Ad Valvas 1969-1970 - pagina 335
zullen toenemen, scheppen voldoende reden zich er over te beraden of de in de praktijk vrijwel onbeperkte autonomie zowel van de faculteiten etc als van de individuele docent en onderzoeker in deze mate gehandhaafd kan blijven In concreto zou hierbij ondermeer de vraag naar voren moeten komen of bijv een beperking van de „omvang" van het onderwijs (hetzij door een wettehjke bepahng, hetzij door een aanwijzing van „het bestuur") al dan - niet een ongewenste aantasting vormt van de autonomie van de faculteit c q de individuele docent De tweede soort van verantwoordehjk held betreft die van de bestuurders tegenover de bestuurden De bij sommige levende gedachte dat er van „boven naar beneden" d w z van de bestuurders tegenover de academische gemeenschap een directe verantwoordingsphcht bestaat, is betrekkehjk nieuw Aan de orde zou in elk geval dienen te worden gesteld of het scheppen van een verantwoordingsphcht, in die zin dat op de onderscheidene niveaus de bestuurden de bestuursorganen op dat niveau ter verantwoording kunnen roepen, al dan met gewenst is, en zo ja, hoe een derge hjke verantwoordingsphcht in de praktijk zou kunnen worden gerealiseerd zonder dat dit ten koste gaat van het goed functioneren van de universiteit In dit verband zou tevens aan de orde dienen te komen of indien een verantwoordingsphcht van bestuursorganen tegenover bestuurden wordt aanvaard, deze zou kunnen worden beperkt tot een inhchtmgenphcht van de zijde van de bestuurders, eventueel gecombineerd met een recht van de bestuurders om vragen te stellen Een geheel eigen aspect van verantwoordehjkheid van „boven naar beneden" komt naar voren bij het afnemen van examens De vraag of een student die naar zijn mening ten onrechte voor een examen is afgewezen, door middel van bijv een beroepsrecht de examinator ter verantwoording zou moeten kunnen roepen, zou mede in de beschouwingen dienen te worden betrokken
Op verzoek van de student-leden van de commissie bestuursvorm wordt de aandacht gevestigd op de hieronder vermelde pubhkaties die in het verband van de discussie over bestuur en organisatie - naast de in deze uitgave genoemde hteratuur - van belang kunnen zijn 1) discussiekrant, Universiteit van Amsterdam, over de structuur van de universiteit 2) discussienota werkgroep bestuursstruc tuur Katholieke Universiteit van Nijmegen 3) concept structuurvoorstel (doel van herstructurering, een aantal begripsbepahngen en een ontwerp voor een subfacul telt) psychologen Groningen 4) documentatiemap weekend m Driebergen over methodes van verandering en aktivering/ motivering binnen de faculteiten en verslag van het weekend (RvP-SRVU) 5) interfacultaire projecten, een voorstel (verantwoording projectonderzoek, beschrijving van de organisatie, uitgewerkt voorbeeld), R U Groningen 6) de noodzaak van een radenuniversiteit discussienr Nijmeegs universiteitsblad (NUB)
V PosrriE
VAN DE UNIVERSITEIT TQV DE OVERHEID Het IS een belangrijk vraagpunt of het in de Wet op het wetenschappehjk onderwijs neergelegde stelsel van een - beperkte — autonomie in de praktijk voldoende tot zijn recht komt In tweede mstantie rijst de vraag of er aanleiding is, eventueel door wetswijziging, te streven naar een situatie, waarbij aan de universiteit ook formeel een grotere mate van autonomie wordt verleend m die zin dat in beginsel het preventieve toezicht van de overheid door repressief toezicht wordt vervangen
Het meest essentiële punt, dat op het veelzijdige gebied van het beheersapparaat in dit stadium aan de orde zou kunnen komen is de vraag of m beginsel centrahsatie dan wel decentrahsatie van het beheer de voorkeur verdient Toelichting De inrichting van het beheer vertoont aan de onderscheidene mstelhngen vnj grote verschillen Nieuwe regelingen op dit punt zullen in sterke mate afhan kelijk van de toekomstige bestuursstructuur zijn Het verdient daarom wellicht aanbeveling een verdergaande discussie op dit gebied te verschuiven naar een volgende ronde
Toehchtmg Het behoeft geen betoog dat er een wisselwerking bestaat tussen het toezicht en de inmenging van de overheid in het universitaire bestel en de bestuursstructuur, met name de bestuurskracht, van de universiteit Aangezien in dit stadium nog geen duidehjk beeld bestaat over de richting waarin de bestuursstructuur zich zal ontwikkelen kan een intensieve studie van de verhouding overheid, universiteit eerst in een volgende ronde met vrucht worden ondernomen
VI. POSITIE VAN DE UNIVERSITEIT IN INTERUNIVERSITAIR VERBAND 1 Het belangrijkste punt dat bij dit onderwerp zou moeten worden bezien is of in de huidige situatie de functie van de Academische Raad met betrekking tot de interuniversitaire samenwerking niet zou moeten worden versterkt c q gewijzigd Toelichting In de Wet op het wetenschappelijk onderwijs IS aan de Academische Raad een minder belangrijke functie toegekend dan de aan de totstandkommg van de wet voorafgegane commissies voor ogen stond') Het feit dat tot nu toe de leden van de Raad vrijwel steeds a titre personnel zijn opgetreden heeft er toe geleid dat het voor de Raad in feite niet mogelijk was 1) Rapport van de Commissie tot reorgam satie van het hoger onderwijs (Cie Reinmk), Rapport van de Commissie voor hoger onderwijswetgeving (eerste Commissie Van der Pot)
9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's