Ad Valvas 1970-1971 - pagina 180
cellen laten zich bij lagere diersoorten beter bestuderen dan bijvoorbeeld bij zoogdieren. . Derhalve werd de wijngaardslak (Helix pomatia) gekozen om met verfijnde electro fysiologische technieken de centrale zenuw knopen of ganglia te onderzoeken. De overdracht van zenuwimpulsen werd bestudeerd door met behulp van glasmicro, pipetten in het cellichaam de potentiaal verandering van de cel te meten. De chemische overdrachtsubstantie die deze verandering teweeg brengen werden met behulp van meervoudige glasmicropipetten aan de bui tenkant van de te onderzoeken cel toege diend. Op deze wijze kon een indeling ge maakt worden van verschillende type zenuwcellen en een overzicht gegeven worden van hun ligging in de ganglia. De impuls activiteit van de zenuwcellen werd mathema tisch beschreven, terwijl de plaats in de cel waar een dergelijke impuls onstaat achter haald kon worden door speciale verwerkings technieken toe te passen. Deze verschillende
grootheden leidden er uiteindelijk toe de eigenschappen te beschrijven van een aantal centra die verantwoordelijk zijn v o o r d e regulatie van ademhaling en hartslag. stellingen: 1. De "zygosis"theorie van Krull om de euthyneurie van de pulmonalen te verklaren w o r d t niet door fysiologische experimenten gesteund. K r u l l , H.; Z o o l . A n z . 105, 173182 (1934). 2. Onderzoekingen naar een eventuele "transmitter"functie van 5HT waarbij LSD als "specifieke" antagonist w o r d t gebruikt zijn niet betrouwbaar. Gerschenfeld, H. and E. Stefani: Advances in Pharmacol, 6 A , 369392 (1968) 5. De aannemelijk gemaakte veronderstelling van Jhooty en McKeen dat de relatieve voch tigheid in de fyllosfeer hoog is vormt nog
geen verklaring voor het feit dat conidia van Sphaerotheca mucularis kunnen kiemen bij afwezigheid van vrij water. J h o o t y , J. S. and W. E. McKeen: Can. J . M i c r o b i o l . 1 1 , 5 3 1 3 8 , 5 3 9 4 5 (1965) 8. Daar het principe van Gause toegepast op lagere diersoorten, zelfs onder experimentele omstandigheden, niet tot éénduidige resul taten leidt is het toepassen hiervan bij hogere diersoorten ongewettigd. 9. Bij practica dienen geen in het w i l d bedreig de diersoorten gebruikt te worden. personalia Hendrik van Wilgenburg, 28 jaar oud en te Hilversum geboren, is in 1967 aan de Rijks universiteit te Utrecht afgestudeerd. Sinds dien is hij werkzaam aan het Nederlands Centraal Instituut voor Hersenonderzoek te Amsterdam. Het adres van de promovendus luidt: Hoflaan 2 te Hilversum.
donderdag 3 december de veranderbaarheid van de mens, gezien vanuit de sociologie prof. dr. r. f. beerling hoogleraar in de wijsgerige sociologie aan de rijksuniversiteit te leiden 16.30 uur ; gebouw faculteit der geneeskunde, collegezaal 1, van der boechorststraat 7
t
£CJ'
»•1.
KXf ••7.
De vraag of de mens veranderbaar is lijkt gemakkelijk te beantwoorden, maar is door haar eenvoud enigszins bedrieglijk. Veranderen door groei, rijpings en vervalsprocessen en onder invloed van de omgeving doet hij voortdurend. Zelf brengt hij in zijn natuurlijke en sociale millieu onophoudelijke veranderingen aan, die weer op hem terugslaan. De geschiedenis van de mensheid is, zo beschouwd, één groot veranderingstafreel. Let men daarentegen op de diepere drijfveren, waardoor de mens zich laat leiden dan wekt de geschiedenis eerder de indruk van een zekere eentonigheid. Machtige religieuze en politieke ideologieën hebben hun aanhang te danken gehad aan de voorstelling, dat de mens bestemd en geroepen is om een wezenlijke wedergeboorte, verlossing of transfiguratie te ondergaan — aan "het einde der t i j d e n " of na de totstandkoming van een nieuwe samenleving als bekroning van het hele historische proces De " m o d e r n e " mens staat vooral onder het beslag van het denkbeeld, dat alles wat verandering kan worden genoemd in de eerste plaats het gevolg is van zijn eigen doen. De zelfrechtvaardi ging van dat doen is de wetenschappelijke verantwoording. De vraag of wat wetenschappelijk verantwoord is ook zedelijk als toelaatbaar of aanvaardbaar mag worden beschouwd komt pas vervolgens op. Gezien het uiterst riskante karkter van de kennis, waarover w i j tegenwoor dig beschikken, w o r d t het probleem actueel of die vraag niet vooraf moet worden gesteld, m.a.w. of WIJ niet zekere kritische kantekeningen moeten plaatsen bij het leerstuk van de onbetwistbare prioriteit van kennis en techniek. Vroeger vormde de natuur de grootste bedreiging. Tegenwoordig k o m t zij van de kant van de mens, die in haar doordringt en haar terugdringt, dus van de kuituur. Hebben w i j het over de veranderbaarheid van de mens dan denken wij m de eerste plaats aan zijn eigen ingrijpen op zichzelf als een wezen, dat door gebruikmaking van sociale technieken en wetenschappelijke procédé's met zichzelf experimenteert. De sociologie heeft zich om de uiteidelijke implicaties daarvan nog weinig bekommerd. Wij mogen ons door de schittering, die van fundamentele wetenschappelijke ontdekkingen uitgaat niet laten verblinden, maar moeten letten op de donkere achtergrond waartegen zij afsteekt — een achtergrond, die dreigender w o r d t naarmate de mogelijkheid van fataal misbruik toeneemt, zowel op het gebied van de atoomkrachten als op dat van de erfelijkheid of van het privédomein. De "kennis is macht"leuze heeft daardoor een dubieuze klank gekregen, eigenlijk voor het eerst zinds de mens haar aanhief. Dat alles, inclusief hijzelf, met rationele middelen maak baar en vermaakbaar is mag als de jongste loot worden beschouwd aan de oude stam van het vooruitgangsgeloof, waarvan men vroeger dacht, dat hij naar de hemel groeide. Maar een groeiproces, met onder kontrole gehouden, kan in een woekering ontaarden, die de stam zelf uiteindelijk doet bezwijken. literatuur H. Schelsky, Der Mensch in der wissenschaftlichen Zivilisation (1961). Comment vivre demain? (Rencontres internationales de Geneve, 1964). L. V . B erkner, The Scientific Age. The Impact of Science on Society (1964).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970
Ad Valvas | 484 Pagina's