Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 259

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 259

1 minuut leestijd

1. Het „waarom" van de herstructurering

I

Uit praktische, bestuurstechnische overwegingen IS een herstrukturering gewenst, gelet op een aantal factoren als schaalvergroting, specialisatie, toenemende gecompliceerdheid van bestuur en beheer, het kostenvraagstuk, de interdependentie van universiteit en maatschappij, enz. Herstructurering behoeft op zichzelf geen democratisering m te houden het omgekeerde laat zich zeer wel verdedigen op gronden van efficiency, slagvaardigheid, kostenbesparing (waardoor grotere mogelijkheden). Bovendien democratie is duur de beraadslagingen vergen t i j d , aandacht en energie, uitbreiding van veelal geschoold personeel is noodzakelijk. Voorts legt een gedemocratiseerde bestuursvorm een claim op allen die daarbij betrokken zijn. Wij bespraken d i t in de vergadering van 19 december j . l . voor wat betreft de informatie en communicatie (ieder moet zich bij alles wat hij doet afvragen „Aan wie moet ik dit doorgeven?").

2. Waarom niettemin toch voorl<eur voor een gedemocratiseerde structuur? Op grond van een aantal overwegingen (hieronder niet in volgorde van belangrijkheid opgesomd) a. een — mits goed functionerende — democratie werkt op de lange duur beter en is dan „paying", b. voor een goed functioneren van de democratie IS belangstelling van brede lagen van de bevolking nodig, het onderwijs, de univer siteit voorop, heeft daarin een taak, c. een autoritaire structuur voor een universiteit zou een anachronisme zijn. Dat de universiteit een onderwijsinstelling is, doet daar-aan niet af, d. een afwijkende structuur voor de universiteit enerzijds en de rest van de maatschappij anderzijds, is moeilijk verdedigbaar (zie boven), e. (last but not least) uitwerking van de grondslag in zijn nieuwe formulering eist medewerking van alle betrokkenen, en dit tendeert naar democratisering.

3. De vier mogelijl<e doelstellingen van onderwijs en onderzoek als genoemd in hoofdstuk II van de discussienota sluiten elkaar niet uit. Het is mijns inziens weinig zinvol vast te stellen hoeveel gewicht zij ten opzichte van elkaar hebben. Dat ik hier wat dieper inga op de sub IV genoemde (de maatschappij-kritische) functie betekent dan ook met dat ik daarop speciaal het accent wil leggen, maar dat ik behoefte heb daarbij enkele kanttekeningen te plaatsen a. De universiteit is niet het maatschappijkritisch instituut bij uitstek. — ZIJ heeft ook andere doelstellingen (zie de nota zelf), — er zijn andere maatschappij-kntische m stellingen, zoals kerken, politieke partijen, de vakbeweging. Onder d i t tweeërlei voorbehoud kan de maatschappij-kntische functie van de universiteit mijns inziens worden erkend. b. Deze functie bestaat primair daarin, dat ZIJ de leden van de universitaire gemeen-

schap tot kritische mensen vormt, die enerzijds m staat zijn goed gefundeerde kritiek ten aanzien van — o.a. — maatschappelijke situaties te leveren, en die anderzijds bereid zijn de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden te aanvaarden.

4. De verhouding tussen de universiteit en de (rest van) de maatschappij Deze verhouding kan ik alleen zien in termen van samenspel, van een wisselwerking. Universiteit en maatschappij zijn geen tegenstellingen, maar de universiteit maakt deel uit van de maatschappij Zij kan zich niet los van, of zelfs tegenover, de rest daarvan opstellen, zonder steriel te worden (de ,,ivoren toren"). Omgekeerd heeft de maatschappij de universiteit nodig en geeft daarvan blijk o.m. door de universiteit te financieren. Hieruit vloeien naar mijn mening twee conclusies voort a. de universiteit moet op haar beurt kritiek, en zelfs inspraak, van de maatschappij aanvaarden, b. een afwijkende structuur (bijv. de een democratisch, de ander niet) laat zich moeilijk verdedigen.

5. Enkele opmerkingen a. De herstructurering moet soepel geschieden, in die zin dat veranderingen steeds mogelijk moeten zijn. b. Juist daarom is het nodig dat ieders bevoegdheden en verantwoordelijkheden steeds goed zichtbaar en controleerbaar zijn, m.a.w. duidelijk vastliggen. c. Bestuurbaarheid, slagvaardigheid en continuïteit moeten zijn verzekerd. d. Tegen simplificeren moet worden gewaakt alles dient van te voren goed te worden geregeld.

redenen op en dan kies ik toch bewust voor demokratie, ondanks het juist vaak gehoorde argument dat de onderwijssituatie een gezagsverhouding zou veronderstellen. De Roos: Die onderwijsgezagsrelatie die Dengerink een normetlef-struktureel gegeven noemt? Ubbink. Zo was het toch a l t i j d ' l k ben er vóór dat dét verandert. Crum. Maar er is toch wel een normatieve struktuur, demokratie ziet toch niet af van elk gezag? De Roos: Dat is toch niet voorgegeven? Dat moet blijken. Dengerink: Er is wel sprake van een wetenschappelijk gezag en ik ben achteraf toch erg blij, dat mijn promotor me destijds zo vaak heeft teruggestuurd met de ordonnantie maar te gaan herschrijven. De Zeeuw. Ubbink heeft enkele redenen gekozen, wat vindt hij van de andere redenen? Ubbink: Ik heb redenen gekozen die aansluiten bij de praktische situatie. Het is inderdaad niet zo dat ik enkele maatschappijdingen zie die veranderd moeten worden en dat ik dät dan redenen vind om de universiteit te gaan herstruktureren. Ze spelen wel mee in mijn overwegingen, maar ze zijn voor mij niet primair. Rondvraag. De Roos, die bezig is voorzitter van de SR VU te worden kondigt aan daarom de Stuurgroep te gaan verlaten. De voorzitter dankt hem hartelijk voor zijn positieve bijdragen.

Crum: Ik was het er over 't algemeen mee eens. Alleen jammer dat Ubbink de doelen zoveel naast elkaar zet, ik zou zeggen die kritische funktie is primair en de andere doelen zijn daaruit af te leiden. Die andere doelen, opleiden voor een beroep e.d , dienen naar mijn idee alleen te worden gezien in het licht van die kritische f u n k t i e , dus zeker niet neven-, maar ondergeschikt. Ubbink: Ik heb het zo gezegd, omdat ik bang ben voor de diverse opvattingen van die maatschappij-kntische f u n k t i e . Voor mij is primair, hoe komen de mensen uit de universiteit, wat voor soort mensen levert ze op. Kritische en bewuste mensen, ja, dan is het wél primair. Crum: Jawel, maar de V U zou toch ook als instantie vanuit evangelisch oogpunt, haar trom moeten roeren. Het evangelie is toch immers zo maatschappij-kritisch als de bliksem. De Roos: Ubbink komt toch wel erg op herstrukturering o.g.v. bestuurstechnische overwegingen. Ik zou zeggen, er is wel méér aan de hand, bv. de overwoekering door economische krachten e.d En de redenen waarom hij op zo'n demokratische herstrukturering terecht komt vind ik óók zo merkwaardig demokratie betaalt zich op de duur —, het zou anders een anachronisme z i j n , e.d. Ik dacht dat er wel sterkere motieven waren om demokratie te kiezen. Ubbink: De praktische situatie levert deze

stuupgpcep

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 259

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's