Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 35

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 35

7 minuten leestijd

ECONOMIE Bij Koninklijk Besluit van 25 juni 1970, nr. 296, is overgegaan tot wijziging van het academisch statuut (wijziging examenprogramma's economische wetenschappen).

Artikel 102. Voordat hij t o t het kandidaatsexamen w o r d t toegelaten, moet de kandidaat ten genoegen van de faculteit het bewijs leveren van voldoende kennis der beginselen van het boekhouden en van die onderwerpen uit de wiskunde, die in de economische wetenschappen worden toegepast.

artikel I

D. I n artikel 103, eerste lid onder c, vervalt de zinsnede ' , eerste l i d ' .

In het academisch statuut (Stb. 1963, 380) i) worden de volgende wijzigingen aangebracht: A . Het opschrift boven artikel 101 wordt gelezen: A . De studierichting

der

economie

B. Artikel 101 wordt gelezen: Artikel 101. Het kandidaatsexamen omvat: a. staathuishoudkunde; b. bedrijfshuishoudkunde; c. statistiek; d. ter keuze van de kandidaat, onder goedkeuring van de faculteit, twee andere vakken uit de vakken van de faculteit, van een andere faculteit of van een interfaculteit, met dien verstande, dat ten minste één van deze beide vakken dient te worden gekozen uit de volgende vakken: 1. 2. 3. 4.

burgerlijk recht en handelsrecht; economische geschiedenis; economische aardrijkskunde; wiskunde voor economisten.

C. Artikel 102 wordt gelezen:

E. In artikel 104 vervallen het vóór het eerste lid geplaatste cijfer ' 1 ' en het gehele tweede lid. F. In artikel 107 w o r d t tussen '103', en 'met' ingevoegd of dat, bedoeld in artikel lOSfer,. G. In artikel 1086/s vervallen het vóór het eerste lid geplaatste cijfer ' 1 ' en het gehele tweede lid. H. In artikel ^OQquater, vervalt in de tweede volzin de zinsnede ', afgelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 108/j/s, tweede lid,'. artikel II Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het w o r d t geplaatst en werkt terug t o t 1 september 1969.

1) Laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk besluit van 21 november 1969 (Stb. 524).

FlIIMTELIJKE OELEVING Onlangs is er een nieuwe commissie in liet leven geroepen, die zich gaat bezighouden met alle aspecten van de ruimtelijke beleving in en om de universiteitsgebouwen. Ir. C. A. Doets, die de commissie installeerde, sprak bij die gelegenheid een rede uit, die wij hierna vrijwel geheel overnemen, omdat daaruit de bedoeling van de werkzaamheden van de commissie duidelijk blijkt. Ik ben u zeer erkentelijk dat u aan de uitnodiging gehoor hebt willen geven hier vanmorgen bijeen te komen om zitting te nemen In de Begeleiding- en Programmeringscommissie inzake ruimtelijke beleving in en rond de universiteitsgebouwen. De vorderende uitvoering van het hoofdgebouw is voor de architecten aanleiding om aandacht te vragen van deze aspecten. Weliswaar is het streven van de architecten erop gericht de nodige ruimten door maatbepaling, constructie en materiaalkeuze op sobere maar zo mogelijk heldere wijze gestalte te geven, nochtans zijn zij ervan overtuigd dat de nagestreefde leefbaarheid van de belangrijke ruimten door de medewerking van kunstenaars kan worden versterkt en verrijkt. In hun en onze opvatting daarvan zal deze medewerking zich niet kunnen beperken tot de ruimten in het gebouw zelf. Wie de maquette beziet van het eindstadium waar de universiteit naar toegroeit, w o r d t getroffen door de compactheid waarmede grote bouwvolumina op een beperkt terrein zijn geplaatst. Daardoor ontstaat tussen de gebouwen een

scala van kleinere en grotere in elkaar vloeiende ruimten, welke als open ruimten (d.i. buiten de gebouwen) karakter-bepalend zijn voor de gehele universiteit en waarin de gehele bevolking (10 a 15.000 personen) zich beweegt. Aangezien al deze ruimten gevormd, verlicht, bestraat, beplant etc. zullen worden, ligt het voor de hand dit te doen vanuit één disciplinaire opvatting. Hiermede w o r d t een kans geboden door zorgvuldig handelen een element te creëren dat de verschillende gebouwen, door procedure en t i j d , soms zo geheel verschillend van karakter, harmonisch d.i. op vanzelfsprekende wijze te verbinden. Het ligt daarom in de bedoeling voor de gehele behandeling van alle ruimten binnen de ontworpen resp. gerealiseerde gebouwen, alsmede de buitenruimten welke ontstaan rond deze gebouwen te doen uitvoeren volgens duidelijk op te stellen plannen. Wat de buitenruimten aangaat, menen w i j , dat in deze opdracht niets uitgesloten kan worden en de plannen zullen moeten omvatten de terreinbehandeling (beplanting en bestrating), de verlichting (en keuze der ornamenten), de verkeers- en verwijstekens en dat al deze zaken een integrerend deel dienen te vormen met de plastische en/of picturale toevoegingen, welke uit artistiek oogpunt noodzakelijk zullen blijken. Hierbij zal naast de architecten en tuinarchitect de medewerking van kunstenaars noodzakelijk zijn. Bij de uitwerking van deze gedachten zullen drie onderdelen zijn te onderscheiden: 1) de overall-conceptie voor het gehele universiteitscomplex; 2) de gedetailleerde interieurbehandeling

TANDHEELKUNDIG ONDERZOEK PERSONEEL De Subfaculteit der Tandheelkunde heeft ons verzocht een tandheelkundig onderzoek te mogen verrichten onder een aantal leden van het wetenschappelijk, technisch en administratief personeel. Daartoe zijn door de subfaculteit proefpersonen uit het personeelsbestand uitgezocht. Zij zullen ter gelegenert i j d hiervan bericht ontvangen en nader worden geïnformeerd. Het gaat bij dit onderzoek o m het bepalen van de verhouding tussen de objectieve en de subjectieve behoefte aan tandheelkundige hulp. Met andere woorden: wat heeft de mens — objectief bezien — aan tandheelkundige hulp nodig en anderzijds: in welke mate meent de individuele mens zelf, dat hij tandheelkundige hulp behoeft. Het onderzoek zal geschieden door middel van een enquête en een klinisch en röntgenologisch gebltsonderzoek. De Subfaculteit der Tandheelkunde wil echter met nadruk stellen, dat geen enkele vorm van behandeling van het gebit zal plaats vinden. Men behoeft dus niet bang te z i j n , dat er ook maar iets aan het gebit zal worden gedaan. Voor hen, die zoiets misschien op prijs zouden stellen en denken hun gebit via d i t onderzoek te laten saneren, geldt hetzelfde: het b l i j f t bij 'bekijken'. Wij willen de proefpersonen gaarne opwekken, na de ontvangst van de oproep t o t deelname, hun volle medewerking te geven aan dit onderzoek en mede daardoor aan de wetenschap der tandheelkunde. Namens het college van directeuren, ir. C. A. Doets, secretaris

per gebouw; 3) de behandeling van de daarvoor in aanmerking komende expositieruimten in de verschillende afzonderlijke gebouwen. Hoewel ik gaarne de uitwerking van deze gedachten aan de initiatieven van uw commissie overlaat, moge ik u echter de volgende suggestie voor de te volgen werkwijze niet onthouden. Uw commissie heb ik genoemd Begeleidingsen Programmeringscommissie. Dit is opzettelijk gebeurd, om u de gelegenheid te schenken om voor de drie genoemde onderdelen aparte werkgroepen te formeren, waarin dan tevens representanten van de gebruikers van de gebouwen kunnen worden opgenomen, terwijl voor vaststelling van de behoeften, kunstenaars kunnen worden aangetrokken. Ten aanzien van de kosten zal moeten worden onderzocht of de kosten verbonden aan de artistieke activiteiten in ruimere zin bestreden zullen mogen worden uit de zogenaamde 1%-regeling. Ten aanzien van de samenstelling heb ik gedacht aan een commissie van niet te grote omvang die als kerncommissie fungeert, maar die zich mede ten aanzien van de reeds gerealiseerde gebouwen vanzelfsprekend zal assu meren met de betreffende architect, resp. met de directies van de gebouwen. In de commissie hebben zitting: Chr. Nielsen, voorzitter; prof. dr. J. Henrick Mulder; prof. dr. H. R. Rookmaaker; prof. dr. C A . van Swigchem; dr. ir. J. Stellingwerf f; C. P. Broerse; drs. H. Kessler, secretaris. De commissie heeft na de installatie aan de hand van de maquette een rondgang over de 'cité universitaire' gemaakt en heeft inmiddels al een eerste werkvergadering gehouden. We zullen er nog meer van horen en zeker zien (in de toekomst)! Secretariaat: De Boelelaan 1105, Amsterdam. Telefoon: 0 2 0 - 4 8 3 6 6 7 .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 35

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's