Ad Valvas 1970-1971 - pagina 350
pepscneelsiiaetfetleliageïr vergoedingen terzake van ziektekosten (5%-regeling) In verband met een herziening van de desbetreffende rijksregeling, welke te rekenen vanaf 1 januari 1971 van kracht is geworden, w o r d t U het volgende medegedeeld. De in het "Personeelsreglement Vrije Universiteit" opgenomen "Regeling gratificatie in verband met ziektekosten" is te rekenen vanaf 1 januari 1971 ingetrokken en vervangen door de thans geldende rijksregeling. De wijziging betreft in de eerste plaats vervanging van de wedde over het gekozen tijdvak van 12 kalendermaanden (als basis waarover 5% wordt berekend) door het in dat tijdvak genoten ambtelijk inkomen in de zin van artikel C 1 , eerste lid van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet. De ziektekostenverzekering dient in elk geval te omvatten a. Volledige vergoeding van kosten voor ziekenhuis en sanatonumverpleging gedurende een jaar met klinisch specialistische hulp en bijkomende kosten, eventueel met een "eigen risico aan de voet". b. Tenminste 80% vergoeding van niet klinische (ambulante)
regeling van de inschrijvingsduur Met inschrijvingsduur is bedoeld het tijdvak, waarin iemand als student kan zijn ingeschreven. Als voorwaarde voor de inschrijving als student zal tevens gelden dat men bevoegd moet zijn universitaire examens af te leggen De inschrijfduur voor een fase bedraagt een jaar meer dan de cursusduur voor die fase De inschrijvingsduur voor de propedeutische fase bedraagt dus twee en voor de doctorale fase vier jaar Het wetsvoorstel voorziet in een aantal verlengingsgronden voor de inschrijvingsduur, zoals overmacht, verandering van studierichting en persoonlijke omstandigheden Bij het vaststellen van de waarden van de inschrijvingsduur is er van uitgegaan dat rekening moet wor den gehouden met persoonlijke verschillen in studietempo. Aan het programma van een onderwijsfase kan echter doorgaans maar eenmaal worden deelgenomen. Heeft iemand de maximale inschrijvingsduur overschreden, dan verliest hij zijn recht als student ingeschreven te worden. Het recht dat hij als bezitter van een daartoe geldend diploma heeft o m , als extraneus, universitaire examens af te leggen blijft echter onverlet. Verder regelt het wetsvoorstel het toehoorderschap. Inschrijving als toehoorder is mogelijk voorzover de faculteit van de gekozen studierichting plaatsruimte voor die inschrijving aanwezig acht Te verwachten valt, dat een deel van de ex-studenten, namelijk zij die niet binnen de gestelde inschrijvingstermijn een examen hebben behaald, als toehoorder pogen dat examen met gunstig gevolg af te leggen. Het inschrijvingsrecht gaat dan weer gelden voor de volgende onderwijsfase. Inschrijving al student geeft aanspraken op studietoelagen en studievoorzieningen, zoals huisvesting en mensa. Aan de toehoorder komen deze aanspraken niet toe. Ten aanzien van de kmderbij slag- en kmderaftrekregelingen zullen overeenkomstige maatregelen worden getroffen. assistent-onderzoeker De bewindslieden zijn van oordeel, dat herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs mede dienstbaar moet worden gemaakt aan het universitaire wetenschappelijke onderzoek. Zij stellen daarom voor de bezoldigde functie van assistent-onderzoeker in te stellen. Deze wordt in staat gesteld zich verder te bekwamen als wetenschappelijk onderzoeker door deel te nemen aan een bepaald onderzoekprogramma. ZIJ achten dit voorstel een wezenlijk onderdeel van de herstructurering. De werkzaamheden van de assistent-onderzoeker zullen resulteren in een zogenaamde research aantekening of in een promotie. Gedacht w o r d t aan een aanstellingstermijn van 1 tot 3jaar. De omvang van het instituut van assistent-onderzoeker zal afhangen van het aanbod van kritische en creatieve jonge onderzoekers, alsook van de beschikbare onderzoekprogramma's van faculteiten en vakof werkgroepen. Toewijzingen zullen moeten passen m het nationale wetenschapsbeleid.
2
post-academisch onderwijs Het verzorgen van post academisch onderwijs gaat volgens het wetsontwerp tot de normale taken van de universiteit behoren. Deze taak zal zoveel mogelijk in samenwerking met derden (personen en instanties uit overheid, bedrijfsleven, vrije beroepen en verenigingen van afgestudeerden) moeten worden verricht. Omdat de gedachten over deze nieuwe universitaire taak zich nog aan het ontwikkelen zijn, beperkt het ontwerp zich tot het leggen van de noodzqkelijke fundamenten nl de doelstelling van het post-academisch onderwijs en de beginselen van de organisatie en financiering van dit onderwijs.
specialistische hulp dan wel volledige vergoeding met een "eigen risico aan de voet". De premie van de ziektekostenverzekering zal, voor toepassing van deze regeling, slechts m aanmerking kunnen worden genomen op basis van de laagste klasse. Indien belanghebbende een verzekering voor een hogere klasse heeft gesloten, dan kan het tarief van de laagste klasse, vermeerderd met de helft van het verschil tussen dit tarief en het tarief van de gekozen klasse in aanmerking worden genomen. Het ambtelijk inkomen in de zin van artikel C eerste lid van de A.B.P. wet omvat alle inkomsten in geld die een personeelslid terzake van zijn dienstverhouding ontvangt, met uitzondering van o a. a. Het werkgeversaandeel in de krachtens de sociale verzekeringswetten verschuldigde premies, b. Compensatiepremie AOW/AWW, c. Onkostenvergoedingen, d. Vacatie- en presentiegelden, e. Kindertoelagen, f. Gratificaties, g. Vergoeding voor studiekosten, h. Uitkering interimregeling ziektekosten
De bewindslieden verklaren de voorstellen ten aanzien van de cursus en inschrijvingsduur en die met betrekking tot het post-academisch onderwijs als één geheel te beschouwen. Naar hun inzicht moet worden gestreefd naar verlaging van de afstudeerleeftijd. Zij kenmerken pc^sI-academlsch onderwijs als voortgezet onderwijs, dat in sterke mate is verweven met de uitoefening van een beroep Het is, blijkens de doelstelling, niet alleen voor afgestudeerde academici bedoeld maar evenzeer voor hen die ongeacht hun vooropleiding gelijksoortige of gelijkwaardige posities innemen In de regel zullen de kosten van het post-academisch onderwijs voor rekening komen van hen die daaraan deelnemen nieuwe regeling van het toelatingsonderzoek Naast hen die een daartoe geldend diplomal)ezitten, kunnen ook anderen toelating verkrijgen tot het afleggen van universitaire examens, als zij met succes hebben deelgenomen aan een onderzoek naar voldoende algemene ontwikkeling en geschiktheid voor de gekozen studie (het ,,colloquium d o c t u m " ) . Men moet dan 30 jaar zijn. Voorgesteld wordt de leeftijdsgrens te verlagen tot 25 jaar. Bovendien zullen aanvragen voor het colloquium in de toekomst niet meer bij de minister, maar direct bij de universiteit of hogeschool kunnen worden ingediend. In de memorie van toelichting zijn, naast de toelichting van verschillende wetsvoorstellen, uitvoerige beschouwingen gewijd aan vraagstukken die in de reacties op de nota's van de regeringscommissaris centraal hebben gestaan Onder meer w o r d t ingegaan op het vraagstuk van de selectie en op de vaak geuite vrees dat de verkorting van de cursusduur leidt tot verlaging van het niveau van het onderwijs en van de afgestudeerden. De bewindslieden zijn van oordeel dat om ten minste drie redenen een periodieke beoordeling, alsook een beperking van de inschrijvingsduur noodzakelijk zijn — samenwerking binnen een groep is alleen mogelijk wanneer tussen kundigheden, kennis, toewijding en toekomstplannen niet te grote verschillen bestaan, — een maatschappij die op verdeling van arbeid berust verwacht terecht dat zij die jonge mensen gedurende vele jaren van hun studie hebben begeleid, een oordeel uitspreken over die kundigheden, kennis en toewijding, — de snelle en versnelde schaalvergroting van het gehele onderwijs maakt het noodzakelijk dat aan het in volle dagtaak, zonder zorg voor het dagelijks 'levensonderhoud' deelnemen aan dit onderwijs grenzen worden gesteld Over de zorgen met betrekking tot het onderwijspeil en het peil van de afgestudeerden merken de bewindslieden op, dat uitkomsten van onderwijsresearch in de Verenigde Staten en in Nederland geen steun geven aan deze vrees. Deze vrees is gebouwd op de veronderstelling dat het peil afhankelijk is van het aantal tijdseenheden dat onderwijs wordt gegeven, alsook van de omvang van de groep die onderwijs volgt. Uit diezelfde onderzoekingen blijkt, dat deze veronderstelling op verkeerde uitgangspunten berust.
TERTIAIR ONDERWIJS Ten aanzien van de toekomstige structuur van het tertiaire onderwijs verklaren de bewindslieden, dat het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs samen een eenheid moeten gaan vormen. Die eenheid moet maximale differentiatie mogelijkheden bevatten. ,,Dit vereist nadere bezinning op kwalitatieve en kwantitatieve verhoudingen binnen het geheel van het tertiaire onderwijs" Aan de verwerkelijking van die eenheid zijn vele en belangwekkende vraag-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970
Ad Valvas | 484 Pagina's