Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 448

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 448

3 minuten leestijd

Biologie en tnilieutieEieep Tot dusver is in de subfaculteit der biologie alleen een onderzoeksprogramma vanuit de oecologische en systematisch-geografische disciplines o n t w i k k e l d . Bijdragen vanuit andere richtingen van biologisch onderzoek zijn evenzeer gewenst, maar t o t dusver niet gerealiseerd . De oecologle houdt zich bezig met studie van relaties tussen organismen en hun milieu. Onder " m i l i e u " van een organisme w o r d t In de oecologie verstaan het samenstel van abiotische omgeving en andere organismen voorzover hiermee relaties bestaan. Men kan nu studie maken van de relaties die een bepaald organisme met zijn milieu onderhoudt o m daarin causaliteiten te onderkennen. Dit o.m. vormt wat men "autoecologle" noemt. Daarnaast is "synoecologisch" onderzoek mogelijk. Objekt van onderzoek Is dan een "oecosysteem", (meteen definitievan Odum:) "a unit of biological organization made up of all the organisms in a given area (that Is " c o m m u n i t y " ) interacting w i t h the physical environment so that a f l o w of energy leads t o char^teristic trophic structure and material cycles within the system". Oecologische systemen zijn te analyseren d.m.v. onderzoek naar energie/stof-kringlopen en onderzoek van biologische diversiteit (hoeveelheid, aard en ruimtelijke verdeling van soorten en Individuen). Met behulp van deze beide typen onderzoek zijn oecosystemen te karakteriseren; deze karakteristiek geeft informatie over het gedrag van het oecosysteem In de t i j d : of verandering dan wel stabiliteit zal optreden. Ook geeft het informatie over de wijze waarop het oecosysteem zal reageren op externe invloeden.

capaciteit heeft voor invloeden van buitenaf. Met behulp van indicatororganismen (waarvoor het fytoplankton zich bij uitstek leent) kan de mate en de aard van de verstoring (verontreiniging) worden bepaald. „^'''"'"'"^^""'^N. Dit zal g e b e u r ^ n v o l g ^ s een d ^ Schoevers in Nederland gemtroduceerd systeem van de Tsjech Sla'deëek. Het onderzoek kan mede bijdragen t o t het vervaardigen van een^voor ons land nog geschikter modificatie^ .J^^ / j ^ Tijdens een cursus van e ' é i j ^ ^ S V y e e j w ^ n , te geven door drs. P. Schoevers zullen de betreffende'^rganismen aan de studenten worden geleerd. Voor een efficiënte aanpak (100 monsterpunten is al weinig) zullen tegelljkert||d ca. ^studenten dit onderzoek moeten uitvoeren, zo mogelijk o d k o r t e X é r m i j n (septembpr 1971). Tijdsduuiicirca 6 x 6 maanden.l^'wV

3. hydro ]i(^ogisch onderzoek (macrofauna) In aanslul i n g W n het bovenstaande k a n ^ w e r k t worden met macrofauna als é r g a A l s m e n g r o e D v p ^ f Id^raft tiseren van oppervlakte-

water.

Tijdsduur:

\

KJ^^^^^'CJ.^

voorlopig 1 x 6 njaanden.

DETAIL-pNpER?0a<3»'ÄNDEfiÄ)EK VAN EEN AANVULLEND K Ä R Ä K T E R \

yl

4. koj/nisatiemogelijkheden van en voor de wilde flora

ij dienen twee zaken te worden onderscheiden; de mogelijkheden die een terrein biedt l i s substraat; de mogelijkheden geboden vanuit de onigeving; import van plantenmateriaat. \ Serzoek moet gefaseerd worden: \ In Het Groene Hart-project is het in eerste instantie van belang it^Cätuuronderzoek betreffende algemeneVriteria. zicht te krijgen in de historische en huidige aard en"Vwa4,iteitjBn zijn èr criteria voor optimafkolonisatlemelijkheden In een het gebied en in de factoren die tot de huidige situatie hebben terrein (substraat), "'"'^»"x. "\ geleid. In tweede instantie is inzicht nodig in de te verwachten ingrezijn er bepaalde criteria voor+tet aangeven var^het kolonisatiepen van de mens op het gebied, alsmede in de mogelijkheden voor potentieel binnen een regio (omgeving van het substraat); een verantwoord aanwenden van het gebied voor menselijke behoefkennis verkregen onder sub a., toepassen in Het Groene Hart, ten. Om deze redenen heeft een globaje aanpak van hstpndw^<y^struktuuranalyse van gebieda^in H è t ^ o e n e Ha^J die in aanmerde prioriteit gekregen. ^"^^"•«•^ \ > . /^X""'^,^^ king komen voor kolonisatiN^tSnrr: n); De practische mogelijkheden voor d i t type'ontJerTOeti: zi;n nagegaan« bepaling van het beheer van d i ^ e b i ^ B s b m g t ä h e t g op optimale daarnaast is onderzocht wat de mogelijkheden van afdelingen van de koionisatiekansen; subfaculteit biologie zijn voor een speciale bijdrage aan het project, kolonisatiepotentieel van de betreffe: spalen (o.a. dit In samenhang met de belangstelling of de kunde van de betreffende i.s.m. floristische onderzoek afdeling. De programmering van het globale onderzoek is voorafge ,_jr._utttesten van de onder a. opgestelde c r i t e r l a > ^ ^ gaan door een inventartsa.tie,yan wat reeds on^ëFzosbt is of word: V / ^ ^ ^ ^ J j t e e r s t e instantie 1 x 6 maanden' 3;;maaiidln voor onderDit geeft het volgende beelcï: '~ ^^Xf^anÜBre Ei:e 3 nT|endq%y^ot^et beste aan m i e n d ^ y o o U T e t uity:ippejerrs|a/de uitstippsjefp — er is veel archiefmateriaal beschikbïïan3<rerde flortstische rijkdBfff anno 1900, 1920-1950 en 1950-recent. Dit materiaal is beschikbaar voor analyse. Het zal zeker nodig zijn het recente njateriaal door 5. spinnen als indicator-organismenv ^^«^y veldwerk aan te vullen. I — betrekkelijk veel archiefmateriaal is ook beschikbaar van de aviBepaalde organismen zijn karakteristiek voorfeenéalde oecosystemen. fauna. Dit w o r d t momenteel uitgewerkt door vogel werk groepen in Het IS niet uitgesloten dat bepaalde soorten wol/spinnen geschikt zijn Mïdden-Nederland. Daarna kan beoordeeld worden of ook hier nader om oecosystemen te karakteriseren. onderzoek noodzakelijk is K-6 maanden.; — het water is een uiterst belangrijk milieu-element.lHet blijkt echterdat hieraan in Het Groene Hart slechts sporadisch is gewerkt. De lite6. vechtplassenonderzoek ratuur van wat over hydrobiologie bekend is, zal in enkele scripties worden samengevat. Vanuit natuurbeschermingsinstanties is de dringende wens geuit t o t tiettKJSn van inventariserend onderzoek in het Vechtplassengebied, Het onderzoeksprogramma ziet er in overeenstemming m \ t het b5 5hts Ankeveen, Vinkeveen, Kortenhoef achter de kerk, Vuntus staande als volgt u i t . te Loosdrecht, Wijde Blik te Loosdrefcht. Dit zal aan de hand van v^terplanten en algen geschieden, eyentueel ook andere waterGLOBAAL ONDERZOE organismen I Tijdsduur: 2 1. floristisch onderzoek

PFOGFA^>VAN ONOEFZOEK

Dit betreft een analyse van t mogelijk de in het verleden en heden' de kwantitatieve achteruil bepalen (waarbij }ndicatorsö 5rten kunnen worden opgespoord uit de plaats en de'sóort van achteruitgang iets te zeggen over de factoren die de achteruitgang hebben bewerkstelligd (hierbij zijn de gegevens van chemici, sociaal en fysisch geografen noodzakelijk), tenslotte moet dit onderzoek beschouwd w^sj^efnal^jDasis toor integratie met gegevens uit de fysische geografie (met n a r f e t o d e m k u n ^ dige), met als doel het'opstellen van een l a n d s c h a p s t v p o l o t e . \ , Tijdsduur: 2 of 3 x 6 maanden \ » (dit onderzoek zal p l a a t s v I n d ' B ^ ^ m . het Rijksherbarium te LelS

2. hydrobiologisch onderzoek (botanisch)

16

In samenwerking met de chemici zal aan de hand van biologische kriteria een typering moeten worden gegevensÄn het boezemwater in het gebied. De nadruk zal val len op de vraag waar nog water is dat door een goed functionerend oecosysteem nog een zekere buffer-

SAMÉ^ B i j f l i f p r o g r a m m a dietfflapgêmerkt te worden dat het slechts een aanzet geeft t o t de eerste fase van het mllieuonderzoeksprojekt. Naarmate het projekt verder groeit, zal het onderzoek een steeds meer geïntegreerd karakter kunnen en moeten gaan dragen. Aan de hand van gevonden correlaties tussen chemische, fysisch-geografische, sociaal-geografische ^ biologische gegevens kunnen dan meer geIntegreerde onderzoeken worden opgezet o m de gevonden correlaties der te analyseren. Te denken valt dan onder meer aan onderzoek naar de recreatiedruk op*natuurterreinen en het komen t o t een normering hiervoor-(i.s.m. sociaal-geografen), onderzoek naar de waardering van recreatie in natuurterreinen (idem) en het opstellen van een landschapstypologie (met fysisch-geografen) als onderdeel vaneen natuurwetenschappelijke inbreng bij het bepalen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Het Groene Hart of onderdelen ervan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 448

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's