Ad Valvas 1969-1970 - pagina 334
hoogte grotere mtegratie zou kunnen worden verbeterd Daarbij zou op „topniveau" onder meer kunnen worden gedacht aan het gebruik maken van de in art 39, tweede hd, van de Wet neerge legde mogehjkheid om bij het bestuursreglement de behartiging van belangen der universiteit op te dragen aan de gemeenschappehjke vergadering van curatoren en het college van rector en assessoren Ook zou, zoals reeds hierboven IS gesteld, kunnen worden over wogen of het al dan niet gewenst is het college van overleg, bedoeld in art 40 van de wet te maken tot een college van dagehjks bestuur Ad 2. Vervanging van de bestaande regehng voor het scheppen van een eenheid van bestuur aan de top. Geeft men de voorkeur aan eén topbestuur dan zal uit een aantal mogelijkheden moeten worden gekozen Dat geldt zowel voor de wijze waarop het bestuur tot stand komt (benoemd of gekozen) als voor de samen stelhng daarvan In de scala van mogeUjkheden zouden in elk geval (opnieuw) in beschouwing moeten worden genomen, welke aanbevehngen uit de m de laatste tijd ter discussie gestelde rapporten, die betrekking hebben op een meuwe bestuursstructuur, een verbetering zouden zijn van de bestaande situatie Daar bij ware zowel aandacht te schenken aan de meer extreme rapporten a het rapport zelfstandige taakvervulhng van een universiteit en hogeschool (rapportMans) b de discussienota opgesteld dooi de Werkgroep bestuursstructuur Kathoheke Universiteit Nijmegen, als aan c andere aanbevehngen voor een bestuursvorm, waarbij de twee beleidshjnen aan de top samenkomen, zoals bijv in de door de Dagehjkse Raad opgestelde Nota (de z g Nota-Lochem) worden verhandeld Deze opsomming laat de mogelijkheid van het naar voren brengen van nog andere bestuursvormen geheel open Toelichting Ad a In het rapport van de CommissieMaris wordt het accent pnmair gelegd op de noodzaak van vergroten van de be stuurskracht en het bevorderen van een doelmatig en efficient beleid en beheer Voorgesteld wordt een topbestuur, bestaande uit een driemanschap van door de Kroon benoemde, deskundige bestuurders, van wie een van de leden zelf langdurige ervaring moet hebben met universitair onderwijs en onderzoek De felle kritiek op de hierarchische opzet van dit rapport kwam niet alleen van de kant van de studenten, aan wie generlei „inspraak" werd toegekend, maar ook van die van de hoogleraren, die daann een ongewenste beperking zagen van de autonomie op het gebied van onderwijs en wetenschap') ' ) Voor een beschouwing over de positieve en negatieve aspecten van het rapport Mans moge onder meer worden verwezen naar een tweetal recente artikelen in Universiteit en Hogeschool (jaargang 15 no 2) nl het artikel „universitair bestuur" van prof dr D J Kuenen en „geen managers, maar wat dan wel" van de hand van prof mr W F de Gaay Fortman
Ad b In de door de werkgroep bestuursstructuur Kathoheke Universiteit Nijmegen gepubhceerde discussie-nota is de direct democratische opbouw, de participatie van alle geledingen binnen de universiteit op alle niveaus de leidende gedachte Ook aan het beginsel van de autonomie wordt aandacht besteed (blz 5 punt 4) Voorgesteld wordt dat de voorzitter en de leden van het universiteitsbestuur worden benoemd door een ,,universiteitsraad", waarm alje geledingen van de universiteit op basis van pariteit zouden zijn vertegenwoordigd Daardoor zou in pnncipe het bestuurjvan de universiteit worden uitgeoefend door de gehele universitaire gemeenschap De discussie over deze voorstellen moet, buiten de krmg van de werkgroep, nog op gang komen Door het vermelden van meerderheids- en minderheidsstandpunten wordt een groot aantal, ook essentiële punten opengelaten BIJ het m beschouwing nemen van dit rapport zou, behalve aan deze concrete punten, vooral aandacht moeten worden besteed aan de vraag of bij een dergehjke ,,radeumversiteit" voldoende bestuurskracht kan worden ontwikkeld (dreigt bij een jaarhjkse verkiezmg van de leden van de ,,raden" niet het gevaar van een tekort aan continuïteit, is er voldoende waarborg dat een door de „umversiteitsraad" te kiezen bestuur over voldoende deskundigheid beschikt om de veelzijdige taken op financieel-economisch gebied en op dat van onderwijs en onderzoek te kunnen vervullen'') Ad c Buiten de hierboven genoemde fneer „extreme" opvattingen zijn tal van varianten mogelijk Op enkele punten moge in het bijzonder worden gewezen Vloeit uit de eis een slagvaardig beleid te kunnen voeren voort dat het orgaan dat de uiteindehjke beshssingsbevoegdheid heeft, met te groot van omvang mag zijn, maar bij voorkeur ook niet zo klein dat een zekere taakverdehng (portefeuille bijv voor de bouw) onmogehjk is''
Men zou moeten nagaan of in een derge hjk bestuur plaats is of behoort te zijn voor (een vertegenwoordiging van) studenten en staf Men zou ook kunnen overwegen een „inspraak" aan de top te verwezenlijken door middel van een vnj groot algemeen bestuur, dat bepaalde bevoegdheden heeft (bijv met betrek kmg tot het bestuursreglement en het opstellen van het ontwikkelingsplan) en een (daaruit benoemd of gekozen'' ) dagehjks bestuur Een andere mogelijkheid IS een relatief klein topbestuur met daarnaast een (gekozen of benoemde) universiteitsraad waarin de universitaire groeperingen zijn vertegenwoordigd en wiens advies op bepaalde punten moet worden ingewonnen (zie Nota-Lochem) Ad. 3. SamensteUing van het bestuur Een ander belangrijk punt dat in beschouwing zou moeten worden genomen is de samenstelling van het bestuur d w z de kring(en) waaruit de leden van het topbestuur zouden moeten voorkomen') Aanvaardt men de eenheid van beleid aan de top dan ware bv te denken aan een combinatie van deskundige bestuurders van buiten de universiteit en leden van het weten schappehjk corps, van wie gebleken is dat zij over de vereiste bestuurscapaciteiten be1) Dit punt ligt verschillend bij een „ge kozen ' en een „benoemd" bestuur In de tekst IS gedacht aan de laatste mogelijkheid
schikken en die bereid zijn de bestuurhjke aspecten als hun hoofdtaak te beschouwen Indien het Rectoraat wordt gehandhaafd hgt het voor de hand dat de Rector in elk geval deel uitmaakt van een dergehjk bestuur Een — extreme - mogehjkheid IS natuurhjk ook een topbestuur uitsluitend bestaande uit personen van binnen de umversiteit Op zich zelf belangrijke vragen bijv of hoogleraren c q andere leden van het wetenschappehjk corps die zitting hebben m het topbestuur nog een deel van hun onderwijs- en wetenschapstaak kunnen vervullen, hoe de positie van deze leden en in het bijzonder van de rector - is ten opzichte van „de senaat" kunnen wellicht beter in een volgende ronde aan de orde komen
VERANTWOORDELIJKHEID, VERANTWOORDINGSPLICHT INLICHTINGSI^ICHT Aan de orde zou moeten worden gesteld of de in de Wet op het wetenschappehjk onderwijs neergelegde verantwoordehjkheden en de daaruit voortvloeiende verantwoordingsphcht op voldoende wijze zijn geregeld om de universitaire organisatie op de juiste wijze te doen functioneren of dat deze aanvulhng behoeven Daarbij zou ook de vraag of niet in sommige gevallen de verantwoordehjkheid beperkt kan bUjven tot het verstrekken van inUchtmgen in de beschouwingen dienen te worden betrokken Daarnaast zou de vraag aan de orde moeten komen of het aanbeveling verdient om naast de verantwoordelijkheid van „beneden" naar ,,boven" een verantwoordingsplicht te scheppen van „boven" naar „beneden" d w z van de bestuurders tegen over de bestuurden') Toehchting Uit het bovengestelde bhjkt dat twee soorten verantwoordehjkheid dienen te worden onderscheiden De eerste betreft een verantwoordehjkheid van een lager orgaan jegens een hoger, c q van een mdividu (docent, onderzoeker) jegens de collectiviteit De huidige wet bevat zeer weinig bepahngen, waarin individuele en collectieve verantwoordehjkheden van personen en organen die deel uitmaken van de universitaire organisatie exphciet worden geregeld Alleen reeds de enorme bedragen, die aan universitair onderwijs en onderzoek worden besteed en waarvan mag worden verwacht dat zij in de toekomst nog 1) £)e verantwoordelijkheid van curatoren tot de overheid is hier buiten beschouwing gelaten Hetzelfde geldt voor de verantwoor delijkheden ten aanzien van het beheer in stnkte zin
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1969
Ad Valvas | 502 Pagina's