Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 88

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 88

5 minuten leestijd

in f unesie Vandaag promoveert drs. J. G. Lambooy te Hazerswoude tot doctor in de letteren op een proefschrift onder bovengenoemde titel. Als promotor treedt op prof. dr. M. W. Heslinga. korte samenvatting van de dissertatie: Zoals in de meeste ontwikkelingslanden is er ook in Tunesië een dominantie van de agrarische sector in de sociale en economische structuur. De ontwikkelingsproblematiek is dan ook voor een belangrijk deel bepaald door de herstructurering van de landbouw. In dit proefschrift is nagegaan in hoeverre het veranderingsproces van de Tunesische landbouw en landbouwers beïnvloed wordt door het milieu en door sociaal-economische aspecten. De traditionele agrarische structuur blijkt in vele gevallen door reeds lang werk zame krachten te veranderen. Het veranderingsproces w o r d t versneld door regeringsmgrijpen onder meer door het organiseren van de landbouwers in coöperatieve bedrijven

en het bevorderen van nieuwe technieken. Voor zover deze reorganisatie van het grondgebruik gepaard gaat met herverdeling van de graanproducerende bedrijven der voormalige colons IS weinig tegenstand der boeren ont moet en zijn de gevolgen meest positief. In de gebieden waar reeds eeuwenlang olijfboomcultures bestonden, rees daarentegen meer verzet tegen de vernieuwingen. Dit wekt verbazing, omdat de nationale politieke elite voor een groot deel juist uit die streken afkomstig IS. Een grote handicap bij de hervorming IS het gebrek aan kapitaal en ^ technisch geschoolde mankracht. Als voordeel mag worden genoemd de pragmatisefle en flexibele politieke opstelling, vooral van president Bourguiba. BIJ de evaluatie van de agrarische hervorming IS getracht zowel de economische als de sociale motieven van de boeren m de beschouwingen te betrekken. enkele stellingen 1. Voor de ontwikkeling van Tunesië zijn de relaties met Europa van groter belang dan

die met de andere Arabische landen. 5. De vestigingsplaatstheorie heeft te eenzijdig nadruk gelegd op de industrie en heeft de dienstensector verwaarloosd. 6. De contacten tussen de Nederlandse en de Belgische sociaal-geografen dienen te worden bevorderd. 12. De toename van het dragen van toga's door predikanten en de grotere nadruk op de liturgie leiden tot een gezonde vormverstarring. personalia: Johannes Gerard Lambooy, geboren op 23 oktober 1937 te Pajeti (Sumba, Indonesië) studeerde sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam en legde in 1962 het doctoraal examen af. Daarna was hij als wetenschappelijk medewerker sociale geografie werkzaam bij de Vrije Universiteit. Van 1966-1968 was de heer Lambooy hoofd van de afdeling planologisch onderzoek van de Ver. van Nederlandse Gemeenten. In 1969 volgde zijn benoeming t o t lector economische geografie aan de V U . Het adres van de promo vendus is Ferd. Bolstraat 4 3 , Hazerswoude.

elementen in t^oopbnask Dr. W. A. M. van der Kwast, benoemd tot gewoon hoogleraar in de mondheelkunde en de kaakchirurgie, heeft op 10 oktober zijn ambt aanvaard met het uitspreken van een rede, waarvan de inhoud als volgt is samengevat. De voor deze oratie gekozen titel „Elementen in doorbraak" heeft geen betrekking op de elementen van het menselijk gebit, maar op nieuwe elementen, welke zich aan de Vrije Universiteit bezig zijn te ontwikkelen, nl. de tandheelkunde en het hieruit voortgekomen specialisme ,,mondziekten en kaakchirurgie". De meer gangbare, echter voor de niet inge-

wijde minder duidelijke naam voor dit specialisme IS mondheelkunde. In deze oratie worden enkele mededelingen gedaan over mondchirurgische handelingen in de oudheid en in een minder ver verleden Er w o r d t verder vermeld op welke wijze de ontwikkeling van de mondheelkunde zich sinds 1918 aan een aantal Nederlandse universiteiten heeft voltrokken en hoe d i t onderdeel tenslotte tot een specialisme is uitgegroeid, dat thans ook in een aantal grote niet-universitaire ziekenhuizen in Nederland w o r d t uitgeoefend. Er IS, evenals in de geneeskunde, ook in de tandheelkunde een neiging aanwezig t o t steeds verder gaande specialisatie welke de vraag oproept, waar goede tandheelkunde

eindigt en specialisatie begint. Het is met ondenkbaar, dat de specialistische perfectie een zo hoge vlucht neemt, dat daardoor de tandheelkunde praktisch onuitvoerbaar of mogelijk zelfs onpraktisch w o r d t . Een andere consequentie van deze neiging t o t overspecialisatie zou kunnen zijn, dat het studieprogramma onevenwichtig of te zwaar wordt. Zeker naar de verhoudingen zoals deze in Nederland bestaan, zijn naar de mening van de spreker binnen het kader van de tandheelkunde twee specialismen gerechtvaardigd mondheelkunde en Orthodontie. I n het laatste gedeelte van deze oratie w o r d t dan nog aandacht besteed aan wenselijkheden met betrekking t o t de opleiding van specialisten in de mondheelkunde. •

spotheken szvu pponacveerde De heer D. B. Faber, sinds 1968 apotheker bij het Academisch Ziekenhuis onzer universiteit, is op 8 oktober aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen. Zijn dissertatie draagt tot titel „Aard en werkingswijze van Polypeptiden, die het effect van bradykinine versterken"; promotor was prof. dr. C. van der Meer, gewoon hoogleraar in de farmacologie, copromotor prof. dr. J. Kok, emeritus hoogleraar in de Galenische farmacie, recepteerkunde, biochemie en toxicologie.

samenvatting: Het proefschrift behelst een onderzoek naar de werkingswijze en de structuur van stoffen (Polypeptiden), die de werking van bradykinine (ook een polypeptide) kunnen versterken. Het doel hierbij was om naast een bestudering van de versterking van het bradykinine-effect tevens meer inzicht te verkrijgen in het werkingsmechanisme van bradykinine zelf Na een uitgebreid farmacologisch onderzoek is gebleken, dat deze versterking specifiek was voor bradykinine. De versterkende Polypeptiden zouden gebruik makende van eenzelfde aangrijpingspunt, het binnendringen van bradykinine in het weefsel kunnen versnellen. Hoewel de aminozuur-samenstelling van de Polypeptiden verschillend is.

is hun werking toch zeer specifiek voor één bepaald effect van bradykinine, n l . de excitatie van glad spierweefsel. Het is met ondenkbaar, dat in de toekomst zal blijken, dat alle actieve Polypeptiden een bepaalde structuur gemeen hebben, die verantwoordelijk is voor deze werking.

personalia: De heer Faber werd in 1939 te Koudum geboren. H I J studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1965 het doctoraal examen farmacie aflegde en in hetzelfde jaar het apothekersexamen. Daarna was hij t o t 1968 verbonden aan het Farmacologisch Laboratorium van deze universiteit. •

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 88

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's