Ad Valvas 1970-1971 - pagina 323
toch met onuitgesproken blijven, dat ook in het handelen over de universitaire bestuursvorm, rekening gehouden moet worden met de trilaterale betrekking tussen Universiteit, Vereniging en Overheid. De overheid treedt daarin allereerst op in haar wetgevende macht en voorts in haar uitvoerende functie. In deze functie is zijzelf evenzeer als haar beide partners in het trilaterale genootschap trouw verschuldigd aan "de grondwet en de overige wetten des rijks". In dit verband komt mij sterk voor de geest een stelling, die ik t i j dens mijn actief hoogleraarschap bij herhaling van prof. V . H. Rutgers en prof. R. H. Woltjer heb beluisterd. Deze stelling zegt "de Vrije Universiteit wordt niet door de wet, maar door haar eigen reglement geregeerd. Echter zal juist daarom uit het reglement moeten blijken, dat zij op de haar betrekking hebbende wettelijke bepalingen in acht heeft genomen en zal nemen". Of en hoe dit laatste, bij de tegenwoordig nog al complexe vormen, waarin de wetgeving op het wetenschappelijk onderwijs is gegoten, in volledigheid in de reglementaire bepalingen moet worden uitgewerkt, laat ik graag aan het oordeel der juristen over Het m de stelling besloten principe lijkt mij ook bij de huidige stand van zaken nog alleszins gezond Door de gemaakte opmerkingen heb ik misschien Uw aandacht te overwegend gericht op dat deel van Uw arbeid dat betrekking zal hebben op wat men de topstructuur van de bestuurlijke organisatie pleegt te noemen. Ik w i l er daarom aan toevoegen, dat de onderbouw
van de bestuursconstructie met de daarin te onderscheiden niveaus zeker met minder van Uw inspanning, wijsheid en tijd zullen vergen. In experimentele vorm is in dit opzicht reeds het een en ander tot stand gekomen. Wellicht kunnen de daarbij opgedane ervaringen U in Uw overleg van nut zijn. Tenslotte nog een opmerking van practische aard. U begint Uw arbeid zonder dat voor Uw werkwijze enige regeling is vastgesteld Wij hebben gemeend in dit opzicht aan de Raad geen voorschrift of aanwijzing te moeten geven, doch de Raad daarin geheel vrij te moeten laten Dat geldt dus ook voor de zich bij elk nieuw orgaan allereerst voordoende vraag naar de regeling van het voorzitterschap en het secretariaat. Voorzover U echter terzake onze medewerking zoudt blijken nodig te hebben zijn wij gaarne bereid die binnen de grens van onze mogelijkheden te verlenen. Laat ik dan deze toespraak mogen beëindigen met het uitspreken van onze wens, dat U geïnspireerd door een hartelijke liefde voor onze Universiteit, met enthousiaste toewijding en met wijsheid Uw verantwoordelijke taak zult vervullen. Moge onder Gods genadigde gunst Uw arbeid voorspoedig zijn en moge zij Uzelf tot bevrediging en de Vrije Universiteit t o t zegen zijn. Hiermede verklaar ik de eerste Universiteitsraad van de Vrije Universiteit voor geïnstalleerd. Ik heb gezegd
THE OFIENTING FEFLEX Vandaag promoveert aan de Vrije Universiteit drs. E.H. van Olst te Nieuwl<oop tot doctor in de sociale wetenschappen op een proefschrift onder bovengenoemde titel. Promotor is prof. dr. S. D. Fokkema. De orientatie-reflex (OR), ontdekt door I P. Pavlov, IS een met-specifieke reaktie die (bij mens en dier) opgewekt wordt door veranderingen in de omgeving (het optreden van nieuwe stimuli) Het reaktie-patroon bestaat uit meerdere komponenten, zoals verlaging van de senso rische drempels, verhoging van de spierspanning, toename van de elektrische huidgeleiding (SCR),e.d Door het optreden van de GR w o r d t het organisme optimaal afgestemd op de stimulus-informatie uit de omgeving. Herhaling van het stimulus-patroon leidt tot uitdoving van de OR, dit w o r d t habituatie genoemd De OR speelt een belangrijke rol in de aandachtsfunktie en is daarom van belang in het onderzoek naar leerprocessen, gestoorde aandachtsfunkties, ontwikkeling van de verbale
regulatie van het gedrag e.d. Daar de kennis van de kwantitatieve aspecten van de OR nog verre van volledig is, werd een onderzoek verricht naar de factoren die de processen van habituatie bepalen. Het onderzoek was m.n. gericht op het zgn. neuronale model van de stimulus, een theorie over de habituatie die ontwikkeld is door de Russische psychofysioloog, Sokolov. Een belangrijk onderdeel van deze theorie, betrekking hebbend op de filtereigenschappen van het neuronale model kon met be vestigd worden. Hierbij moet worden opgemerkt dat in deze theorie alleen rekening gehouden wordt met de fysische karakteristieken van de stimulering. Waarschijnlijk is de subjectieve interpretatie van de omgeving echter een minstens zo belangrijke determinant van de OR. stellingen: 1. Het zogenoemde filtermodel van Sokolov, waarin de dishabituatie-response beschreven w o r d t als een positieve funktie van de stimulus-afstand tussen de oorspronkelijke en de gemodificeerde stimulus, is onjuist. 2.
De amplitude van de OR op signaal-stimu-
li IS een negatieve funktie van de voorspelbaarheid van deze stimuli. 7. Gezien de behoefte aan maatschappelijk relevant speurwerk op het gebied van het menselijk gedrag dient het wetenschappelijk niveau van de opleiding tot psycholoog verhoogd te worden. 10.Het IS zeer te betreuren dat in kerkelijke kringen het gemeenschapsvormende karakter van de maaltijd niet of nauwelijks herkend wordt. 11. De bij de viering van het pinksterfeest optredende belevingsarmoede w o r d t mede veroorzaakt door de veronachtzaming van de Joodse achtergronden van dit feest. personalia Evert Herman van Olst, op 25 januari 1936 te Amsterdam geboren, studeerde psychologie aan de Vrije Universiteit. Hij legde in 1962 het doctoraal examen af. Sindsdien is hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Laboratorium voor Experimentele Psychologie van de Vrije Universiteit. Het adres van de promovendus luidt, Kennedylaan 58 te Nieuwkoop.
PROMOTIE G.N.aEGFOOT Tevens promoveert vandaag drs. G. N. de Groot te Amsterdam tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen op een proefschrift getiteld: Regulation of reductase formation in Proteus mirabilis. Promotor is prof. dr. A. H. Stouthamer.
Facultatief aerobe bacteriën kunnen zowel m aanwezigheid als in afwezigheid van lucht groeien. Wanneer deze bacteriën groeien met lucht, d.w.z. onder aerobe omstandigheden, gebruiken ze meestal zuurstof als electronenacceptor. De electronen komen vrij bij de afbraak van suikers door de bacterie, en worden via een keten van membraangebonden electronentransport enzymen (het ademhalingssysteem) uiteindelijk op zuurstof overgedragen. Uit het gereduceerde zuurstof
w o r d t water gevormd. Bij groei onder aerobe omstandigheden kan zuurstof niet als electronenacceptor optreden. Veelal worden dan de bij afbraak van suikers gevormde stoffen als electronenacceptoren gebruikt. Het ademhal ingssysteem speelt in dat geval geen rol. Sommige bacteriën bezitten echter de mogelijkheid om i.p.v. zuurstof of genoemde afbraakproducten, anorganische anionen zoals nitraat, thiosulfaat of tetrathionaat te reduceren. De facultatief aerobe bacterie Proteus mirabilis kan de enzymen (reductasen) vormen voor de reductie van bovengenoemde anionen. Deze reductasen zijn membraangebonden en functioneel gekoppeld aan het ademhalingssysteem. De activiteiten van de reductasen blijken sterk te verschillen bij de groei onder verschillende omstandigheden. Nagegaan werd welke regulatiemechanismen verantwoordelijk zijn voor deze variaties in enzyme activiteiten.
stellingen 1. Het valt te betwijfelen of Hutter en DeMoss terecht veronderstellen, dat de verwantschap tussen organismen aangetoond kan worden in de aggregatie-patronen van enzymen in dezelfde metabolische weg R. Hutter en J. A. DeMoss, J. Bacteriol., 94 (1967) 1896. 2. De argumenten van Slabnik en Frydman voor de veronderstelling dat zij een nieuw type Phosphorylase beschrijven, zijn weinig overtuigend. E. Slabnik en R. B. Frydman Biochem. Biophys. Res. C o m m u n . , 38 (1970) 709. 5. BIJ de toevoeging van nitraat en/of nitriet aan vleesprodukten tijdens hun bereiding, worden mogelijke nevenwerkingen in de consument onderschat. 6. De conclusie dat dieren liever werken voor hun voedsel dan dat zij het zonder meer ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970
Ad Valvas | 484 Pagina's