Ad Valvas 1970-1971 - pagina 189
si3 vslvas WEEKBLAD V A N DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE U N I V E R S I T E I T
ADECEIVIBER 1970 18e JAARGANG Nr. 14
PROMOTIE J. DE JONG DE LOTCEVALLEN VANEEN
Vandaag promoveert drs. J. de Jong te Haarlem tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen op een proefschtift getiteld: "Zero-field splitting in phosphorescent triplet states of substituted aromatic molecules". Promotor is prof. dr. ir. C. Maclean
Dr. R. J. Planta, benoemd tot hoogleraar in de biochemie, heeft op 27 november zijn ambt aanvaard met het uitspreken van een rede onder bovengenoemde titel. korte samenvatting oratie: De eigenschappen van alle levende cellen liggen verankerd in de erfsubstantie, het desoxyribonucleïnezuur ( D N A ) . De in het DNA opgeslagen genetische informatie komt primair tot uitdrukking in de biosynthese van cel-specifieke eiwitten, die op hun beurt een beslissende rol spelen in de fysiologische activiteiten van een cel. Deze voor de cel uiterst belangrijke biosynthese van eiwitten blijkt plaats te vinden op ultramicroscopisch kleine celpartikeltjes, die ribosomen worden genoemd en die onder de electronenmicroscoop zichtbaar zijn als ronde, dichte structuren met een diameter van 150-250 Ä. Elke cel bevat enkele tienduizenden van ribosomen, die deels geassocieerd lijken met intracellulaire membranen en deels "vrij" in het cytoplasma worden aangetroffen. Bij nadere bestudering van een ribosoom blijkt deze een gecompliceerd complex te zijn, bestaande uit ribonucleinezuur ( R N A ) , eiwitten en bepaalde, laagmoleculaire kationen. De totale ribosomale populatie blijkt in feite te zijn samengesteld uit twee verschillende soorten subeenheden, die qua grootte zich ongeveer verhouden als 2 : 1. De grootste subeenheid bevat 2 verschillende RNA moleculen en enige tientallen verschillende eiwitmoleculen, de kleinste subeenheid bevat 1 RNA molecuul en eveneens enige tientallen eiwitmoleculen. De wijze waarop deze ribosomen in de cel worden gemaakt en de cyclische veranderingen, die deze ribosomen ondergaan in het
korte samenvatting
stellingen
In de laatste vijftren jaren zijn magnetische resonantiemethoden ontwikkeld waarmede de nulveldsplitsing (ZFS) van triplet moleculen bepaald kan worden. De grootte van de energie-opsplitsing bij nulveld kan ook quantumchemisch worden berekend. Bekend is, dat de semi-empirische rekenmethode van Van der Waals en Ter Maten, die opgesteld is voor homocyclische aromatische systemen, goede overeenstemming tussen berekende en experimentele ZFS waarden oplevert. In d i t proefschrift wordt een uitbreiding voor deze methode voor gesubstitueerde aromatische moleculen beschreven. Voor betrouwbare berekeningen van ZFS parameters moeten twee aspecten verdisconteerd worden. Ten eerste moet de triplet golffunktie zorgvuldig worden opgesteld. Daartoe zijn de parameters in de MO berekeningen zodanig vastgelegd dat een consistent stel parameterwaarden werd verkregen. Ten tweede w o r d t de uiteindelijke grootte van de ZFS parameters bepaald door de bijdragen van de twee-center spin-spin integralen. Deze zijn theoretisch berekend voor pi-pi, sigma-pi en sigma-sigma interacties op C, N en N centers. De uitbreiding van de methode van Van der Waals en Ter Maten is getoetst op gesubstitueerde benzeen-, naftaleen- en fenantreenmoleculen, alsmede op twee fosforescerende charge-transfer complexen. Als substituenten zijn in het onderzoek betrokken het stikstofatoom en de amino-, gesubstitueerde amino-, cyaan- en methylgroepen. De toepasbaarheid van de gebruikte rekenmethode wordt besproken aan de hand van de verkregen resultaten.
I . De semi-empirische methode van Van der Waals en Ter Maten, te berekening van nulveldsplitsingsparameters van homocyclische aromatische triplet moleculen, leidt voor stikstofhoudende aromatische systemen in de triplettoestand eveneens tot resultaten die goed overeenstemmen met de experimentele waarden.
proces van de eiwitbiosynthese, zullen uitvoerig worden besproken aan de hand van de resultaten verkregen in zeer recente onderzoekingen. Aansluitend zal worden ingegaan op de belangrijke vraagstelling ten aanzien van de relatie van universitair onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
J. H. Van der Waals en G. Ter Maten, Mol. Phys. 8, 301 (1964). Dit proefschrift. 3. Op grond van semi-empirische berekeningen is het niet aannemelijk dat de door Vincent uit ESR metingen aan tetramethylpyrazine gevonden D en E waarden behoren bij de laagste triplettoestand van dit molecule. J. S. Vincent, J. Chem. Phys. 4 7 , 1830 (1967) 10. Om de doelstellingen van het zgn. geïntegreerde praktikum te realiseren, is het noodzakelijk dat zowel de experimenten als de daarbij behorende theoretische achtergronden een functionele eenheid vormen. I I . In samensprekIngen over kerkelijke eenheid is het van belang aandacht te schenken aan de intentie van artikel 25 van de Westminster Confession of Faith. personalia Jan de Jong, op 23 december 1934 te Haarlem geboren, was na zijn studie chemische techniek aan de HTS te Amsterdam, een jaar werkzaam bij het Chemisch Technisch Adviesbureau te Haarlem. Daarna ging hij aan de V U studeren en legde in 1959 het kandidaatsexamen af, in 1963 gevolgd door het doctoraal examen scheikunde. Vanaf 1 januari 1964 is de heer De Jong als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de spectroscopische afdeling van de fysische chemie, scheikundig laboratorium, V U . Zijn adres luidt: Linschotenstraat 62 te Haarlem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970
Ad Valvas | 484 Pagina's