Ad Valvas 1970-1971 - pagina 458
INIVEFSITEITSFAAQ
BELANGRIJKE DATA
korte indrukken uit de vergadering van 24 mei 1971
maandag 6 september — 15.30 uur
tijd en plaats
zondag 17 oktober — 17.00 uur Academiedienst
Vergaderd werd van 1 6.00 t o t 20.30 uur, grotendeels onder leiding van prof. Schippers, die sinds de vorige vergadering van ziel<te is hersteld.
woensdag 20 oktober — 15.30 uur 91e viering van de dies natalis diesrede door prof. mr. H. Bianchi
Opening van het academisch jaar door de rector magnificus
aanvulling van de raad Medegedeeld w o r d t dat de wetenschappelijke staf, nu vertegenwoordigd door 6 leden, niet op een afvaardiging van 8 leden kan worden gebracht, omdat in de deelstaven van Sociale Wetenschappen en Letteren geen kandidaten zijn, die ook de nodige tijd aan dit werk kunnen besteden. Uit een, ook in Ad Valvas gepubliceerde, brief van de Raad van Praesides aan de Commissie voor Overleg met Studenten, b l i j k t welke redenen de studenten hebben om niet deel te nemen aan het raadswerk. Op deze brief zal worden geantwoord, eveneens in het openbaar. De heer Kroeze w o r d t verzocht met de beschikbare middelen en wegen namens de Raad kontakt te onderhouden met de studentenwereld, opdat gedaan wordt wat kan om deze belangrijke groep te betrekken bij de ontwikkeling van de Universitair zo belangrijke ontwikkeling van een nieuwe structuur. tijdschema Een tijdschema, waaraan de Raad zich denkt te houden voor de periode juni 1971 t o t september 1972 w o r d t vastgesteld. Dit schema zal in een aparte publicatie worden toegelicht. overleg met
directeuren
Prof. Schippers brengt verslag uit van een met directeuren gehouden bespreking over de vraag hoe voorkomen kan worden dat een in november 1971 vast te stellen ontwerp-Bestuursreglement niet vervolgens.
onderwerp wordt van langdurige onderhandelingen met Directeuren over de inhoud. Medewerking is toegezegd en wel in deze vorm dat een delegatie uit de besturende colleges zal deelnemen aan het voorbereidend commissie-werk in de Raad. commissies \ Naar-aanleiding van door de Commissies Reglementen en Verhouding Universiteit/ Vereniging voorgelegde discussie-stukken wordt uitvoerig gesproken over enkele punten, die voor de nieuwe structuur van groot belang zijn. In discussie komt de vraag van de Universitaire rechtspersoonlijkheid. Zonder vooruit te lopen op de verdere toekomst hebben Directeuren nu de Vereniging voorgesteld hen statutair te machtigen de inrichting van het VU-bestuur te wijzigen met inachtneming van de Wet-Veringa. Aan deze machtiging zijn bepaalde grenzen van essentiële (grondslag) en privaatrechtelijke (eigendommen, arbeidsverhoudingen) aard verbonden, die voorlopig wijzen op een bestuursstructuur binnen het Verenigingsverband. De uiteindelijke verhouding kan dan objectief en op langer termijn worden bepaald. Gesproken wordt over het funktioneren van de grondslag in de nieuwe structuur. Ook dit gesprek zal in de volgende vergadering worden voortgezet.
Aan de orde k o m t de verhouding tussen Universiteitsraad en College van Bestuur. Een duidelijke omschrijving van wettelijke termen als algemeen bestuur en informatieplicht w o r d t wenselijk geacht. Bij het spreken over de samenstelling van de nieuwe Universiteitsraad w o r d t van verschillende zijden opgemerkt dat men gaarne ook daarbij de Vereniging zal blijven betrekken op een wijze, die werkelijke beïnvloeding van de Universitaire ontwikkeling mogelijk maakt. Mr. W. J. E. van den Bos, wetenschappelijk hoofdmedewerker arbeidsrecht, w o r d t benoemd tot lid van de Commissie Rechtspositie Personeel. volgende vergaderingen De laatste vergadering voor de vakantie wordt gehouden op maandag 21 juni 1971 van 19.00 tot 22.00 uur 's-avonds in de Medische Faculteit. Waar hier zeer centrale punten systematisch aan de orde zullen komen, zal aan deze vergadering enige bijzondere publiciteit verbonden worden. De eerste vergadering na de vakantie is vastgesteld op maandag 30 augustus 1971, 's-middags van 14.00 tot 17.00 uur.
QE UNIVEFSITEITSFMQ ENQESTIJQENTEN De voorzitter van de Universiteitsraad heeft in een brief (van 26 mei 1971) gereageerd op het standpunt van de Raad van Praesides ten aanzien van de open studentenplaatsen in de U.R. De tekst van deze brief luidt: Amsterdam,
26 mei 1971
aan de raad van praesides van de vrije universiteit te amsterdam U hebt als Raad van Praesides als uw standpunt doen weten dat de studenten-zetels in de universiteitsraad van de Vrije Universiteit niet behoren te worden bezet en in een brief, gericht aan de "commissie overleg studenten" van de universiteitsraad en ook gepubliceerd in Ad Valvas van 21 mei 1971, d i t standpunt verduidelijkt en met enkele redenen omkleed. Als voorzitter van de genoemde universiteitsraad w i l ik graag, in een eveneens te publiceren brief, op de uwe reageren. Het zal niet meer mogelijk zijn wezenlijke veranderingen aan te brengen in het karakter van de huidige raad. Ik vermoedde reeds dat tegen dit karakter op dit moment onoverkomelijke bezwaren bij u leven. Daarom heb ik in mijn brief aan u van 31
maart 1971 de mogelijkheid geopperd samen te zoeken naar een alternatief voor het zitting nemen van studenten in de universiteitsraad ("een goed werkende vorm van overleg tussen de vertegenwoordigers van de studenten en de Raad"). Uit uw brief begrijp ik dat ook deze suggestie voor u onaanvaardbaar is, omdat u de hele structuur van een universiteitsraad in de trant van de Wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 verwerpt. Het feit ligt er echter dat de Vereniging waarvan onze universiteit uitgaat, gehouden is het bij of krachtens deze wet bepaalde in acht te nemen voor zover de eigen aard van onze universiteit zich daartegen niet verzet (W.U.B. A r t . 42,2) Gelukkig is, door vele discussies over de grondslag van de Vereniging, bij velen in de universiteit de hoop weer levend geworden dat "de eigen aard van onze universiteit" in de toekomst beter zichtbaar kan worden
dan in het jongste verleden vaak het geval was. Ik kan mij levendig de teleurstelling voorstellen die ook bij vele studenten leeft, dat in de hele kritiek op de universiteiten, die zich in de laatste jaren in allerlei vormen manifesteerde, "de eigen aard van onze universiteit" nauwelijks een rol speelde. Ik heb echter -juist in verband met de nieuwe grondslagformulering- goede hoop dat dit m de toekomst anders kan worden, de hoop n.l. dat in deze toekomst verwezenlijkt kan worden dat allen, die t o t de universitaire gemeenschap behoren en die aan de nieuwe bestuursstructuur meewerken, er naar vermogen aan gaan meewerken, dat de universiteit -voorzover een universiteit dit kan- in gehoorzaamheid aan het evangelie van Jezus Christus, God en zijn wereld dient. En wat kan een christen voor zijn universiteit nog meer wensen^ Wat mijzelf betreft, ik stel in de huidige universiteitsraad mijn krachten juist daarom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970
Ad Valvas | 484 Pagina's