Ad Valvas 1969-1970 - pagina 52
bureaus, enz ) waarin aan deze werkeenheden w o r d t verzocht hun ideeën t.a.v de universitaire bestuursstruktuur ter kennis van de stuurgroep te brengen. In deze brief w o r d t tevens gesteld dat alle groeperingen die het op prijs stellen „werkeenheden" te zijn, in de gelegenheid worden gesteld hun meningen over de struktuurvorm in te zenden.
Enkele voorstemmers wezen erop dat door het aannemen van dit voorstel geen bindend recht IS geschapen, maar dat het veeleer gaat om een moreel recht Het is intussen mogelijk; dat er tussen de stuurgroep en een bepaalde universitaire instantie een k o n f l i k t ontstaat over de toegankelijkheid van bepaalde stukken. in. Zo'n konflikt zal dan moeten worden opgelost.
3. Besluitvorming
5. Documentatie-publiciteit-secretariaat
Met algemene stemmen is besloten dat besluiten kunnen worden genomen met meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.
In verband met de stimulerende en coordinerende rol van de stuurgroep m b t. de discussies in de werkeenheden, is vooral van studentenzijde gepleit voor een ruime en doeltreffende informatieverstrekking over wat aan de V U zowel als aan andere universiteiten geschiedt, en over de achtergronden daarvan. Tijdens haar laatste vergadering (12 sept.) heeft de stuurgroep besloten één en ander als volgt te organiseren ZIJ krijgt de beschikking over een of meer stuurgroep-pagina's m A d Valvas. Zij bedient zich daarbij van
4. Openbaarheid en toegankelijkheid Punt 7 van het instellingsbesluit van 19 mei luidde als volgt ,,De stuurgroep werkt in openbaarheid, de leden van de stuurgroep hebben recht op inzage van alle stukken, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de w e t . " M.b.t. de openbaarheid van de vergaderingen IS besloten dat diegenen die op de publieke tribune zitten, opmerkingen kunnen maken en vragen kunnen stellen. In verband met de tijd zal er echter niet met de publieke tribune in discussie worden getreden. Dat aan deze laatste regel met strikt de hand zal worden gehouden, is tijdens de laatste vergadering van de stuurgroep al duidelijk geworden Het tweede gedeelte van het hierboven geciteerde punt IS gedurende drie opeenvolgende vergaderingen onderwerp geweest van een nu eens felle, dan weer zich moeizaam voortslepende discussie. Uiteindelijk is gestemd over het volgende voorstel ,,Elk individueel lid (en plv lid) van de stuurgroep heeft recht op alle informatie die hij/zij nodig acht voor de uitoefening van zijn/haar taak in de stuurgroep. Indien een bepaalde universitaire instantie, die in de huidige structuur over informatie beschikt, bepaalde gevraagde informatie weigert, dient dit met redenen omkleed door de betreffende instantie in de stuurgroep gebracht te worden. In het geval dat een meerderheid van de leden van de stuurgroep deze redenen tot weigering onvoldoende acht, dient de informatie alsnog gegeven te w o r d e n " Dit voorstel is aangenomen met 11 stemmen voor (studenten, wetenschappelijke medewerkers en hoogleraren) en 6 stemmen tegen (directeuren, curatoren en techn.-administratieve staf) De heer Sizoo motiveerde zijn tegenstem met de opmerking dat de stuurgroep zich met dit voorstel stelt boven alle groeperingen van de universiteit. Volgens hem w o r d t , wanneer de stuurgroep uitmaakt of de informatie noodzakelijk IS, de instantie die over de informatie beschikt, uitgeschakeld.
— een uit haar midden benoemde publiciteitscommissie, — een secretariaat. Er w o r d t een documentatiecentrum ingericht Het bureau Voorlichting van de VU verleent technische medewerking bij de uitvoering van de voorstellen. De publiciteitscommissie is inmiddels gekozen (de heren Ubbink, Fijn van Draat en Heijne den Bak hebben hierin t o t sintNicolaas — wat iets anders is dan sintjuttemis — zitting). Secretariaat en documentatiecentrum kunnen echter pas goed worden bemand, c.q. op poten gezet als, de financiële, personeels- en ruimtelijke vraagstukken die hieraan zijn verbonden, zijn opgelost. 6. Nota-Vennga Door de student-leden werd tijdens de laatste! vergadering van de stuurgroep de volgende motie ter tafel gebracht — De stuurgroep acht het voor haar werk en voor de diskussies aan de VU onjuist, dat ZIJ zich bij voorbaat zou'laten beperken door van-boven-af opgelegde richtlijnen, die niet uit de diskussies aan de V U zelf zijn voortgekomen. ZIJ acht zich derhalve op geen enkele wijze gebonden aan de grenzen die minister Veringaa in zijn nota ,,Bestuurshervorming universiteiten en hogescholen" aan de democratiseringsbeweging stelt, en is van mening dat de nota hooguit als diskussiestuk een rol kan spelen. Hoewel de meeste overige leden van de
stuurgroep verklaarden geen behoefte te hebben aan deze motie, dan wel haar over bodig te achten, werd de motie tenslotte toch aangenomen. 7. Werkwijze van de stuurgroep Tijdens de laatste vergadering van de stuurgroep IS vrij uitvoerig van gedachten gewisseld over wat de stuurgroep te doen staat nu een aantal min of meer ,,huishoudelijke" zaken zijn geregeld De aanleiding tot deze discussie vormde een voorstel van de heer Verdam, dat als volgt luidde ,,De stuurgroep besluit de discussie over de gewenste structuur aan de top mede te voeren aan de hand van tenminste twee ontwerpen bij haar in te dienen voor 1 o k t . a.s., en wel een vanwege de student leden, een vanwege de senaatsleden en zoveel verder worden ingediend" Het hoofdmotief van de heer Verdam was de stuurgroep moet zo snel mogelijk doorstoten naar de kern van de problematiek. Enkele vertegenwoordigers van andere geledingen (m.n. de wetenschappelijke staf) bleken het hiermee eens. Van stüdenlenzijde werd echter betoogd dat aannemen van het voorstel Verdam juist zou betekenen een omzeilen van de problematiek Deze stellmgname resulteerde in een voorstel van mej de Zeeuw om een discussienota op te stellen naar aanleiding waarvan de werkeenheden een standpunt kunnen bepalen. De leden van de stuurgroep zouden in deze nota hun standpunt over de volgende onderwerpen moeten weergeven — doel van een nieuwe bestuursstructuur, — verhouding tussen de Vereniging en de VU, — relatie tussen universiteit en maatschappij. In de brief waarin haar voorstel is vervat, stelt mej. de Zeeuw dat het niet zinvol is over alternatieve modellen te discussieren, voordat de doelstellingen van de herstructurering duidelijker zijn geworden. Nadat de heer Verdam had verzocht het voorstel van mej. de Zeeuw eerst te bespreken, werd uiteindelijk besloten dat een kleine commissie uit de stuurgroep zich zal beraden over de vraagpunten die de basis kunnen vormen voor een discussie-nota. Deze vraagpunten zullen op de volgende stuurgroepvergadering worden besproken. Tenslotte kan nog worden meegedeeld dat de volgende vergaderingen van de stuurgroep zullen plaatsvinden op vrijdag 26 september en vrijdag 10 oktober a.s. in het Theatrum Anatonicum van de medische faculteit. (Aanvang 19.00 uur). In de volgende af leveringen van A d Valvas zal van deze vergaderingen levendiger en meer uitgebreid verslag worden gedaan, dan in deze samenvatting mogelijk is geweest. ^
apocnctie Ei ksmbs Op 12 september is de heer H. Knibbe te Amstelveen gepromoveerd t o t doctor m de wiskunde en natuurwetenschappen op een proefschrift getiteld „Charge-transfer complex formation in the excited state". Zijn promotor was prof. dr. A . H. Weiler. Hieronder volgt een korte samenvatting van de dissertatie.
De fluorescentie van aromatische koolwaterstoffen (A) in oplossing wordt gedoofd door toevoeging van geschikte electronendonoren (D) of acceptoren. Twee mechanismen moeten worden onderscheiden A* + D->Ai- + D| (1) A* + D^(A-D+)s (2)
Volgens het I e mechanisme, dat voornamelijk in polaire oplosmiddelen w o r d t gerealiseerd, zijn de reactie-producten de gesolvateerde ionen A ~ en D"*". In weinig polaire oplosmiddelen is de vergelijking (2) van toepassing de fluorescentie van A verdwijnt bij toevoegen van D, inplaats daarvan k o m t een andere fluorescentie op, afkomstig van het m de aangeslagen toestang gevormde zgn. chargetransfer complex { A ~ D + ) . In intermediair polaire oplosmiddelen treedt een concurrentie tussen beide processen (1) en (2) op, hetgeen b l i j k t uit het niet evenredig afnemen van de levensduur en de fluorescente intensiteit van het complex, gaande naar meer polaire oplosmiddelen. De bij de reactie (2) vrij komende energie
(enthalpie en vrije enthalpie) kon worden bepaald uit de temperatuur afhankelijk van het fluorescentiespectrum en uit fluorescentiedovmgsmetingen. Uit de experimentele resultaten b l i j k t dat de energieinhoud van het complex nauw samenhangt met de grootte van de oxydatie- en reductiepoten^ tialen van de reactiepartners. De bij de vorming van het complex (reactie (2)) optredende volume contractie kon worden berekend uit de drukafhankelijkheid van het fluorescentiespectrum. Op grond van de verschuiving van het fluorescentie spectrum bij variatie van het oplosmiddel werd vastgesteld dat de complexen een vrij groot dipoolmoment hebben (12,5 Debye). #
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's