zal het op prijs stellen indien sche Raad een aantal vraagpunten betrekin deze werkeenheden de verschillende king hebbende op organisatie en bestuur aan punten is opgesteld welke in ieder geval bij de instellingen te doen toekomen, teneinde de besprekingen aan de orde zouden dienen categorieën zoveel als mogelijk is bij de meningsvorming worden betrokken. Bij de op die wijze zowel stimulerend als coördite komen. Afschrift van deze brief met faculteiten en interfaculteiten valt daarbij nerend op te treden. bijlagen sluit ik eveneens bij. te denken aan de hoogleraren, lectoren, Opdracht van de commissie is aan de colwetenschappelijke staf, administratieve staf, leges van directeuren en curatoren advies technische staf en studenten. Overigens laat Op grond van het bovenstaande doe ik u uit te brengen inzake de door de Minister de commissie de werkeenheden geheel vrij bijgaand toekomen een tweetal stukken. Het genoemde vraagpunten, welke - naar de eerste stuk, afkomstig van de Academische in de wijze waarop zij de meningsvorming Minister uitdrukkelijk verklaart - niet als en de uiteindelijke standpuntbepaling willen Raad en getiteld ,,Het vraagstuk van organilimitatief behoeven te worden gezien. satie en bestuur van de Universiteit", is beregelen. Het is duidelijk, dat bij het bespreken van doeld als een algemene leidraad bij de de bestuursproblematiek van de universiteit behandeling van de onderhavige problemaen hogeschool in het algemeen de bijzondere Gelet op het feit, dat de Minister de adviezen tiek. In het tweede stuk dat dezelfde indeling aspecten daarvan voor de Vrije Universiteit van de universiteiten en hogescholen uiterlijk heeft als het eerste en dat te mijnen departe- met name verband houdend met het feit 15 julia.s. in bezit wenst te hebben en dat ment is opgesteld, worden een aantal condat de Vrije Universiteit van een vereniging de nodige tijd moet worden gereserveerd crete punten genoemd, die naar mijn uitgaat en een eigen grondslag heeft - niet voor het beraad in de commissie inzake mening, hoewel in het geheel niet als hmitabuiten beschouwing kunnen blijven. Hetgeen het uiteindelijk advies dat zij aan directeuren tief bedoeld, in elk geval bij de behandeling b.v. voor de openbare instellingen geldt en curatoren zal uitbrengen en voor het van de onderscheidene onderdelen in de behoeft en kan niet altijd automatisch voor beraad in de colleges van directeuren en beschouwingen zouden moeten worden de Vrije Universiteit als bijzondere instelling curatoren zelf, wil ik u met de vereiste klem betrokken. Het gevaar immers is niet denkgelden en omgekeerd. verzoeken uw rapport niet later dan 1 juni beeldig, dat indien elke instelling de problematiek op eigen wijze benadert, een De'commissie is voor het eerst in vergadering a.s. bij de commissie in te zenden (te adresseren aan: dr. J. D. Dengerink, De aantal min of meer belangrijke gezichtsbijeen geweest op vrijdag, 7 maart j.l. punten niet in de beschouwingen wordt In deze vergadering is besloten, dat de com- Boelelaan 1115, Amsterdam). betrokken, hetgeen tot verzoeken om nadere informatie en daardoor tot aanzienlijke vertraging in de meningsvorming zou kunnen leiden. Getracht is in de formulering elke suggestie t.a.v. de inhoudelijke aspecten van de uit te brengen adviezen zoveel mogelijk te vermijden. Ik moge u dan ook met nadruk verzoeken zowel de vraagpunten als de toelichting vanuit dat gezichtspunt te beschouwen en een mogelijk suggestieve redactie als niet bedoeld te aanvaarden. De laatste paragraaf van beide stukken, getiteld: „Positie van de universiteit in interunversitair verband", heeft met name Onderwerp: organisatie en bestuur van universiteit en hogeschool; positie van betrekking op de samenwerking in het de universiteit in interuniversitair verband. kader van de Academische Raad, een vraagstuk dat een nauwe samenhang vertoont met dat van de bestuursvorm van de afzonderlijke instellingen. Ik zal het op prijs stellen indien u deze stukken in zo ruim mogeUjke kring in uw Hierbij moge ik uw aandacht vragen voor het vorm nog te zeer uiteenliepen om reeds een instelüng ter discussie wilt stellen, zodat de volgende. min of meer homogeen advies uit te kunnen inzichten van alle in de universiteit bestaanbrengen. Daaraan zou in de instellingen in de groeperingen tot hun recht kunnen komen bredere kring dan tot nu toe een nader beZoals bekend is heeft de Academische Raad Dat het bij dergehjke procedure zeer wel raad vooraf moeten gaan tegen de achterin zijn vergadering van 22 juni 1968 de conmogelijk is dat met meerderheids- en mindergrond van de vraag naar de doelstelling van clusies en aanbevelingen van de Commissie heidsstandpunten moet worden gerekend, universiteit en hogeschool. ad hoc inzake zelfstandige taakvervulling van Het is mij bekend dat, nadat de Academische besef ik ten volle. In dat geval moge ik u de universiteit en hogeschool, de z.g. verzoeken in uw schrijven de onderscheidene Raad de behandeling van dit vraagstuk in Commissie-Maris, afgewezen. Een in die verstandpunten op te nemen. Ik vertrouw eerste instantie naar de instellingen zelf gadering ter discussie gestelde Nota van de echter dat er intern in elke instelling naar heeft verwezen, verscheidene universiteiten Dagelijkse Raad (de z.g. Nota-Lochem), zal worden gestreefd althans ten aanzien van en hogescholen reeds een aanvang hebben waarin over de desbetreffende problematiek de principiële punten eenstemmigheid te gemaakt met de diskussie over deze probledenkbeelden werden ontwikkeld, die op bereiken. matiek. Ik acht dit vraagstuk echter van verscheidene punten niet onbelangrijk afzodanig belang voor de toekomstige ontUw antwoord zie ik gaarne uiterlijk 15 juli weken van die in het rapport Maris, werd wikkeling van het wetenschappelijk ondertegemoet. niet behandeld. De Academische Raad zond wijs, dat ik het mede tot mijn verantwoorAfschrift van deze brief heb ik aan mijn de nota - als diskussiestuk - u toe. delijkheid reken om, zoals ik ook reeds in ambtgenoot van Landbouw en Visserij, de Bij zijn brief van 10 juli 1968 heeft de voorde memorie van toelichting op de rijksvoorzitter van de Academische Raad, het zitter van de Academische Raad mij medebegroting van mijn departement (blz. 34, Interacademiaal Overleg van Stafconventen gedeeld dat in bovenbedoelde vergadering rechter kolom) heb vermeld, aan de discussie (I.A.O.C.) en aan de Nederlandse Studenten duideüjk gebleken is dat de meningen over hierover binnen de universiteit enige Raad (N.S.R.) ter kennisneming doen toede meest gewenste bestuurs- en organisatierichting te geven. komen.
Brief van de minister
2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's