Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 274

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 274

5 minuten leestijd

PFiOMOTIE A.()EES Vandaag promoveert drs. A. Dees te Badhoevedorp tot doctor in de letteren op een proefschrift getiteld: Etude sur revolution des démonstratifs en ancien et en moyen francais. Promotor is prof. dr. L. Geschiere. korte samenvatting Met zijn huidige systeem van aanwijzende voornaamwoorden neemt het Frans een aparte plaats in temidden van de Romaanse talen (en van de overige Westeuropese talen). Dit is te opmerkelijker daar in een vroegere fase van zijn geschiedenis het Frans een stelsel heeft gekend van het meer gangbare type. Dit proefschrift tracht een bevredigende beschrijving en verklaring te geven van de ontwikkelingen in oud- en middel-Frans die tot het moderne systeem hebben geleid. De inleiding toont aan dat een nieuw onderzoek op dit gebied niet overbodig is. Op grond van strenger geselecteerd bronnenmateriaal wordt in de eerste hoofdstukken een nauwkeuriger datering van de te verklaren ontwikkelingen voorgesteld; de heersende opvattingen wor-

mi

Jen getoetst aan de resultaten van het ingestelde onderzoek. Met gebruikmaking van het gevondene wordt in de volgende hoofdstukken een nieuwe interpretatie gegeven van de ontwikkeling van de Franse demonstrativa, waarbij gebruik w o r d t gemaakt van een t o t dusver onvoldoende geëxploiteerde bron: de notariële akten uit de 13e eeuw. stellingen 1. De verzameling chartes, zoals die is bijeengebracht in: C. T h . Gossen, Französische Skriptstudien, Wien, 1967, voldoet niet aan de eisen welke aan een dergelijke collectie mogen worden gesteld. 2. De veronderstelling van Gossen dat de scripta van Poitou sterk beïnvloed zou zijn door de Westfranse scripta lijkt niet door de feiten te worden bevestigd ( C . T h . Gossen, " Z u r altpoitevinischen Verbalmorphologie", Vox Romanica, 21. Band, 1962, p. 242-264, speciaal p. 262-264).

dat diachronie en synchronie onvoldoende worden onderscheiden (Doris Sammet, Die Substantivbildung mit Suffixen bei Clirestien de Troyes, Tübingen, 1968). 7. De definitie die Mattens geeft van het taalsysteem is aanvechtbaar (W. H. M. Mattens, De Indifferentialis, Assen, 1970, p. 14). 8. Reid heeft, met betrekking t o t het Jeu de saint Nicolas, niet aannemelijk weten te maken dat " i f the play is to be divided into scenes, the criterion must surely be the change of mansion" (T. B. W. Reid, " O n the Text of the Jeu de Saint Nicolas" in: Studies in Medieval Frencli presented to Alfred Ewert, O x f o r d , 1961, p. 96-120, speciaal p. 97). personalia

A n t h o n i j Dees werd in 1928 te Krabbendijke geboren. Hij was tot 1961 werkzaam bij het lager en middelbaar onderwijs. Na het behalen van het doctoraal examen Frans trad hij in dienst van de VU waar hij thans als wetenschappelijk hoofdmedewerker werkzaam is. 4. De studie die Sammet heeft gewijd aan het afgeleide substantief bij Chretien de Troyes Zijn adres luidt: Torricellistraat 18 te Badschiet op wezenlijke punten t e k o r t , mede om- hoevedorp.

eENOEMINGEN

Dr. H. VAN DER LINDEN ORDINARIUS Tot gewoon hoogleraar in het OudVaderlands Recht is aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid benoemd dr. H. van der Linden te Oegstgeest (Pres. Kennedvlaan 163). personalia Hendrik van der Linden werd op 14 februari 1922 te Alphen a/d Rijn geboren. Hij studeerde Nederlands Recht aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde in 1955 cum laude op een proefschrift getiteld: "De Cope, Bijdrage tot de rechtsgeschiedenis van de openlegging der Hollands-Utrechtse laagvlakte". Van 1947 tot 1951 was dr. Van der Linden als assistent in het administratief recht verbonden aan de RU te Utrecht. Na zijn promotie was hij tot 1959 werkzaam op de lie afdeling (waterstaat) van de provinciale griffie te Utrecht en vanaf 1959 is hij secretarisrentmeester van het hoogheemraadschap van

Rijnland te Leiden. Dr. Van der Linden is o.a. lid van de Staatscommissie voor de waterstaatswetgeving en lid van de Raad van bijstand van de Stichting het Nationale Park de Kennemerduinen.

Dr. J. VAN PUTTEN LECTOR POLITICOLOGIE Tot gewoon lector in de politicologie aan de faculteit der sociale wetenschappen is benoemd dr. J. van Putten te De Bilt (Venuslaan 21). personalia Jan van Putten werd op 8 november 1935 te A k k r u m (Fr.) geboren. Na zijn studie in de sociale wetenschappen aan de Rijksuniversiteit te Leiden, volgde aldaar in 1968 zijn promotie op een proefschrift getiteld: "Zoveel kerken zoveel z i n n e n " , een sociaal-wetenschappelijke studie van verschillen in behoudendheid tussen Gereformeerden en Christelijk Gereformeerden. Van 1960 tot 1963 was hij lid van de parlementaire redactie van De Rotterdammer en daarna parlementair re-

dacteur van de Haagsche Courant. Dr. Van Putten is sinds 1969 als wetenschappelijk hoofdmedewerker politicologie aan de VU verbonden.

LECTORAAT WAARSCHIJNLIJKHEIDSLEER Tot gewoon lector in de waarschijnlijkheidsleer aan de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen is benoemd dr. P. J. Holewijn te Zoetermeer (Ernst Casimirstraat 8), thans wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de TH te Delft. personalia Petrus Johannes Holewijn werd op 19 mei 1935 te Utrecht geboren. Hij studeerde aan de T H te Delft, alwaar hij in 1962 met lof slaagde voor het examen Wiskundig Ingenieur Zijn promotie volgde in 1965 op het proefschrift "Contributions to the theory of asymptotie distribution modulo 1 " . Vanaf 1962 is hij wetenschappelijk (hoofd)medewerker aan de T H te Delft.

INFORMATIEQENTFUM V.U. het McKinsey-rapport Op de leestafel in het informatiecentrum ligt op het ogenblik ter inzage het rapport Developing Improved planning for postsecondary education in the Netherlands, in de wandeling; het rapport-McKinsey. Met d i t rapport heeft het adviesbureau McKinsey de tweede fase van het onderzoek

naar de mogelijkheid tot verbetering van de planning bij het tertiair (wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs) afgesloten. In de eerste fase van het onderzoek — dat w o r d t uitgevoerd in opdracht van het ministerie van onderwijs en begeleid door een stuurgroep onder voorzitterschap van prof. J. Kremers van de KU te Nijmegen — is de mogelijkheid onderzocht die onderdelen

van het planningsproces aan te wijzen, die het meest voor verbetering in aanmerking komen en ook werd globaal de richting van de verbetering aangegeven. De planningsprocedure en de daarbij behorende organisatiestructuur is ontwikkeld in fase twee, terwijl in fase drie de aanbevelingen die tot dan toe werden gedaan aan de praktijk worden getoetst. vervolg op pag. 3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 274

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's