Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 351

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 351

7 minuten leestijd

stukken van maatschappelijke, onderwijskundige en wetgevende aard verbonden. Dit dwingt t o t een aanpak langs lijnen van geleidelijkheid, waarbij de bewindslieden een planning op korte en op langere termijn onderscheiden.

Naar de mening van de bewindslieden zal de laatsgenoemde raamwet als breekijzer dienen te fungeren, teneinde op wat langere termijn gestalte te kunnen geven aan een meer uitgewerkte regeling van het tertiair onderwijs.

Op korte termijn achten zij voorzieningen nodig die de instellingen van hoger beroepsonderwijs die daarvoor in aanmerking komen ,,bevrijden" van die bepalingen van de Wet op het voortgezet onderwijs, die een samenwerking met de universiteiten in de weg staan. Het vandaag gepresenteerde voorontwerp van Wet voorbereiding samenhang h.b.o -w.o. beoogt deze voorzieningen te treffen Verder bevorderen de bewindslieden op korte termijn de publikatie van een voorontwerp van wet, waarin onder meer de plaats van beide componenten van het tertiair onderwijs w o r d t bepaald en verder voor de institutionele samenwerking tussen instellingen van wetenschappelijk onderwijs en voor hoger beroepsonderwijs een basis m de Wet op het wetenschappelijk onderwijs wordt gelegd In dit wetsontwerp zal tevens aandacht worden besteed aan overstapmogelijkheden tussen beide onderwijssectoren.

numerieke uitkomsten Inerstructurering w.o. In de memorie van toelichting wordt ten slotte een schatting gegeven van de numerieke uitkomsten van de voorgestelde herstructurering. In deze becijferingen zijn nog niet de gevolgen opgenomen, die verwerkelijking van de voorstellen met betrekking tot het tertiair onderwijs met zich brengen. Volgens de jongste schatting zal het aantal ingeschreven studenten onder de huidige structuur m 1980 150 tot 175.000 bedragen en m 1990 215 tot 300 000. De voorgestelde beperking van het aantal studenten door enerzijds de eis van examenbevoegdheid als voorwaarde voor de inschrijving, alsook door de regeling van de inschrijvingsduur, leidt naar schatting tot de volgende cijfers 90 tot 115.000 voor 1980 en 125 tot 180.000 voor 1990. Verondersteld is hierbij dat het herstructureringsproces reeds dit jaar of m 1972 kan beginnen.

SAMENHANG hCGEF eEFCEPSCNQEFWMSWETENSQhAPPELIJKGpyOEFWIJS Gelijktijdig met liet voorontwerp van wet herstructurering wetenschappelijk onderwijs is voor publicatie vrijgegeven een voorontwerp van wet voorbereiding samenhang H.B.O.-W.O. Ook daarvan volgt hier de samenvatting. Op dinsdag 9 maart is tijdens een perskonferentie op het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen een voorontwerp van wet voorbereiding samenhang h.b.o.-w.o. (hoger beroepsonderwijs - wetenschappelijk onderwijs) openbaar gemaakt. Het voorontwerp gaat uit van de minister en de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen en van de minister van landbouw en visserij. Het ligt m de bedoeling van de bewindslieden het wetsontwerp nog in te dienen voordat het Kabinet aftreedt. Het voorontwerp is gepubliceerd om alle betrokkenen in de gelegenheid te stellen hun mening erover kenbaar te maken. In de memorie van toelichting bij het voorontwerp delen de bewindslieden mee, dat m toenemende mate het inzicht veld w i n t , dat het onderwijs aan 18-jarigen en ouderen als een eenheid moet worden gezien. Zij achten het in dat licht gezien niet juist dat de twee takken van onderwijs - het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroeps onderwijs - door twee afzonderlijke wetten worden geregeld. Daaruit vloeien volgens de bewindslieden vele verschillen voort die niet meer passen bij de huidige inzichten Steeds meer bestaat behoefte aan een regeling waarin de samenhang tussen de beide takken de nadruk krijgt. Het totstandbrengen van een geheel nieuw wettelijk kader,

HOOGLERAAR NEOEPLAiyOSE TAALKUNIIE OENOEMd Tot gewoon hoogleraar in de Nederlandse Taalkunde aan de faculteit der Letteren van de Vrije Universiteit is benoemd dr. D. M. Bakker te Alphen aan de Rijn. (Juweelstraat 18) Dirk Miente Bakker werd geboren op 24 juni 1934. HIJ studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Leiden en slaagde m 1959 cum laude voor zijn doctoraal examen. In 1968 promoveerde hij — eveneens cum laude — op een proefschrift getiteld "Samentrekking in Nederlandse syntactische groepen". Dr. Bakker is sinds 1969 als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de RU te Leiden, voor die tijd was hij leraar Neder lands aan het Christelijk Lyceum te Alphen aan de Rijn. In het kader van de opleiding voor de akte Nederlands M.O.-A geeft hij, aan de Nutsacademie te Rotterdam, les in de grammati ca van het hedendaagse Nederlands. In 1969 werd hij voor het eerst benoemd in de examencommissie Nederlands M.O. A .

waarin deze samenhang relief krijgt, beschouwen de bewindslieden echter als een al te grote stap vooruit. Zij voeren daarvoor verschillende argumenten aan. De voornaamste zijn a. Verschillende studiecommissies zijn bezig met bestudering van de gewenste coördinatie tussen h b.o. en w.o. Het is daarom niet juist op de resultaten van de werkzaamheden van die commissies vooruit te lopen. b. Het IS nog niet voldoende duidelijk hoe een eventuele samenhang gerealiseerd zal moeten worden. Er kunnen bijvoorbeeld verschillen zijn voor de onderscheidene disciplines. Niet voor iedere discipline zal men tot een even grote samenhang wensen te geraken. In het huidige stadium is het derhalve gewenst met een opzet van bescheidener aard te komen. Gekozen is voor een regeling die het, voor wat het h.b.o. betreft, mogelijk maakt, op bepaalde terreinen af te wijken van de Wet op het voortgezet onderwijs, die tot nu toe het wettelijk kader voor het h.b.o. IS Wanneer het wetsontwerp eenmaal wet is geworden, zal het mogelijk zijn afzonderlijke regelingen te treffen voor die instellingen van h.b.o. die een samenwerkingsverband met een universiteit of hogeschool aangaan. Dat geldt zowel voor de onderwijskundige inrichting en de examens, als voor de eisen waaraan de leraren zullen moeten voldoen. Ook op het terrein van de bekostiging zal dan kunnen worden afgeweken van de Wet op het voortgezet onderwijs. Het ontwerp heeft een beperkte werkingsduur en wel tot 31 juli 1977. In de memorie van toelichting w o r d t een voorontwerp van bredere opzet, een soort raamwet voor het tertiair onderwijs, aangekondigd.

mMonEAi).eos Vandaag promoveert drs. A. P. Bos te Nederhorst den Berg tot doctor in de wijsbegeerte op een proefschrift getiteld: Een onderzoek naar de kosmologie van Aristoteles. Promotor is prof. dr. G. J. de Vries. korte samenvatting " D e Aristotelische filosofie" is gedurende 2200 jaar opgevat als een systematisch opge bouwde, consequent uitgewerkte, maar statische grootheid Sinds W. Jaegers boek over Aristoteles (1923) IS men echter bezig een ontwikkelingsgang in het wijsgerig denken van Aristoteles te reconstrueren. In de dissertatie wordt getracht aan te tonen, dat een belangrijk deel van De Caelo tot Aristoteles' vroege periode behoort, daarom kunnen verbindingen gelegd worden tussen dat gedeelte en de fragmenten van Aristoteles' verloren gegane dialogen. Daaruit kan blijken dat deze vroege periode niet als "volledig Platonisch" getypeerd kan worden, zoals vaak is verdedigd In deze fase speelt de aether als substantie van de wereldgodheid en van de menselijke ziel een centrale rol. Voor een meta-fysica is m deze conceptie nog geen plaats, evenmin als voor een "onbewogen beweger" als causa finalis van heel het kosmisch gebeuren. Op verschillende belangrijke punten blijkt

Aristoteles in zijn beginperiode zeer verwant met de Stoa. Deze filosofie zou getypeerd kunnen worden als hylezoistisch in tegenstelling tot zijn latere hyle-morphisme. Er lijken goede gronden aanwezig voor de hypothese dat Aristoteles deze oudste conceptie heeft uitgewerkt voor de dialoog De Philosophia geschreven zou moeten zijn. stellmgen 1 De conceptie van Aristoteles in de eerste jaren van zijn wijsgerige activiteit w o r d t gekenmerkt door een fysicalistische benadering van de werkelijkheid, zijn latere visie kan als biologistisch getypeerd worden. 2 Drijfveer t o t de ontwikkeling van zijn leer der categorieën was voor Aristoteles zijn verwerping van de laat-Platonische theorie, welke de gehele werkelijkheid af te leiden achtte uit het Ene Goede. 7 Plato's theorie van de riehoekjes als elementen der corpora m Timaeus 53c4 seq. impliceert wel degelijk een miskenning van de eigensoortigheid van het fysische sooma. Tegen G. S. Claghorn, Aristotle's Criticism

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's

Ad Valvas 1970-1971 - pagina 351

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970

Ad Valvas | 484 Pagina's