Ad Valvas 1970-1971 - pagina 309
9l3 vdivss WEEKBLAD V A N DE C I V I T A S ACADEMICA DER VRIJE U N I V E R S I T E I T
26 FEBRUARI 1971 18e J A A R G A N G Nr. 22
PFOFESSOF G.Kl)MEF EMEFmS
TUSSEN QOGMA EN OIALOOC
Op 1 maart van dit jaar zal prof. dr. G. Kuiper, hoogleraar in de Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit, met emeritaat gaan. Zijn gezondheidstoestand en familieomstandigheden verhinderen openbaar huldebetoon. Reden te meer om in A d Valvas stil te staan bij zijn vertrek.
Dr. L. Bak, benoemd t o t buitengewoon lector in de practische planologie, heeft op 19 februari zijn openbare les gegeven, die t o t titel had: Tussen dogma en dialoog. (Het dilemma van ruimtelijke planning in deze t i j d ) .
In februari 1947 is Kuiper cpgetreden als bleef een vraagbaak, ook buiten de eigen hoogleraar in de Nederlandse taalkunde. De universiteit, voor kwesties die betrekking letterkunde had zijn liefde — zijn dissertatie hadden op de doorwerking van de antieke handelde over de bronnen van Coornherts retorica, nadat hij in zijn proefschrift als Wellevenskunste — maar het tekent hem dat eerste neerlandicus het belang van de retorica hij ter wille van de Vrije Universiteit bereid voor de oudere literatuur had aangetoond. was om alle onderdelen van de Nederlandse Mede hierdoor was hij in staat — voortwertaalkunde en het zestiende- en zeventiendekend in de traditie van Wille — zijn studenten eeuws te gaan doceren. Het was een vreugde te blijven boeien met de behandeling van onzijn colleges te volgen, vooral die over zevenderwerpen uit de literaire theorie. tiende-eeuwse teksten — maar dat kan een Wat Kuiper voor het Bijbelgenootschap gepersoonlijke voorkeur zijn. Ook daarom daan heeft, is een hoofdstuk apart, een staan zijn colleges in mijn geheugen gegrift, hoofdstuk dat ik niet kan schrijven. Zou de omdat deze professor van meet af aan " i n bijbel in onze tijd nog zo functioneren als spraak" toeliet en waardeerde. Bij wie zou eens de Statenvertaling, Kuiper zou bij het de bescheiden, misschien eerder voorzichtige nageslacht te boek staan als een twintigstestudent van na de oorlog dat verder gewaagd eeuws taaibouwer. Twee zaken gingen hem hebben? in het bijzonder ter harte: een taal die de bijbellezer van nu verstaat en een taal die Na de emeritering van Wille en de benoeming van Caron in 1952 wachtte Kuiper een nieuwe op al haar rijkdommen wordt geëxploreerd. Tenslotte de psalmberijming. In de verschiltaak: zijn leeropdracht werd nu de geschielende commissies waarvan hij deel uitgemaakt denis van de Nederlandse letterkunde en die heeft, was Kuiper de meest dichterlijke onder van de literaire theorie. Opnieuw moest hij de niet-dichters. Hij verstond de taal van de zich gaan inwerken. Spoedig kwam daar het dichters en de aard van hun bezieling, ook immense projekt bij van de verzorging ener editie van alle Latijnse- en Nederlandse poëzie door zijn liefde voor de moderne poëzie. Dit die Hugo de Groot geschreven had, uitgegeven is des te meer het opmerken waard, omdat hij als literatuurhistoricus eveneens taal, en onuitgegeven gedichten. Ander werk, al geest en gemoedsgesteldheid verstond van de eerder begonnen, breidde zich uit. In 1950 berijmers van 1773. We zijn blij dat het had het Bijbelgenootschap voor het eerst een Kuiper is die op het ogenblik in een serie beroep op hem gedaan, maar het bleef niet radio-voordrachten de nieuwe psalmen inbij het lidmaatschap van één commissie. troduceert. Wat hij daarin zegt, verdient in Sinds 1951 bewoog Kuiper zich tussen het een publicatie bewaard te blijven. " l a n d v o l k " op de Pietersberg en verrichcte Nu is er dan een eind gekomen aan zijn hij minder musische arbeid ten behoeve van meest omvangrijke taak, het professoraat. de nieuwe psalmberijming. Hoe graag had Kuiper ook nog de nieuwe In deze drie sectoren demonstreerde Kuiper studenten van de laatste twee jaren college zijn kennis en kundigheden. gegeven. Hoe graag hadden leerlingen en oudMet de geschiedenis van de Nederlandse leerlingen nog een afscheidscollege van hem letterkunde hield hij zich intens bezig. Hij
korte samenvatting Tempo en intensiteit van de ruimtelijke ontwikkeling maken het nodig de selektiviteit ten aanzien van het ruimte-gebruik centraal te stellen in de planning. Het selektiviteitsprobleem treedt vooral naar voren bij de in de ruimtelijke ordening gehanteerde doelstellingen, interrelaties en schaalverhoudingen. De diskussie rond deze thema's leidt tot de vraag of de ruimtelijke planning wel genoegzaam is toegerust om het leefklimaat van ons land veilig te stellen. Deze vraag is de inzet van een spanning tussen planologen en publiek. Omdat de ruimtelijke planning zich vaak niet weet te ontworstelen aan dogmatische tendenties, worden hevige publieke reakties opgeroepen. Anderzijds blijkt het moeilijk de dialoog tussen alle belanghebbenden in het operationele stadium te brengen. Toch zal slechts een voortdurende dialoog tussen ruimte-scheppers en ruimte-gebruikers kunnen voorkomen dat ruimtelijke ontwikkeling en maatschappelijke normstelling verder van elkaar weggroeien. De praktische planologie — dicht staande bij de ruimtelijke werkelijkheid — heeft mede tot taak vorm en inhoud te geven aan deze dialoog.
bijgewoond. Het ging helaas niet meer. WIJ wensen onze emeritus-hoogleraar — bene meritusde Universitate Libera — een rijk gezegende periode van rust toe. M. H. Schenkeveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970
Ad Valvas | 484 Pagina's