Ad Valvas 1970-1971 - pagina 473
in het tachogram voordoen en die te scheiden zijn in langzame en snelle frequentiewisselingen, kunnen gecorreleerd worden met de foetale conditie. In dit onderzoek is nagegaan op welke wijze de snelle frequentiewisselingen in het tachogram ontstaan en m hoeverre medicamenten die tijdens zwangerschap en/of baring aan de moeder toegediend worden, invloed hebben op deze snelle variaties. Tevens is de invloed van registratietechnische factoren, op de visuele beoordeling van de geregistreerde tachogrammen nagegaan. Door gebruik te maken van automatische verwerkingsmethoden was het mogelijk het grote aantal geregistreerde gegevens te reduceren en voor kwantitatief onderzoek toegankelijk te maken. stellingen I. Als tijdens de behandeling van urineweginfecties met nitrofurantoine (Furadantine) de temperatuur van de patient stijgt dient de diagnose pleuro-pneumonie overwogen te worden. II. Het IS onjuist dat een stuitligging evenals een tweelingzwangerschap bij meerbarenden, door sommige ziektekostenverzekeringen niet als medische indicatie voor een klinische partus geaccepteerd wordt IV. De stelling van Evelbauer "Keiner sollte eine Vakuumextraktion ausfuhren, der nicht auch die Zange beherrscht" dient in opleidingsklinieken consequenties te hebben voor het beleid bij de wijze van termineren van de baring. Lit. K. Evelbauer, A r c h . Gynak. 198 523,1963. V I . De veronderstelling dat het lactaattransport van moeder naar kind van invloed is op het zuur-base evenwicht van de foetus moet op theoretische gronden verworpen worden personalia Jelte de Haan, op 27 oktober 1941 te Dantu mawoude (gemeente Dantumadeel) geboren, studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit alwaar hij in 1967 het artsexamen aflegde. HIJ IS als arts-assistent verbonden aan de afdeling Verloskunde en gynaecologie van het Academisch Ziekenhuis der Vrije Universiteit. Het adres van de promovendus is Rijswijkstraat 191, Amsterdam.
diskrimmeerd en zonder macht. Omstreeks 1860 begint een streven naar emancipatie en naar herkerstening. Onder invloed van leiders die dan naar voren treden ontstaat een radikale verandering. Zo maakt het maatschappelijk minderwaardigheidsgevoel plaats voor een besef van meerwaardigheid men acht zich de kern van de samenleving. Dit emancipatieproces kent vier fasen. De laatste begint omstreeks 1960. De onvermijdelijke begeleidende verschijnselen hiervan zijn afnemende interne en toenemende eksterne integratie. Deze beschrijving van het gereformeerde volksdeel vindt plaats in het kader van een theoretische beschouwing over minoriteiten. In deze studie wordt tevens aandacht besteed aan analoge processen m het katholieke en socia listische volksdeel in Nederland. Aan het slot komt de vraag aan de orde of de ontwikkeling zal uitmonden in desintegratie van het gereformeerde volksdeel. Komt het t o t assimilatie' stellingen 2 De starre houding van de blanke dominant in landen als Zuid Afrika en Rhodesie zal tot gevolg hebben dat het principieel antiracistische emancipatiestreven van de zwarte minoriteit in die landen meer en meer zal plaats maken voor een streven naar dominantie. 3. De mate waarin de christenen in Neder land daadwerkelijk belangstelling hebben voor de problematiek van de buitenlandse werk nemers in hun land, is een graadmeter voor de mate waarin zij betrokken zijn bij de problematiek van werelddiakonaat en ontwikkelingssamenwerking. 5. Indien de maatschappijen die de financiële risico's van ziekenhuisopname verzekeren er niet in slagen zodanige maatregelen te nemen dat ook personen met een relatief grote kans op ziekten tegen normale premie en zonder uitsluiting voor speciale risico's verzekerd worden, dienen de particuliere verzekeringen plaats te maken voor een volksverzekering. 8. Een snelle manier om een einde te maken aan de woningnood bestaat uit het onderbrengen van de leden van de Staten-Generaal en hun gezinnen m hotels — bij voorkeur in de bij buitenlandse werknemers zo bekende pensions — en hen vervolgens onder aan de lijst van woningzoekenden te plaatsen. personalia
Op 25 juni promoveerde drs. J. Hendriks te Utreciit tot doctor in de sociale wetenschappen op een proefsciirift getiteld: De emancipatie van de Gereformeerden. Sociologische bijdrage tot de verklaring van enige kenmerken van het huidige gereformeerde volksdeel. Promotor was prof. dr. G. Kuiper Hzn. korte samenvatting Het gereformeerde volksdeel verandert. Er is sprake van verminderende interne integratie en van toenemende eksterne integratie. Dit boek gaat met name over de achtergronden van deze processen. Symptomen van deze veranderingen zijn o.m. een wijziging in het zelfbeeld en in de kijk, die men heeft op andere groeperingen. Er is sprake van een ontmanteling van wat wel het "gereformeerde b o l w e r k " is genoemd. Het uitgangspunt van deze studie is genomen m het midden van de 19e eeuw. Het gereformeerde volksdeel is dan een minoriteit, verkerend in de marge van de samenleving, ge-
Jan Hendriks, op 5 juni 1933 te Groningen geboren, studeerde sociale wetenschappen. Het kandidaatsexamen legde hij af aan de Rijksuniversiteit te Groningen, het doctoraal examen aan de Vrije Universiteit. De heer Hendriks bekleedt de funktie van Adj.-direkteur Algemeen Diakonaal Bureau der Gereformeerde Kerken. Zijn adres luidt Oberondreef 14 te Utrecht.
M.L. OANEEL Tevens promoveerde op 25 juni drs. M. L. Daneel te Amstelveen tot doctor in de godgeleerdheid op een proefschrift getiteld: The background and rise of southern Shona independent churches. Promotor was prof. dr. D. C. Mulder. Co-promotor was prof. dr. J. Blauw. korte samenvatting Hierdie studie is gebaseer op 'n twee-en 'n-half jaar durende veldondersoek in die sentraal en suid-oostehke gebiede in Rhodesia. Uitgaande van die standpunt dat by die omskrywing van die ontstaan van die Shona
Onafhanklike Kerke — en in opvolgende boekdele ook die organisasie en rituele lewe van hierdie groeperinge — 'n uitgebreide agtergrondstudie noodsaaklik is, word veel aandag bestee aan die heersende sosiaal ekonomiese omstandighede, die tradisioneel-religieuse lewe en die werk van Missie en Sending in die afgelope paar dekades. Uit die deskriptiewe aanloop blyk o.a. dat die landsverdeling by die vorming van die Shona Onafhanklike Kerke me so 'n dominante rol speel dat hier sonder meer van land-protes beweginge gespreek kan word me, dat die tradisionele religie nog steeds 'n belangrike rol — ook m die lewens van Kerklidmate — speel, en dat juis die meer soepele benadering van die Katolieke Missie tot die kuituur en religie van die Shona 'n belangrike rede is waarom minder Shona Katolieke na die Onafhanklike Kerke oorgaan as lede van die Protestantse Sendingkerke. By die omskrywing van die ontstaan en groei van die mees invloedryke Shona bewegings (onderverdeel in twee hoofdgroepe die pinkster georiënteerde Gees kerke en die Etiopiese kerke) word veral rekening gehou met die ondervindinge van die sleutelfigure, die aard van hul kontakte met Missie en Sen dingkerke in Rhodesia en met "Separatiste" leiers in Suid A f r i k a , asook met hul werwingstegnieke tydens die beginfase van kerkuitbreiding. Reeds in hierdie histonese omskrywing kom daar al 'n opmerklike tekening in die uiteenlopende aard van die verskillende groeperinge. T e r w y l , byvoorbeeld, die Etiopiese kerke versigtig manouvreer t.o.v. tradisioneel-religieuse praktyke soos voorvadereverering, rig die Gees-kerke 'n frontale aanval daarop, maar pas terselfdertyd allerlei " p r o fetiese" praktyke (b.v. geloofsgenesing) dusdanig aan by die tradisionele gebruike dat juis daardeur 'n groot aantrekkingskrag vir die Shona ontstaan. Ten slotte word 'n oorsig gegee van die houding van die Rhodesiese Administrasie, die tribale outoriteite en die Missie en Sendingkerke tot die ontwikkelende Onafhanklike kerke, waarby die stryd van die Onafhanklike kerkleiers om erkenning steeds weer op die voorgrond tree. stellingen II. Christianity in Africa should increasingly face the challenge of establishing ecumenical ties between Mission and Independent Churches, w i t h j o i n t projects of theological training as a meaningful objective in a concretized program of co-operation. X. The far-reaching accommodation of the Roman Catholic Church to traditional religion and customs is an important reason for a slighter loss of its members in Mashonaland, than is the case w i t h the generally more rigid Protestant Churches. X V I I . The possibility of Christ being misunderstood by some of the Shona people — a danger also mentioned by Gelfand — as a kind of mediatingm/ïondoro spirit, subordinate to Mwari, the Father, necessitates dogmatic reflection and confessional formulation on the t r i n i t y of the Christian God within the Shona Churches. M. Gelfand, Sftona Ritual, CapeTown, 1959, 2. X X I I . Bavinck's preference for the term possessio instead of " a c c o m m o d a t i o n " and " a d a p t a t i o n " in connection w i t h the missionary's approach to non-Christian cultures and religions, is theologically sound and does not exclude a positive approach towards the dialogue between Christians and nonChristians. J. H. Bavinck, Inleiding in de Zendingswetenschap, Kampen, 1954,181 f.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970
Ad Valvas | 484 Pagina's