Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 412

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 412

7 minuten leestijd

wsfeneahsciasliJKG staf Het regelmatig opduiken van de term Eenheid Wetenschappelijk Corps — vooral in de discussie rond de Wet Universitaire bestuurs hervorming (WUB) — was reden genoeg een commissie in het leven te roepen die voor de V U zou aangeven wat deze term precies inhoudt (binnen de wet uiteraard) Daarin hadden zitting de heren C. Augustijn (theol.), J. Blok (w. n.), C. Blomberg (w. n./scheik.), S. D. Fokkema (psych ), H. R. Rookmaaker en D. M.Schenkeveld (lett.) In het zojuist verschenen eindrapport w o r d t gesteld dat, conform de wet, ook aan de V U de categorie wetenschappelijk corps dient te worden opgevuld met alle wetenschappelijke medewerkers in blijvend dienstverband, de bibliothecaris, de hoogleraren en de lectoren De commissie is er zich wel van bewust dat daardoor op (sub)faculteitsniveau diverse medewerkers buiten het wetenschappelijk corps geplaatst worden die er qualitate qua in thuis horen. Zij doet derhalve de aanbeveling om in de huidige tamelijk verwarde overgangssituatie ieder die, gezien zijn werkzaamheden, t o t het wetenschappelijk corps zou moeten behoren bij het werk van het weten schappelijk corps te betrekken „,

Anderzijds vindt ze wel dat elke subfaculteit, die met een formatie van zijn wetenschap pelijk corps zit die niet overeenkomt met de formatie zoals in de WUB bedoeld is, zich m de nabije toekomst moet trachten aan te passen Het begrip eenheid wetenschappelijk corps IS naar voren gekomen omdat vanwege de schaalvergroting bestuurlijke bevoegdheden op het terrein van onderwijs en wetenschapsbeoefening, eigenlijk vallend onder de competentie van hoogle-'aren/lectoren, soms feitelijk in handen geraakten van wetenschap pelijke medewerkers Ook worden de uit de genoemde bevoegdheden voortvloeiende ta ken dikwijls LP gemêleerde work teams uitgevoerd. De wet erkent deze ontwikkeling en tracht matiging in de scheiding der twee geledingen te bereiken door in principe ^sommige functies en verantwoordelijkheden aan beide op te dragen Dit neemt niet weg dat de wet op andere plaatsen m deze wel verschillen creëert. De commissie concludeert dat het begrip een heid in de zin van de wet niet synoniem is aan gelijkheid maar meer tendeert naar het begrip samenspel dat het dragen van gemeen-

schappelijke verantwoordelijkheid mogelijk moet maken. Is nu de functie van de eenheid van het we tenschappelijk corps de benadrukking van de overeenstemming in betrokkenheid binnen de universiteit dan lijkt het zinvol (om een concreet punt te noemen) een Raad voor Onderwijs en Onderzoek te benoemen of een Wetenschappelijke Raad ter aanvulling of vervanging van het in de wet genoemde College van Decanen in het leven te roepen, waarin het gehele wetenschappelijk corps een plaats heeft. Het College van Decanen (voorzitters der faculteitsraden) kan een aanvulling van vertegenwoordigers der subfaculteiten via de zojuist genoemde Raad van Onderwijs en Onderzoek waarschijnlijk best gebruiken. Als een niet onbelangrijke nevenfunctie zou het wetenschappelijk corps een bijdrage kunnen leveren in de verbetering van het sociale klimaat aan de V U als bestaande or ganisaties als de Senaat wegvallen. Bovendien moet er een sfeer ontstaan die de eenheid van het wetenschappelijk corps a'ls gevestigd instituut t o t een realiteit maakt.

en stel ook die vraag na die konkrete opvat tinge gedurende die t y d wat daaraan voorafgegaan het. I n die geheel behels d i t me alleen godsdienshistoriese vrae me, maar ook die soeke na die opvattinge in die Ou en Nuwe Testament en die nagaan van die ontwikkelinge in die eerste vier eeue, t o t en met die opname van die descensus in die Apostolicum. As belangrikste sleutel tot die moentlikheid van 'n verstaan en verklaring speel die onderskeiding tussen die grondvorme van teologiese uitsprake of geloofsantwoorde 'n buitengewone belangrike rol aangesien die studie veral daarop dui dat die descensus in die vroegste kerk me in die eerste plek as 'n dogmatiese uitspraak gesien moet word me.

tradisie die opvattinge van Luther self bestry.

samentlike ondersoek van die kerkhistoriese bronnemateriaal.

XI. Die heel eie karakter en aard van Genesis 14 word nóg deur die siening daarvan as poesie nóg deur pogings om dit na 'n Akkadiese bron terug te voer volledig verklaar. Vgl. J. A . Emerton, Some false clues in the study of Genesis XIV, Vetus Testamentum X X I / 1 9 7 1 , 24 47. XIV. Die besware teen Rom. 16 as integrale deel van die brief van Paulus aan die Romeine 15 hoogstens van hipotetiese aard.

Namens het dagelijks P. Keuss

bestuur,

T N. Hanekom, Ons Vaderlandse Kerkgeskiedskrywing, NGTT, Junie 1960, X X I I I . Wanneer milieuvervuiling geplaasword teen die agtergrond van die skeppingsleer en die kultuuropdrag van die mens, mag dit be stempel word as sonde, waarvan die loon sig alreeds op lugubere wyse besig is te voltrek personalia

K. P. Donf ried, A Short note on Romans Daniel Albertus du Toit werd op 8 januari 16, Journ. of Bibl. Literature, 1942 te Douglas K.P. (Z.-Afrika) geboren. L X X X I X / 1 9 7 0 , 441VV. HIJ behaalde van 1960-1966 aan de Universiteit van Stellenbosch de graden B A., B.Th X V I I I . 'n Beëindiging van die vir vele onaan en M.A. Het doctoraal examen theologie vaarbare afsonderlike bestaan van die drie stellingen werd in 1969 aan de Vrije Universiteit afgeAfrikaanse kerke kan slegs op 'n geloofwaarlegd. dige en duursame wyse bereik w o r d as die I. In die bestryding van die Calvinistiese Het adres van de promovendus luidt De Sadescensusopvattmgs het die ortodoks-Uutherse uitgangspunt geneem word in 'n eerlike, ge vornin Lohmanlaan 36 te Amstelveen.

PEFFEQTION ANQ PEfiFEQTItlNlSM Tevens promoveert vandaag drs. H. K. La Rondelle te Berrien Springs, Mich, tot doctor in de godgeleerdheid op een proefschrift onder bovengenoemde titel. Promotor is prof. dr. G. Berkouwer.

Het slothoofdstuk onderzoekt op welke wijze de Bijbelse gedachte is scheefgetrokken in de volgende gemeenschappen en stromingen de Qumran sekte, de Enkratieten, het Montanisme, bij Novatianus, Pelagius, de Christe lijke Platomsten te Alexandrie, het monnikenwezen en bij John Wesley.

korte samenvatting Dit proefschrift onderwerpt de specifieke idee van 'perfection', volmaaktheid en onberispelijkheid m het Oude en Nieuwe Testa ment aan een systematisch onderzoek. De auteur k o m t tot de conclusie dat zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament 'peffection' wordt bepaald en geschonken vanuit de religieuze cultus en de priesterlijke vergeving. De Bijbelse ethiek erkent daarmee geen auto noom volmaaktheids- en gerechtigheidsstreven. Anderzijds kwalificeert de heiligdomscultus volmaaktheid en onschuld met als m herente heiligheid of zondeloosheid. De volmaakte mens is de religieuze mens, die leeft vanuit de priesterlijke vergeving van zonden in correlatie met de cultische eis van een sociaal leven in oprechtheid en vergevensgezindheid t o t zijn medemensen.

stellingen I Het Oude en het Nieuwe Testament vormen een geestelijke eenheid in hun soterio logie en apocalyptische eschatologie. V Te stellen dat de mens theologisch adequaat alleen kan worden gekwalificeerd vanuit een teleologisch gezichtspunt, en met ook vanuit een protologisch gezichtspunt, schijnt de intentie van de Bijbelse scheppingsverhalen met tenvolle te honoreren. V I I . Hoewel Mattheus de continuïteit van het oude en het nieuwe verbond handhaaft, w i l hij ook nadrukkelijk verkondigen dat de 'imitatio Christi'óe fundamentele breuk tussen Judaïsme en het Christendom betekent. X V I I I . Een vegetarische leefwijze is met in strijd met de Bijbelse ethiek tenzij het ge-

motiveerd w o r d t door werkheiligheid of aan het geweten w o r d t opgelegd. XV. Het Zevende-dags Adventisme, zoals vertegenwoordigd door zijn meest represen tatieve schrijfster Ellen G. White (1827 1915), leert niet dat de zevende dag van de week moet worden herdacht om zalig of gerechtvaardigd te worden. personalia Hans Karl La Rondelle, op 18 april 1929 te Den Haag geboren, studeerde theologie aan het Theologisch Seminarie der Zevende-dags Adventisten te Huis ter Heide, aan de Rijks universiteit te Utrecht en aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Van 1953 t o t 1966 was hij in verschillende plaatsen predikant van de Advent-Kerk in Nederland. In 1966 emigreerde de heer La Rondelle met vrouw en kinderen naar Amerika, waar hij in dienst trad van het Theological Seminary van de Andrews University te Berrien Springs, Mich. HIJ IS daar thans werkzaam als lector in Biblical and Systematic Theology. Het adres van de promovendus luidt 228 N. Maplewood Dr., Berrien Springs, Mich.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 412

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's