Ad Valvas 1970-1971 - pagina 119
U I T R E I K I N G E R E D O C T O R A A T IN DE RECHTSGELEERDHEID A A N DE HEER M. RUPPERT, LID V A N DE R A A D V A N STATE
TOESPRAAK VAN PROF. MR. W. F. DE GAAY FORTMAN
NEGEPmGSTE DIES NATALIS
SAMENVATTING DIES-REDE PROF. NIC. H. RIDDERBOS de plaats van het loven en van het bidden in het oude testament Professor Ridderbos stelde de vraag aan de orde waarom w o r d t door ps 50 14,15 en door andere uitspraken van het O T aan het bidden en speciaal aan het loven zulk een centrale plaats toegekend in de dienst van God? Geantwoord kan worden het loven IS aan God welgevallig door het loven horen ook anderen van Gods goedheid en van zijn heilbrengende daden het loven kan God er toe brengen opnieuw zijn deugden te open baren Overigens moeten hierbij twee dingen be dacht worden Vooreerst het loven fungeer de onder Israel nog weer anders als het bij ons fungeert omdat het uitspreken van een woord onder Israel een belangrijker, althans een andere functie had dan bij ons dat geldt speciaal van het uitspreken van de naam van een godheid en van het vermelden van Gods deugden En vervolgens op andere plaatsen van het O T vooral door de profeten, wordt met het loven, maar het be oefenen van sociale gerechtigheid centraal gesteld, terwijl b v. Amos het zingen van liederen ter ere van God afwijst Er mag echter geen tegenstelling gemaakt worden tussen een oproep als die van ps. 50 en de oproep van b v Amos 5 23,24 Beide op roepen behoren elkaar te doordringen Tenslotte, de vraag dringt zich op kan een mens de diepste bedoelingen van psalmisten en profeten honoreren door naar gerechtig heid te streven zonder dat loven en bidden in zijn leven een plaats heeft"? Professor Ridderbos gaf op deze vraag een ontkennend antwoord, hij legde er daarbij de nadruk op, dat het beantwoorden van een dergelijke vraag op het vlak van de geloofsbeslissingen ligt.
U zijt na de oorlog bestuurder van het Christelijk Nationaal Vakverbond geworden, waarbij u als portefeuille de scholing en de vorming van de leden der aangesloten bon den kreeg Spoedig werd u voorzitter en dat betekende, dat u aan het belang van scholing en vorming te meer aandacht kon geven. U zag de economische medezeggenschap op nationaal niveau, in de bedrijfstak en in de onderneming in het verschiet Dit leidde t o t de oprichting m 1948 van de kaderschool voor bestuurders en tot schriftelijke cursussen voor leden van onderne mingsraden en onbezoldigde bestuurders U zag i n , dat dit onderwijs een wetenschap pelijke basis moest hebben en onder uw leiding werd een team mensen van wetenschappelijk niveau bij elkaar gebracht, op wie u uw enthousiasme en uw besef, dat het hier ging om een roeping van de tijd wist over te brengen Thans beschikt de christelijke vakbeweging in het Slotemaker de Bruine Instituut over een uitstekend geleld vormingsinstituut, dat op allerlei terrein ook buiten de onmiddellijke vak beweging werkzaam is Het begin van dit instituut ligt in het door u in de eerste jaren na de oorlog opgezette scholings- en vormingswerk Daarnaast inspireerde u tot een breed op gezette bezinning over de eigen bijdrage van de christelijke sociale beweging voor een hervorming van de maatschappelijke orde Een nieuwe reeks brochures. Christen dom en maatschappij, werd op touw gezet Talrijke commissies gingen m het huis aan de Maliebaan in Utrecht aan het werk Een schat van materiaal over actuele maatschappelijke vragen ligt m haar rapporten opgetast en wacht op systematische bewerking In de derde plaats richtte u uw aandacht op de plaats van de christelijke vakbeweging m de wereld De vóór de oorlog gelegde contacten werden uitgebreid Voor de vergadering van de Lutherse Wereldfederatie m 1947 m Lund schreef u een boodschap van de Protestants Christelijke Arbeiders Internationale, een fraai stuk Lutherse sociale ethiek Zelf ging u naar I ndonesie en Nieuw-Guinea, ook weer voorzien van de nodige literatuur over het sociale vraagstuk in dat deel van de wereld Binnen de PCAI kwam een nieuwe bezinning op gang, o.m blijkende uit internationale christelijksociale congressen in Kopenhagen (1950) en Düsseldorf (19Ö4) Zie ik het goed, dan liggen aan uw werk drie uitgangspunten ten grondslag Ten eerste, de arbeider is niet een produktie middel, maar drager van de arbeid. Vervolgens, arbeider en ondernemer behoren bij elkaar, zij vormen een gemeenschap, voor het welzijn waarvan zij beiden verantwoor delijk zijn Ten derde, ondernemer en arbeider behoren ook het belang van de gehele volksgemeenschap in het oog te vatten. Deze drie uitgangspunten vinden hun anker in uw geloof Dat geloof is gevoed in de school van Luther Deze universiteit is allereerst gevoed in de school van Calvijn Hoezeer ZIJ thans is teruggekeerd t o t de aanvankelijk voor haar voorziene doelstelling, wordt misschien op haar negentigste verjaardag het treffendst weergegeven door het f e i t , dat zij issue de Calvin, in de rij van haar doctoren opneemt un enfant de Luther.
UIT HET DANKWOORD VAN DR. M. RUPPERT Als iemand — naast mijn vader, Talma en Slotemaker de Bruine — invloed geoefend heeft op mijn denken, dan was het Luther. Ik ben opgegroeid m het gezin van een Lutherse vader en een gereformeerde moeder Dit laatste betekende, dat ik van jongsaf met de Vrije Universiteit werd geconfronteerd, want als op zaterdagmiddag de collectebus van de Vrije Universiteit langs kwam, offerde mijn moeder, hoewel ze zeer bewust van A en met van B was — de ouderen onder u weten wat dat betekent —, m die bus van de Vrije Universiteit geloof ik meer dan de andere gezinsleden met elkaar aan de Lutherse kerk gaven. Reeds toen heb ik ervaren dat Kuyper 90 jaren geleden de waarheid sprak, toen hij het had over de minstgeachten uit het niet denkend deel der natie, van de ploeg en van de meeltrog aanlopend, om de penningen bijeen te brengen voor de universiteit. En toch IS dezelfde universiteit voor een met onbelangrijk deel oorzaak althans aanleiding, dat ik met mijn gereformeerde moeder doch m'n Lutherse vader ben gevolgd. In de kring toch van het toenmalig calvinisme werden voor mijn besef in de polariteiten tussen Gods transcendentie en zijn immanentie, tussen wet en evangelie, tussen ernst en blijdschap — om met meer te noemen — accenten gelegd, die, hoezeer ik ook van respect vervuld was voor hetgeen het calvinisme voor Nederland betekende, mij het bier van Wittenberg beter deden smaken dan de wijn uit Geneve Ik mag ook niet verzwijgen, dat in later tijd misschien niet de wijsbegeerte zélf, die aan deze universiteit werd gedoceerd, maar dan toch wèl de consequenties die sommigen uit deze filosofie trokken met betrekking tot de medezeggenschap, de bedrijfsorganisatie en de ordening van het sociaal-economisch leven, mij nog al eens in een polemische verhouding t o t de Vrije Universiteit, althans t o t een deel van de V U , brachten. De Vrije Universiteit heeft naar mijn opvatting bijzonder belangrijke arbeid verricht toen het ging om de bezinning op de implicaties van het Evangelie voor het brede terrein van het mensenleven In het bijzonder de christelijke vakbeweging en dus ook ik zijn haar daarvoor grote dank verschuldigd. Ik denk heel concreet aan de vele leden van de senaat en van het gehele wetenschappelijke corps, die na de oorlog niet alleen door hun lidmaatschap van de christelijke vakbeweging maar op velerlei andere wijze hebben meegeholpen aan de bezinning en de oordeelvormmg over de vraagstukken, waarvoor die beweging werd geplaatst. Het IS vooral die hulp, die mij steeds dichter bij de Vrije Universiteit heeft gebracht. Wellicht zou thans een nieuw beroep op de Vrije gedaan mogen worden — misschien is het wel een oud appèl doch met een ander accent — het opnieuw doordenken van de relatie tussen liefde en geloof, tussen leven en belijdenis, tussen maatschappijstructuur en evangelie. Ik moge besluiten met te zeggen, dat ik vanmiddag slechts van één ding spijt heb Ere doctor van de Vrije zijn beschouw ik als een bijzonder groot privilege. Maar gewoon lid kunnen zijn van de Vereniging, waarvan deze Universiteit uitgaat, is ook een voorrecht. Het past mij uiteraard niet me te mengen in de discussie, die thans in de Vereniging w o r d t gevoerd over haar grondslag. Maar ik mag, dacht ik, wèl zeggen, dat ik geen seconde zal wachten mij te melden als l i d , zodra dat — m overeenstemming met de oorspronkelijke bedoelingen der stichters — ook voor mij mogelijk is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1970
Ad Valvas | 484 Pagina's