Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 438

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 438

2 minuten leestijd

WGf6(isch9citi6lukG stsr secretariaat Met ingang van heden is het adres van het secretariaat van de wetenschappelijke staf geworden: Kamer A 121, Provisorium, tel. 483682. Mevrouw W.S.J. van Kreveld-Zodij treedt vanaf heden als bureausecretaresse op. stuurgroep Het dagelijks bestuur van de Stafraad heeft grote waardering voor de Stuurgroep, die de niet geringe taak op zich genomen had om nog voor het einde van het studiejaar met een nota te komen, waarin de ontwerpen van een nieuwe bestuursstructuur aan de V U geformuleerd zijn. Alle leden van de universitaire gemeenschap dienen zich in een referendum over de door de stuurgroep gelanceerde modellen uit te spreken. We vertrouwen erop dat alle leden van de wetenschappelijke staf dit dan ook metterdaad zullen doen. Het is van regelrecht belang voor de toekomst van de V U en van allen die aan de V U verbonden zijn, stelt de stuurgroep; het is ook de mening van deStafraad. ontwerp veringa Brief van de Stafraad verzonden aan de Minister van Onderwijs en Wetenschappen, G.H. Veringa en de Minister van Landbouw en Visserij, P.J. Lardinois en de Vaste 2e kamercommissie voor onderwijszaken. De stafraad van de wetenschappelijke staf van de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft in zijn vergadering van 12 mei 1970 het ontwerp van wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 besproken en zijn mening als volgt over dit ontwerp geformuleerd: In aansluiting aan de uitspraak van de stafraad over het voorontwerp, welke uitspraak op 7 april 1970 is vastgelegd en bekendgemaakt, is de raad zeer verontrust over de bepalingen ten aanzien van het passief kiesrecht van hoogleraren en lectoren (art. 9,2;

STUIJFGROEP De Formulering van punt 3 van het hoofdstuk "Procedure" in de publil<atie van de Stuurgroep heeft bij menigeen vragen opgeroepen. De daarin genoemde percentages zijn steeds bedoeld als percentages van de geldig uitgebrachte stemmen in de betrokken geleding(en), en niet als percentages van het totale aantal leden van die geleding(en). Voor de herstemming werd geen quorum vastgesteld. Wanneer U tot op heden nog geen formulier gekregen mocht hebben, wilt U zich dan zo spoedig mogelijk met één van onderstaande telefoonnummers in verbinding stellen: 483842 of 482485(88).

14; 17,4 en 33,2); ten aanzien van de positie van het college van dekanen en van de rector magnificus (art. 33 en 34), ten aanzien van de bepalingen over de verantwoordingsplicht voor de besturen in de universiteit (art. 10,2 en 31,5); en ten aanzien van de bepalingen over geschorste studenten of hen die toegang ontzegd is (art. 41,4 en 5). Een toelichting op de zeer ernstige bezwaren volgen nu:

(1) Naar het gevoelen van de raad is het in strijd met de in de Memorie van Toelichting ontwikkelde gedachte van democratisering, indien alleen hoogleraren en lectoren verkozen kunnen worden t o t voorzitter van de vakgroep, dekaan of rector magnificus. Op deze wijze wordt voorbijgegaan aan de mogelijkheid dat een medewerker met ruime ervaring deze functies verricht, en, in het geval van een vakgroep, aan de mogelijkheid dat een hoogleraar op oudere leeftijd fysiek niet langer in staat is om voorzitter van de vakgroep te zijn. Bovendien heeft deze beperking tot hoogleraren en lectoren tot gevolg, dat geen leden van de wetenschappelijke staf leidende functies kunnen bekleden. (2) De raad is in hoge mate verontrust over de positie van de rector magnificus en van het college van dekanen, zoals die zich op grond van de in te voeren wet zou kunnen ontwikkelen. Gezien het feit dat het wetenschappelijk corps, dus inclusief de wetenschappelijke medewerkers, op universitair niveau als geleding een uiterst onbelangrijke functie zal gaan krijgen, en gezien de positie van de senaat zoals de gezamelijke dekanen deze zullen overnemen, is de raad van oordeel dat bij invoering van deze artikelen aan het college van dekanen en aan de rector magnificus een rol toegewezen kan worden, die niet in overeenstemming is met de democratiseringsgedachte.

(3) pe raad betreurt het ten zeerste dat in het bntwerp van wet de bepalingen uit het voorontwerp over de verantwoordingsplicht van het faculteitsbestuur en van het College van Bestuur vervallen zijn. Weliswaar merkt de raad op dat in de Memorie van Toelichting wel over het verantwoording schuldig zijn gesproken w o r d t , maar het bevreemdt hem des te meer dat genoemde bepalingen in het ontwerp uitgevallen zijn. De raad is van oordeel dat deze verantwoordingsplicht weer ingevoerd dient te worden. Verder, dat invoering hiervan inhoudt dat volgens nader aan te geven bepalingen de genoemde besturen ontslagen kunnen worden. De raad is zich ervan bewust dat deze mogelijkheid gevaren in zich kunnen bergen, maar meent dat bij voldoende waarborgen op rechtspositioneel en ander terrein deze gevaren geminimaliseerd worden. (4) Het heeft de raad zeer bevreemd dat in artikel 41 de leden 4 en 5 toegevoegd zijn, terwijl in het voorontwerp dergelijke bepalingen ontbraken. De raad is bevreesd dat bij toepassing van deze artikelen gestrafte studenten op een "zwarte lijst" geplaatst worden. Het bestaan van een dergelijke lijst lijkt de raad een residu van het verleden. De raad heeft geen bezwaren tegen de maatregelen, voorgesteld in art. 4 1 , lid 2, maar wel tegen die van de leden 4 en 5.

Eveneens in aansluiting aan het in de verklaring van 7 april aan het eind gestelde blijft de raad van mening dat de status van de bibliotheekmedewerkers, arts-assistenten en F.O.M., S.O.N, en Z.W.0. medewerkers binnen het wetenschappelijk corps niet geregeld dreigt te worden. De raad is bezorgd dat in de toekomst op grond van artikel 1 van de wet genoemde categorieën uitgesloten zullen worden van het wetenschappelijk corps. De raad zou een dergelijke uitsluiting zeer betreuren.

M RIPPEFT EFEQOßTOR V I

De Senaat van de Vrije Universiteit heeft bedie zich door zelfstudie heeft ontwikkeld t o t sloten ter gelegenheid van de 90ste herdenking een erkend deskundige op het gebied van de van de stichtingsdag der universiteit een eremaatschappelijke verhoudingen. Op dat terdoctoraat in de rechtsgeleerdheid te verlenen rein heeft de heer Ruppert een belangrijk aan aantal wetenschappelijke publikaties op zijn naam staan. de heer M. Ruppert te Wassenaar, lid van de Raad van State en oud-voorzitter van het CNV. Het besluit is genomen op grond van uitstekende wetenschappelijke verdiensten van de heer Ruppert,

De erepromotie vindt plaats op de 90ste dies natalisvan de Vrije Universiteit, 20 oktober 1970 te Amsterdam; prof. mr. W. F. deGaay Fortman zal optreden als promotor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 438

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's