Ad Valvas 1969-1970 - pagina 390
militaire sektor, de overheid en de wetenschap zelf. Persbericht VWO R E C H T V A A R D I G OF HYPOCRIET
heid van het wetenschappelijk onderzoek als zodanig neemt in het werkgroepenplan een centrale plaats in. De werkgroepen op het subtema "Ideologie en wetenschappelijk onderzoek" blijken ook de meeste belangstelling te trekken. Uitgangspunt voor het werk van deze groepen is de volgende 'algemene hypotese' "Ook voor het wetenschappelijk onderzoek in de westerse samenleving geldt dat de keuze van de onderzoekprojekten en de formulering van de probleemstellingen in sterke mate ideologisch bepaald zijn. Dit houdt ondermeer verband met het feit dat de mate waarin resultaten van wetenschappelijk onderzoek toepassing vinden, afhankelijk is van een ideologisch bepaalde 'maatschappelijke vraag'. De richting en het tempo waarin de verschillende sektoren van het 'wetenschappelijk bedrijf' zich ontwikkelen, worden bovendien — onder het vaandel van de 'waardevnjheid' — op een veel meer directe wijze ideologisch gestuurd aan de hand van — niet of nauwelijks expliciet gemaakte — criteria van wetenschapsbeleid. De wijze waarop de 'maatschappelijke vraag' naar verschillende vormen van wetenschappelijk onderzoek zich manifesteert, zowel als de manier waarop het wetenschapsbeleid daaraan in zijn fmancieringsbeslissmgen refereert, hangen ten nauwste samen met de machtsverdeling in de samenleving". Het IS niet zo verwonderlijk dat deze problematiek al wat nader zal worden uitgewerkt in de middagbijeenkomst van de jaarvergadering van het VWO, die op zaterdag 23 mei in Utrecht plaatsvindt. Peter Boskma, bestuurslid van het verbond en medewerker van het Polemologisch Instituut te Groningen, zal dan proberen te komen t o t een strukturem benadering van de vraag, " h o e de ontwikkeling van het wetenschappelijk onderzoek w o r d t gestuurd". ^) Het ligt in de bedoelmg dat deze vraag eerst in het algemeen aan de orde zal komen en (dus) een betrekkelijk globale beantwoording zal krijgen om vervolgens te worden toegespitst op een klem aantal 'cases' (zoals de financiering met N A V O gelden van wetenschappelijke onderzoekingen, symposia en studiereizen). In de behandeling van deze 'cases' zullen waarschijnlijk de belangrijkste aangrijpingspunten voor diskussie gelegen zijn, de 'eerste diskussianten' worden speciaal met het oog hierop uitgenodigd T o t de utrechtse hoogleraar in de etiek De Graaf is het verzoek gericht, een min of meer komplementaire — meer etisch georiënteerde — inleiding over hetzelfde tema te houden. Vermoedelijk zal deze in zijn betoog de nadruk laten vallen op de problematiek van de houding van de individuele wetenschappelijke onderzoeker tegenover de door Boskma geschetste machtsstrukturen. 4 april 1970 Arend J. Voortman
De protesten van de bijzondere instellingen voor Hoger Onderwijs tegen het wetsvoorstel Veringa worden feller. Nijmegen, lezen we in de krant, protesteert tegen het feit dat de minister zonder meer de bijzondere met de rijksinstellingen gelijkschakelt. De wetgever, aldus de Nijmegenaren, moet het karakter van de bijzondere instellingen respectaren. Daarvan blijkt in het voorontwerp rilets. Nijmegen en de V U , om de belangrijkste te noemen, zijn m het verleden voor e^n groot stuk bij elkaar gebedeld. In heel wat gereformeerde huizen staan de busjes (nog) voor de eigen universiteit waar het eigen geluid nog gehoord wordt. In Nijmegen is ook nog altijd een (vage) band met de achterban, meer met de ouderwordenden dan met de jongeren weliswaar, maar ze is er. De vraag mag worden gesteld Wat is er nog 'eigen' aan Nijmegen en V U ^ Of bestaat dat eigene uit fossiele beelden? De cijfers tonen aan dat de twee universiteiten met meer exclusieve vergaarbakken zijn van katholieke en gereformeerde studenten Dat waren ze nooit, maar de cijfers geven langzamerhand wel te denken. Ik weet alleen al van Utrecht dat er bijna 5000 katholieke studenten studeren en ruim 1000 gereformeerde (We hebben een katholieke rector en een hoogleraar van de V U als curator!). De V U heeft bij een telling van de eerstejaars '68 — '69 geconstateerd dat 37 pet. van de eerstejaars gereformeerd, 20 pet. hervormd en 18 pet katholiek was. De met-gereformeerden zijn dus in de meerderheid In '68 was het aantal katholieken over de hele VU 8 pet. en de gereformeerden haalden nog de 53 pet! In Nijmegen was in '68 — '69 89,7 pet. van de eerstejaars studenten katholiek, d w.z. 1317 studenten. Dat klinkt vertrouwenwekkend. Maar dat aantal haalde Utrecht ook bijna (ruim 1000 eerstejaars die opgaven katholiek te zijn), in Amsterdam zal het zeker met anders zijn.
De Utrechtse gegevens van alle studenten in procenten '68—'69 32 pet. katholiek, 25 pet hervormd en 7 pet gereformeerd. De hele Utrechtse bevolking nam met 10 pet. toe. De katholieken met ruim 13 pet., de gereformeerden met 12 pet. Helemaal precies IS het met, maar het scheelt geen jas. Deze cijfers nopen tot bezinning Wat is nog het bijzondere van de bijzonderen' Een eigen basisfilosofie'De namen van de groten, die het heilig vuur bij de scharen wisten aan te wakkeren, zijn verbleekt. Geen rijk rooms leven en geen gezagsgetrouwen meer. De universiteitskeuze heeft kennelijk met zo verschrikkelijk veel meer met godsdienstige overtuiging te maken. Hooguit zou men de vraag kunnen stellen hoe het k o m t dat met name aan katholieke instellingen de revolte van de studenten zo hevig is (geweest) en of er geen verband gelegd kan worden tussen het 'bijzondere' en deze revolte Dat zou iets te maken kunnen hebben met het pijlsnelle ontmantelingsproces van katholieke en gereformeerde orthodoxie. Een mooie onderzoekkluif. Naar mijn smaak zit er een stuk onbestemd heimwee i n , nu nog het bijzondere van een hoger onderwijsinstel1) Een uitvoerig kongresverslag met de komling te accentueren, door de minister er op te plete inleidingen en diskussiebijdragen verwijzen dat deze instelling meer vrijheid zoudschijnt als biezonder nummer van "Wetenen moeten hebben dan de andere. Wanneer schap en Samenleving" tegen eind mei. Nietleden van het VWO kunnen het bestellen door de wet zulks waarborgt, moet gevraagd worden of de wet niet is ontstaan in een t i j d dat storting van f 4,50 op giro 22321 t.n v de men nog naar Nijmegen en Amsterdam pelpenningmeester van het VWO te Utrecht. grimeerde en dat er dus een duidelijk stuk 2) Een uitvoerig informatiestencil betrefvolkswil overeind gehouden werd. Nu de fende het werkgroepenplan (het 'blauwe stenbijzonderen 100 pet. subsidie aanvaarden cil') kan per briefkaart worden aangevraagd evenals de 'gewonen' en toch een extra bij het buro van het VWO, Kouwerplantsoen vrijheid willen wordt de zaak wat hypocriet. 38 te Utrecht. Voor wie is die vrijheid b e s t e m d ^ o e komt 3) T o t emd maart hadden ongeveer 150 menze t o t uitdrukking. In een basis-belijdenis? sen belangstelling getoond voor deelname aan Of IS het een zaak van sfeer? Ik weet dat de het werkgroepen-projekt. 4) Als belangrijkste 'stuur-centra' onderscheidt christelijke partijen, althans een deel van hen, in de Kamer op dit punt heftig zullen sputterBoskma voorlopig de produktiesektor, de
6
en Een enquête onder katholieken en gereformeerden met de inschrijvmgscijfers in de hand zou echter kunnen leren dat men het bijzondere toch niet zó goed verkoopt dat het volk bewust kiest vóór een bijzondere instelling. Men zou de realiteit onder ogen moeten zien en het osmose-proces tussen de universiteiten positief moeten waarderen. Met behoud van het eigene, niet van het bijzondere. A . V. d . M. (U, Utrechtse Univers. Reflexen 10/4/70)
VELDWERK V A N HYDROGEOLOGEN IN PORTUGAL Naar aanleiding van een bericht in T r o u w enkele weken geleden onder de titel ,,lnstituut van VU gaat grondonderzoek in Portugal d o e n " , zijn bij verschillende groeperingen binnen en buiten de Vrije Universiteit vragen gerezen en ook gesteld omtrent de wenselijkheid of toelaatbaarheid m dit land onderzoek met studenten te verrichten. BIJ de discussie staan steeds twee vragen voorop. Ten eerste geschiedt het onderzoek op verzoek van de Portugese regering, zoals in Trouw werd vermeld, en ten tweede aan wie komen de (eventuele) resultaten van dit onderzoek ten ^oede' Ten aanzien van deze vragen kan de volgende informatie worden gegeven. Dr. L. Bramao, die als Portugees vele jaren verbonden is geweest aan de F A.O te Rome als Chief of the World Soil Resources Office, is sinds zijn pensionering weer in Portugal woonachtig. Bij een bezoek aan Amsterdam in het najaar van 1969 heeft h i j , op advies van een met hem bevriende hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, contact gezocht met het Instituut voor Aardwetenschappen van de Vrije Universiteit, m verband met het feit dat h i j , getroffen door de slechte situatie waarin de landbouw in een deel van de provincie Algarvié verkeert, wilde nagaan of er mogelijkheden bestonden in dat gebied water aan de ondergrond te onttrekken ten behoeve van irrigatiedoeleinden Een ieder die wel eens gezien heeft welke mogelijkheden er m een dergelijk klimaat als dat van Zuid Portugal zijn voor de teelt van citrusvruchten en groenten in plaats van de primitieve cultuur van vijgen en olijven, indien men over irrigatiewater van goede kwaliteit beschikt, kan zich dit voorstellen. Op voorstel van dr. Bramao heeft het Instituut voor Aardwetenschappen besloten in het betreffende gebied een verkennend onderzoek m te stellen. Het onderzoek staat dus met, zoals wel is verondersteld, ten dienste van de toeristencentra, doch van de irrigatie in gebieden met een sterk verouderde landbouw. Een eerste verkenning heeft reeds aangetoond dat in het zuidelijke deel van Algarvie slechts zeer beperkte mogelijkheden aanwezig zijn voor waterwinning voor irrigatie. Er is thans een voorlopig program van onderzoek opgesteld waarbij in 1970 twee studenten gedurende 6 a 7 weken een eerste inventarisatie zullen maken Dit onderzoek maakt deel uit van hun doctoraal studie. De resultaten blijven als zodanig dan ook eigendom van het I nstituut voor Aardwetenschappen. Door de Vrije Universiteit, die het onderzoek van de studenten met 50% subsidieert, evenals elk verplicht veldwerk in Europa, zijn ten aanzien van de Portugese instanties duidelijke eisen geformuleerd, zoals inzage van alle kaarten en luchtfoto's, het verrichten van boringen en het doen van waarnemingen over langere perioden, medewerking van enkele Portugese studenten, toestemming de resultaten, indien van wetenschappelijke betekenis, te publiceren etc. Eerst als voorlopige verkenning in 1970 gunstig uitvalt, zal het programma m 1971 en 1972 worden voortgezet. De studenten doen geheel vrijwillig aan dit project mede, indien men bezwaren heeft tegen het doen van veldwerk m Portugal, w o r d t een ander veldwerkgebied aangewezen. A . J. Wiggers ( V U - blad, april 1970)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's