Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 330

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 330

6 minuten leestijd

De behoefte aan een geïntegreerde bestuursvorm, waarbinnen de elementen, dte in het huidige stelsel nog formeel gescheiden zijn, zullen zijn opgenomen, wordt in brede kring gevoeld De grote verscheidenheid in opvattingen omtrent de meest wensehjke vorm, waarin die integratie gestalte moet krijgen, noopt ertoe de doelstelhng te beperken tot het zoeken naar die hoekstenen van het universitaire bestuursstelsel, die essentiële waarde hebben voor elke instelling en waarover (een grote mate van) eensgezindheid bestaat Dit sluit de bereidheid m te aanvaarden, dat de uitwerking in details van instelling tot mstelhng zal kunnen uiteenlopen (zoals ook nu al het geval is) Er van uitgaande, dat het vraagstukkencomplex m alle onderdelen zal moeten worden aangepakt, dient de positie van de z g lagere bestuursorganen bestuur van de faculteit of afdehng, de subfaculteit of onderafdehng c q van bestuursorganen van nog niet bestaande organisatonsche eenheden, zoals de vakgroep, de projectgroep en de sectie, aan de orde te worden gesteld Belangrijke aspecten zijn daarbij de mate waarin en de wijze waarop alle leden van de facultiet, van de sectie, van de vak- of projectgroep worden betrokken bij het meedenken (hetgeen meeweten vooronderstelt) en meebeslissen over de zaken van de betrokken eenheid, alsmede, voor zover nodig, over de zaken van algemeen universitair of interuniversitair belang Vastgesteld zal dienen te worden wie als leden van die organisatorische eenheden kunnen worden beschouwd Voorts is het van belang na te gaan of en zo ja welk onderscheid moet worden gemaakt tussen de kategorieen, die binnen elk van die eenheden werkzaam zijn Het effect van dat onderscheid op hun positie IS vervolgens een punt van onderzoek Indien de tegenwoordige leden van de wetenschappehjke staven niet (volledig) m het wetenschappehjk corps zijn geïntegreerd en dus met (volledig) als leden van die organisatorische eenheden worden beschouwd, dient te worden nagegaan in welke mate, op welk niveau, op welke wijze zij deel kunnen hebben aan het meedenken en meebeshssen over aangelegenheden van die eenheden, c q van universitair en interuniversitair belang Mutatis mutandis dient hetzelfde te worden onderzocht voorzover betreft de studenten, werkzaam binnen een organisatorische eenheid.

C. VORM EN FUNCTIE VAN HET BESTUUR De discussie over vorm en functie van het bestuursorgaan heeft geleid tot de ontwikkehng van een reeks alternatieven, die vaneren van het topbestuur van beperkte omvang, dat voor zijn beleid uitsluitend verantwoording schuldig is aan de minister van onderwijs en wetenschappen, tot de opvatting, dat het zwaartepunt van het umversitaire bestuur moet hggen bij het gezamenhjk beraad van docenten en studenten. Het vraagstuk van de bepahng van de verantwoordingsphcht van lagere tegenover hogere organen en/of omgekeerd, speelt in de keuze van de bestuursstructuur

4

een essentiële rol De varianten, die m de z.g Nota-Lochem zijn behandeld, liggen tussen de bovengenoemde uitersten m Het heeft geen zin in deze nota een schets te geven van elk van de vele modellen, die m de loop van de discussies zijn opgesteld of die in de praktijk reeds werken Het overleg in de universiteiten en hogescholen zal in verschillende gevallen in belangrijke mate worden bepaald door het specifieke, eigen karakter \fan deze of gene mstelhng, hetgeen -het zij herhaald beperkingen oplegt aan de mate van uniformiteit van te treffen regehngen

III. VERANTWOORDELIJKHEID, VERANTWOORDINGSPLICHT, INLICHTINGSPLICHT Afzonderhjke aandacht vereist het vraagstuk van de verantwoordehjkheid voor het functioneren van de universitaire organisatie en de daaruit voortvloeiende verantwoordingsphcht Verduidehjking van de bestaande situatie op dit punt IS een belangrijke voorwaarde voor een beter functioneren van de umversiteit Het vraagstuk heeft enige kanten, die vooral aandacht behoeven. Enerzijds is de betekems van het principe van de vrijheid en onafhankelijkheid in wetenschapszaken van de docent, de onderzoeker en de student in het geding en de daaraan m het belang van ondeirwijs en onderzoek te stellen grenzen Anderzijds moet worden gewezen op de wettehjke verphchting van dat gebruik verantwoording af te leggen Zowel de veihgheidstelhng van het vrijheidsbeginsel als de aanvaarding van de verantwoordingsphcht noodzaakt tot het vaststellen en vastleggen van de individuele en collectieve verantwoordehjkheden van de personen en organen, die deel uitmaken van de universitaire organisatie Daarbij zal moeten worden bepaald in welke vorm en tegenover wie de verantwoordelijkheid uitdrukking vmdt in verantwoordingsphcht Een belangrijke vraag is, welke konsekwenties moeten worden verbonden aan en welke vorm moet worden gegeven aan het van uiteenlopende zijden geponeerde beginsel, dat de bestuursorganen op de verschillende mveaus ieder op eigen niveau, ter verantwoording moeten kunnen worden geroepen door de „bestuurden" In bepaalde omstandigheden zou het kunnen zijn, dat het opleggen van verantwoordingsphcht aan bestuursorganen, welke de mogehjkheid van correctie en/of sancties imphceert, met in het belang is van een goed functioneren van de universiteit als organisatie Het opleggen van inhchtingsphcht en het toekennen van vragenrecht, kunnen in die gevaEen zinvol zijn

In het algemeen is het - mede in het belang van het scheppen van optimale communicatie mogehjkheden - noodzakelijk te onderzoeken waar en wanneer inhchtingsphcht moet worden opgelegd

IV HET BEHEERSAPPARAAT Met het oog op de plaatsbepahng van de administratie en technische staven binnen de universitaire structuur, is het noodzakehjk mede aandacht te schenken aan de functie van het beheersapparaat. De meningen verschillen over de organisatorische geleding van dat apparaat (centrahsatie, decentrahsatie) en inzake de verhouding van de beheersdeskundigen tot de bestuursorganen, waaraan zij bijstand verlenen Op dit punt worden vooral twee nchtmgen onderscheiden Bij de eerste is het beheersapparaat in al zijn geledingen, d w z zowel het centrale apparaat, als de beheersdeskundigen die bijstand verlenen aan faculteiten, subfaculteiten, instituten e d m , rechtstreeks geplaatst onder het gezag van de centrale bestuursorganen De tweede nchting legt de nadruk op het gezag van de afzonderlijke bestuursorganen op elk van de te onderscheiden bestuursmveaus over het deskundig beheersapparaat dat hen terzijde staat Het beheer is bij uitstek een onderwerp voor een kritisch onderzoek van het functioneren van de universiteit in de huidige praktijk

V POSITIE VAN DE UNIVERSITEIT TO.V DE OVERHEID De discussie, welke aanvankehjk vooral in het kader van de Academische Raad en vervolgens ook daar buiten is ontstaan over organisatie en bestuur van de universiteit, is voortgekomen uit de uitspraak van een werkgroep van de Academische Raad ), dat „het dringend nodig is, dat duidelijk wordt vastgelegd ten aanzien van welke zaken de universiteit naar eigen inzicht (met repressief toezicht van de overheid) haar bestuurstaak kan vervullen" Voorwaarde voor het eisen van meer zelfstandigheid bij de taakvervulhng is, dat de universiteit door de kwahteit van organisatie en bestuur voldoende waarborgen kan geven, dat ZIJ grotere zelfstandigheid en de daaraan verbonden grotere verantwoordehjkheid kan dragen Het tot nu toe gevoerde overleg heeft zich vrijwel uitsluitend beperkt tot het vraagstuk van de interne organisatie van de universiteit en haar bestuur

) Werkgroep I, rapport gepubliceerd in ,,Universiteit en Hogeschool" van september 1965

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 330

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's