Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 233

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 233

4 minuten leestijd

Universiteit van Amsterdam N . B . Het bestuur van de U.V.A. bestond uit de burgemeester van Amsterdam, en de wethouder van onderwijszaken van A. , d r i e leden benoemd door de gemeenteraad en drie leden door de Kroon b e noemd; de burgemeester was voorzitter (art. 89 oud). Thans worden vier leden door de Kroop benoemd, waarvan een de voorzitter is, en drie leden door de gemeenteraad (art. 89 nieuw). Het leerstoelenbeleid: Artikel 91. lid 4 en 5 (oud) "4. Curatoren benoemen en ontslaan het wetenschappelijk en het overig personeel van de universiteit. 5. De aanstelling van de hoogleraren behoeft Onze bekrachtiging. Artikel 91. lid 6 (nieuw) "6. De aanstelling van hoogleraren en lectoren alsmede die van de functionaris, die met de leiding van het bureau van de universiteit is belast, behoeft Onze bekrachtiging; de aanstelling van houders van zelfstandige onderwijsopdrachten behoeft de goedkeuring van Onze minister. Curatoren doen de betreffende aanstellingsbesluiten vergezeld gaan van een gemotiveerde toelichting. Ze stellen Onze minister voorts zo spoedig mogelijk in kennis van het vacant raken van leerstoelen, lectoraten en plaatsen voor houders van zelfstandige onderwijsopdrachten." Bijzondere universiteiten: N . B . H e t bestuur van de bijzondere universiteiten wordt benoemd door de stichting of vereniging, waarvan de bijzondere universiteiten uitgaan. Het leerstoelenbeleid: Artikel 93. lid 4 (oud) "4. Zij geven van elke aanstelling van een hoogleraar of een lector binnen dertig dagen kennis aan Onze minister". Artikel 94, lid 4 (nieuw) "4. Zij stellen Onze mmister zo spoedig mogelijk in kennis van de benoeming van hoogleraren, lectoren en houders van zelfstandige onderwijsopdrachten. Zij doen deze mededeling vergezeld gaan van de nodige gegevens. Zij stellen Onze minister voorts zo spoedig mogelijk in kennis van het vacant raken van leerstoelen, lectoraten en plaatsen voor houders van zelfstandige onderwijsopdrachten. De memorie van toelichting (pag. 12) licht ons nader in over wat bedoeld wordt met artikel 94 lid 4: MvT: "Tenslotte dienen de mededelingen van benoemingen van docenten vergezeld te gaan van de nodige gegevens, welke behalve het curriculum vitae van de benoemde ook een overzicht bevatten van zijn wetenschappelijke loopbaan". De curatoren van Groningen vroegen zich af of de minister zich wel een oordeel zou kunnen vormen over de wetenschappelijke kwaliteiten van docenten^); daarom het volgende geruststellende bijzinnetje: "hoewel dit laatste niet impliceert dat de minister op grond van de wet de bevoegdheid toekomt een oordeel uit te spreken over de wetenschappelijke kwaliteiten van de benoemde." m a a r zie > "is het - in het kader van het te voeren leerstoelenbeleid vanwege de nauwe samenhang tussen enerzijds de doelemden en financiƫle gevolgen die bij het toestaan van een leerstoel voor ogen hebben gestaan en anderzijds de wetenschappelijke aspiraties van degene die de leerstoel vervolgens gaat bezetten - van belang dat hij omtrent de wetenschappelijke achtergrond van de benoemde wordt geinformeerd." De minister heeft dus een totaaloverzicht van het leerstoelen- en docentenbestand, de bezetting naar aantal en kwaliteit - en het vakant zijn ervan. De minister heeft de volgende mogelijkheden - in dit verband - voor zijn politiek van taakverdeling: a. hij kan bepaalde voordrachten voor de bezetting van een leerstoel weigeren, b . hij kan een bepaalde vakant geraakte leerstoel van de begroting schrappen, c. hij kan nieuw aangevraagde leerstoelen weigeren. N . B . Mogelijkheid a. gaat formeel niet op voor de bijzondere universiteiten. Begrotingstechnies kan de minister het bestuur van de bijzondere universiteiten 'dwingen' toch mee te werken. Door middel van de mogelijkheden a,b en c kan de minister nog beter de zo gewenste taakverdeling doorvoeren. Bovendien kan het genoemde 'Posthumus effekt' nog v e r s t e r k t worden door alleen ruimte te geven voor p a r t - t i m e docenten, die uitsluitend onderwijs geven aan de universiteit en daarnaast een maatschappleijke funktie vervullen (zie Shell-hoogleraren), of aan docenten met niet al te hoge maatschappelijke a s p i r a t i e s . (Zie MvT hierboven, en de begrotingsprocedure, a r t . 102).

1) Zie briefwisseling Academische Raad en universiteiten ten aanzien van 100% wet. 11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's

Ad Valvas 1969-1970 - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969

Ad Valvas | 502 Pagina's